Plaatjes plakken.
Zolang we de realiteit niet waarnemen zoals ze is, plakken we plaatjes. Plaatjes die we hebben over onszelf (ik ben zus of zo), de ander (hij/zij is zus of zo) en de wereld. Met andere woorden: we definiëren onszelf (zo ben ik), de ander (zo is hij/zij) en de wereld (zo is de wereld) door de plaatjes, die we over de realiteit heen leggen. Die plaatjes geven ons een gevoel van schijnhouvast, schijnzekerheid en schijnveiligheid: we menen te weten wie we zijn, wat we geloven en waar we aan toe zijn. De plaatjes zelf vertellen ons echter niets over het hier en nu, niets over de realiteit van dit moment, niets over jou, de ander, de wereld, want het hier en nu, dit moment, is altijd nieuw, fris, open en levend. De plaatjes verwijzen naar de mind, een virtuele werkelijkheid, een werkelijkheid die is bedacht, een werkelijkheid die niet bestaat. We zien het heden niet voor wat het is, maar we zien het heden door de bril van het verleden en de toekomst, door de mind.

De bril van het verleden wordt gekleurd door herinneringen die voorbij zijn, maar waar we gedurende ons leven aan blijven refereren alsof ze nog steeds geldigheidswaarde hebben. En in zekere zin is dat ook zo, omdat we massaal (collectief) gericht zijn op het vermijden van pijn, waardoor sporen van niet verwerkte ervaringen onze waarneming, onze bril, blijven inkleuren. Eenmaal een keer in de steek gelaten (wat een plaatje is…, de realiteit is dat de ander haar of zijn weg vervolgt en afscheid neemt), blijven we de grammofoonplaat ‘in de steek gelaten’ herhalen door deze angst over te hevelen naar toekomstige relaties.

Pijnlijke en prettige herinneringen leiden dus tot bepaalde overtuigingen en aannames van waaruit we leven en naar de werkelijkheid kijken (is deze persoon wel betrouwbaar, zal hij/zij me niet in de steek laten?). Dat is niet de naakte werkelijkheid zelf (die leeg/neutraal is), maar een ingekleurde realiteit.

Dezelfde herinneringen kleuren ook onze gedachten over de toekomst. De bril van de toekomst bestaat uit al onze angsten, zorgen, hoop, verwachtingen en verlangens over een tijd (toekomst) die niet bestaat, waarvan we dus ook niet weten hoe die eruit ziet. Alles wat we over de toekomst bedenken, is wederom een virtuele (bedachte) werkelijkheid. De werkelijkheid zelf (bijv. een bepaalde afspraak die je met iemand hebt) verloopt altijd anders dan wat je van tevoren had bedacht. Dat kan ook niet anders, want Leven laat zich niet in een mal, in een bedenksel duwen, Leven stroomt en is altijd nieuw. Het enige wat dus werkelijk bestaat is dit moment, NU.  Zodra tijd van ons af valt (verleden en toekomst), zodra tijd wordt doorzien als illusie, blijft alleen het NU over.

Zolang we nog in de tijd leven, leven we vanuit het verleden (die we vervolgens weer op de toekomst projecteren), vanuit herinneringen (gedachten), die niets over het heden, het NU, het leven zelf, vertellen. Herinneringen zijn niet meer dan ‘ideeën’ die tot leven komen doordat wij de ideeën blijven voeden en geloven (alles wat je aandacht geeft groeit).  Zoveel mensen, zoveel werelden, zoveel  misverstanden (en oorlogen), omdat iedereen kijkt vanuit een vertekende waarneming (de plaatjes gebaseerd op herinneringen). Dit principe wordt ook wel ‘projectie’ genoemd: we plakken iets op de realiteit wat er niet is.

