RozeBril (1)

Plaatjes plakken.
Zolang we de realiteit niet waarnemen zoals ze is, plakken we plaatjes. Plaatjes die we hebben over onszelf (ik ben zus of zo), de ander (hij/zij is zus of zo) en de wereld. Met andere woorden: we definiëren onszelf (zo ben ik), de ander (zo is hij/zij) en de wereld (zo is de wereld) door de plaatjes, die we over de realiteit heen leggen. Die plaatjes geven ons een gevoel van schijnhouvast, schijnzekerheid en schijnveiligheid: we menen te weten wie we zijn, wat we geloven en waar we aan toe zijn. De plaatjes zelf vertellen ons echter niets over het hier en nu, niets over de realiteit van dit moment, niets over jou, de ander, de wereld, want het hier en nu, dit moment, is altijd nieuw, fris, open en levend. De plaatjes verwijzen naar de mind, een virtuele werkelijkheid, een werkelijkheid die is bedacht, een werkelijkheid die niet bestaat. We zien het heden niet voor wat het is, maar we zien het heden door de bril van het verleden en de toekomst, door de mind.

De bril van het verleden wordt gekleurd door herinneringen die voorbij zijn, maar waar we gedurende ons leven aan blijven refereren alsof ze nog steeds geldigheidswaarde hebben. En in zekere zin is dat ook zo, omdat we massaal (collectief) gericht zijn op het vermijden van pijn, waardoor sporen van niet verwerkte ervaringen onze waarneming, onze bril, blijven inkleuren. Eenmaal een keer in de steek gelaten (wat een plaatje is…, de realiteit is dat de ander haar of zijn weg vervolgt en afscheid neemt), blijven we de grammofoonplaat ‘in de steek gelaten’ herhalen door deze angst over te hevelen naar toekomstige relaties.

Pijnlijke en prettige herinneringen leiden dus tot bepaalde overtuigingen en aannames van waaruit we leven en naar de werkelijkheid kijken (is deze persoon wel betrouwbaar, zal hij/zij me niet in de steek laten?). Dat is niet de naakte werkelijkheid zelf (die leeg/neutraal is), maar een ingekleurde realiteit.

Dezelfde herinneringen kleuren ook onze gedachten over de toekomst. De bril van de toekomst bestaat uit al onze angsten, zorgen, hoop, verwachtingen en verlangens over een tijd (toekomst) die niet bestaat, waarvan we dus ook niet weten hoe die eruit ziet. Alles wat we over de toekomst bedenken, is wederom een virtuele (bedachte) werkelijkheid. De werkelijkheid zelf (bijv. een bepaalde afspraak die je met iemand hebt) verloopt altijd anders dan wat je van tevoren had bedacht. Dat kan ook niet anders, want Leven laat zich niet in een mal, in een bedenksel duwen, Leven stroomt en is altijd nieuw. Het enige wat dus werkelijk bestaat is dit moment, NU.  Zodra tijd van ons af valt (verleden en toekomst), zodra tijd wordt doorzien als illusie, blijft alleen het NU over.

Zolang we nog in de tijd leven, leven we vanuit het verleden (die we vervolgens weer op de toekomst projecteren), vanuit herinneringen (gedachten), die niets over het heden, het NU, het leven zelf, vertellen. Herinneringen zijn niet meer dan ‘ideeën’ die tot leven komen doordat wij de ideeën blijven voeden en geloven (alles wat je aandacht geeft groeit).  Zoveel mensen, zoveel werelden, zoveel  misverstanden (en oorlogen), omdat iedereen kijkt vanuit een vertekende waarneming (de plaatjes gebaseerd op herinneringen). Dit principe wordt ook wel ‘projectie’ genoemd: we plakken iets op de realiteit wat er niet is.

Voorbeeld: een stilteretraite in het buitenland, in een natuurgebied.
Ik hou van wandelen. Iedere dag trek ik erop uit om een tijdje door de natuur te dwalen. Tegen het einde van de week verdwaal ik echter tijdens een vroege ochtendwandeling. Na ongeveer een uur door de bossen gelopen te hebben, weet ik niet meer waar ik ben, ik kan me niet meer oriënteren (geen plaatjes, geen herinnering). Even ontstaat er een paniekgedachte: ‘Help, welke kant moet ik op, ik weet het echt niet meer, wat nu?’ Daar sta ik dan, midden in het bos, geen heuvels om me te oriënteren, alleen de zon. Ik kijk om me heen…, en wacht af wat de innerlijke stroom in gang zet. Mijn voeten komen in beweging, ik loop het ene bospad na het andere bospad…, tot ik een geasfalteerde weg kruis wat ik als een positief teken beschouw. Maar welke kant zal ik opgaan: links of rechts? Geen idee…, ‘iets’ laat mij links afslaan en na enige tijd kom ik uit het bos en zie ik enkele huizen aan mijn rechterhand en wat heuvels aan mijn linkerhand. Ik voel me opgelucht dat ik in ieder geval bij een dorpje uit kom, dan kan ik verder de weg vragen en mogelijk ook nog op tijd aankomen voor de eerste meditatie. Ik loop richting de huizen en verwonder mij: ‘Goh, wat wonen deze mensen prachtig…, wat een mooi uitzicht hebben zij…’ Ik kom vervolgens bij het eerste huis aan en daar staat een bewegwijzeringspaal. Tot mijn verbazing lees ik bovenaan het bord: Velesin (275 m). En Velesin is de plek waar we verblijven. Ik denk: ‘Hé, Velesin…, hoe kan dat nou? Ik herken het helemaal niet…, dit kan Velesin toch niet zijn?’ De plaatjes over Velesin die in ‘mijn’ geheugenbank zitten, komen niet overeen met de beleving van het moment zelf. Nadat ik bij enkele huizen heb aangeklopt en geen gehoor vind, krijg ik vervolgens een huis aan de linkerkant van de weg in mijn vizier: ‘Oh, kan niet waar zijn…, dit is een huis wat ik herken…, dit is een wandeling die ik meerdere malen heb gelopen…, deze weg ken ik.’

Met een shock dringt tot me door dat ik op bekend terrein loop en het niet herkende (ik zal toch geen alzheimer hebben…). En al gauw realiseer ik me dat alles voor even als ‘nieuw’ werd ervaren, omdat de mind, de herinnering, niet aanwezig was. Verwondering overviel mij. Door de desoriëntatie was er geen enkel referentiepunt aanwezig (geen herinnering), er werden vanuit de mind (geheugen) geen plaatjes geactiveerd om op de realiteit te plakken. Ik keek vanuit het NU, dit moment, alles was nieuw (zoals het eigenlijk altijd is wanneer we vanuit het NU Leven, zonder plaatjes). Er was volop verwondering vanuit het perspectief dat ik deze omgeving voor het eerst leek waar te nemen, wat ook even zo was, omdat de waarneming niet werd verstoord door het verleden, de herinnering, er zat niets tussen (tot de mind het weer over nam). En zo is het leven als we niets meer definiëren, nergens aan vast houden, geen verleden, toekomst of referentiepunten: dan is alles fris, nieuw en open, getuigt van schoonheid, het Leeft. Dan is dezelfde wandeling steeds weer een nieuwe ervaring. Saaiheid, verveling (alweer diezelfde wandeling) behoren tot de verleden tijd. Verwondering is de realiteit, omdat we in het moment aanwezig zijn.

www.bewustzijnscoaching.com
Facebook: Caroline Ootes, Ontwaken, Bewustzijnscoaching

 

Geef een reactie