Voorbeeld: Compassievolle Caroline
Afgelopen weekend volgde ik een training. We beginnen met een kennismakingsoefening waarbij we de namen oefenen. Na twee rondes volgt de volgende opdracht: bedenk een kwaliteit/talent, die bij jou past op de eerste letter van je naam. We staan in stilte, in een kring. We krijgen enkele minuten om voor onszelf na te gaan welke kwaliteit bij ons past en/of welke kwaliteit we verder willen verdiepen/ontwikkelen. Tja, de dagelijkse naam voor dit persoontje is Caroline, dus de beginletter van deze naam is een C. En dit is wat de oefening allemaal in mij teweeg brengt: oké, het is dus de bedoeling dat we een plaatje plakken/koppelen aan onze naam. Ben ik geen voorstander van: labels, etiketten plakken van waaruit we onszelf en de ander definiëren/vast leggen oftewel de identiteit mee versterken (dit ben ik, dit ben jij). Weg openheid… We ontmoeten de ander en onszelf niet langer meer vanuit leegte, maar vanuit een label. Dus evenwichtige Erica wordt gedefinieerd als ‘evenwichtig’. Is dat zo? Is Erica altijd evenwichtig? En wil Erica wel met een etiket rond lopen? En wat als zij niet evenwichtig is? In hoeverre is er ruimte in haar/voor haar om onevenwichtig te zijn als ze zichzelf definieert als ‘evenwichtig’ en anderen haar vervolgens ook vanuit dat label benaderen. En wat betekent dat eigenlijk ‘evenwichtig’? Welke inkleuring geeft zij daaraan? En geven andere mensen daaraan? Van waaruit ontstaat überhaupt deze neiging (oefening) om jezelf en de ander te willen definiëren of in te kaderen?

Oké, ik doe mee. Welke kwaliteit begint met een C?
En het blijft stil in mij. Er komt niets op. Blanco en nog eens blanco. Een kwaliteit met een C? Ik ken geen kwaliteiten met een C. Zou het echt niet weten…, kan niets bedenken. En de mind (het ego) vindt daar wat van: geen sterke binnenkomer als je straks geen kwaliteit weet te benoemen.

Oké, dit is het dan (fluistert een innerlijke stem): je weet het niet.
Dit is wat er is, dit is wat feitelijk plaats vindt: er komt niets op met een letter C. Wat is daar mee mis? Tja, daar is niets mee mis.
Als ik er geen plaatjes op plak, dan is dit wat er is: ik weet geen kwaliteit met de letter C.

Er is pas iets mis als ik (de mind) er een plaatje op plak dat er iets mis is en daarin geloof, dus als ik waarde hecht aan de plaatjes die de mind voorspiegelt: geen sterke binnenkomer.

Op het moment dat de plaatjes gezien worden voor wat ze zijn (plaatjes, die niet de realiteit zelf weerspiegelen, want de realiteit zelf is LEEG), dan doven de plaatjes als vanzelf uit en is er Puur Gewaarzijn: leegte en openheid.

En daar sta ik dan: in stilte in een kring. En van binnen voelt het nu ook stil, want ik ben ‘eruit’: straks deel ik wat zich feitelijk in de afgelopen minuten heeft voor gedaan: er komt geen kwaliteit met de letter C op, ik weet het niet, en wat mij betreft voelt het kloppend om als Caroline (zonder label/kwaliteit) de samenwerking met jullie aan te gaan.

En daar sta ik dan: in stilte in een kring. En opeens, na tientallen seconden te vertoeven in stilte, dwarrelt er uit de leegte een kwaliteit met de letter C het bewustzijn binnen: compassie.
Wat een geweldige kwaliteit… Compassie. Klopt volledig met wat zich qua proces zojuist in mij had afgespeeld: compassie, dat het is zoals het is.

Compassie ontvouwt zich wanneer de plaatjes uit ons systeem verdwijnen, plaatjes die we op onszelf en op de anderen plakken waarmee we onszelf en de anderen beoordelen, goedkeuren, afkeuren, inperken, terug fluiten, vast leggen etc.

Geen plaatjes…, dan is er leegte, dan mag alles er zijn…, wat is, dat is…, wat een verademing.

En daar sta ik dan: in stilte in een kring. De begeleidster van de training vraagt op enig moment aan mij wat de kwaliteit is voor mijn naam. Ik deel wat zich zoal afspeelde in mij en dat uiteindelijk compassie binnen viel als kwaliteit. En al gauw ontstaat het label: compassievolle Caroline. En dat is wat ik mag gaan brengen…, dat alles er mag zijn…

“Wat de vraag ook is, liefde is het antwoord.”
(Dr. Wayne Dyer)

 

www.bewustzijnscoaching.com
Facebook: Caroline Ootes, Ontwaken, Bewustzijnscoaching

 

Geef een reactie