Mediteren..., zonde van mijn tijd.

The blog is also available in English, switch the button on the homepage.

Ik heb een afspraak met Lisa, zij komt voor het eerst langs.

Laatst zei iemand tegen mij: “Misschien ben jij wel niet van het mediteren, misschien is meditatie als ingang niet geschikt voor jou.”
Ik vraag me af of dat zo is. Ze vervolgt: “Ik lees nu een boek waar mediteren juist wordt aangeraden en ik merk op dat ik mezelf ervan af hou. Daar wil ik graag met jou bij stil staan.” Oké, zeg ik, vertel.

Ik ben niet bang voor stilte, zegt Lisa, ik heb ook enkele retraites gedaan waaronder een vipassana retraite van 7 dagen en toch voel ik behoorlijk wat weerstand bij de gedachte dat ik iedere dag tijd besteed aan meditatie.

Ik vraag me af wat dat dan is. Gun ik het mezelf niet? Vind ik het mezelf niet waard? Of is er wat anders gaande?
Ik weet wel dat ik een enorme doener ben, zegt ze. Als ik stil ga zitten, komt al gauw de gedachte omhoog dat het zonde van mijn tijd is.

Oké, zeg ik, ik hoor je, zou je eens wat willen delen over de 7-daagse stilte retraite? Wat was de gang van zaken en wat kwam jij daarin tegen?

We mediteerden vele uren per dag en de maaltijden waren ook in stilte. Daarnaast deden we ook klusjes als afwassen e.d. De eerste dagen van de retraite keek ik met verbazing/bewondering naar de andere deelnemers en dacht: ‘Wat doen jullie allemaal erg je best…, nou, dat kan ik niet opbrengen.’ Ik trok gewoon mijn eigen plan, ik deed waar ik behoefte aan had, soms ging ik tijdens de meditatie liggen terwijl iedereen zat.
Later gaven de andere deelnemers aan dat ze dat zo sterk aan mij vonden, maar ik vond het juist heel sterk van hun dat ze uur na uur mediteerden op hun kussentje of stoel.

Ik vond de dagen vreselijk lang duren…, en ik mistte gewoon het contact met mensen…, een weekend in stilte…, al la…, dat is te doen, maar langer dan een weekend…, ik heb het contact met anderen ook nodig om te groeien en om te spiegelen en als ik daar dan zo zit of lig, dan stagneert het gewoon in mij, dan loop ik vast in mijn eigen gedachten. Nou, na 4 dagen ben ik gestopt, ik had er genoeg van.

Oké, dus je trok je eigen plan…, je gaf je niet over aan het programma zoals het was, maar je deed je eigen ding. Dat is al een opmerkelijk gegeven, toch? Om te zien dat je door dat gedrag een ontsnappingsroute creëert voor dat wat er in jou gaande was tijdens het mediteren. En dat de mind vervolgens een verklaring bedenkt voor je gedrag: ‘Ik heb andere mensen nodig om te spiegelen, want op mezelf zijn levert niks op, meditatie werkt gewoon niet voor mij, ik draai alleen maar rondjes in mezelf, het leidt nergens heen.’ Interessant om dit allemaal gade te slaan, toch?

Ja, zegt Lisa, zo heb ik er niet naar gekeken, ik was eigenlijk wel trots op mezelf dat ik mijn eigen gang ging. Jammer dat de leraar dit niet aan mij terug heeft gespiegeld…

En als je de 7 dagen had volgemaakt, wat zou je dan ontmoeten in jezelf?
Ik zou me stierlijk vervelen, flapt Lisa er wel gemeend uit. Ik had ook heel vaak gedachten als: ‘Wat zit ik hier te doen? Wat schiet ik hier mee op? Wat een onzin allemaal. Zonde van mijn tijd.’

In mijn dagelijkse leven kom ik ook altijd net op tijd bij een afspraak, nooit te vroeg. Omdat ik mijn tijd niet wil verdoen. Ik moet mijn tijd nuttig besteden en niets doen, mediteren, is niet nuttig.

Interessant. Dus dit is wat jij tegen komt tijdens een 7-daagse vipassana.

Iedereen ontmoet zo zijn/haar eigen stukken. En dit is het voor jou: je gaat je eigen gang, je mist het contact met anderen…, je denkt dat je anderen nodig hebt om jezelf op een dieper niveau te ontmoeten…, je zoekt de vervulling buiten je, bij anderen…, zonder de uitwisseling met de ander wordt je op jezelf terug geworpen, je ontdekt dat je je stierlijk verveelt en je realiseert je nu dat daar een overtuiging aan ten grondslag ligt: niets doen is zonde van mijn tijd, ik moet mijn tijd nuttig besteden. Stil zitten en stagneren in je eigen gedachten is niet nuttig, het levert niks op, je besluit na 4 dagen te stoppen.

Ja, zegt Lisa, dit realiseer ik me nu pas echt…, zo heb ik er nog niet naar gekeken… Maar hoe kom ik van die overtuiging af? En van die doener?

To see is to be free.

Je ziet het nu. Je ziet de overtuigingen, die je handelen bepalen. Daar begint het mee. Met ‘zien’. Zien wat er allemaal voorbij komt, wat er aan geraakt wordt, wat zich allemaal afspeelt in jou. Laat de lamp van Bewustzijn erop schijnen, dat is alles. Ga geen gevecht met de verveling aan of met het gemis aan contact, ga er niet vandoor, haak niet aan, ga er niet in mee, blijf toeschouwer van dat wat de mind tevoorschijn tovert op het moment dat jij mediteert: de verveling, het zinloze en nutteloze, het gemis aan contact en de verklaring die de mind geeft waardoor je na 4 dagen stopt.

Waar we vanaf willen, blijft juist aan ons kleven. Als je het gevecht aan gaat met de mind, wie in jou is dat dan die dat gevecht aan gaat? Dat is ook de mind. Dan blijf je een gevangene van de mind, van de overtuigingen, dus dat is niet de oplossing. Kijk naar de weerstand, naar de verveling…, geef het alle ruimte, onderdruk het niet en vlucht niet. Op enig moment dooft de verveling als vanzelf uit.

Naar binnen keren, vertragen, is een eerste stap om uit de verslaving van de doener te komen, om af te kicken van het patroon in jou die alsmaar door dendert, van het ene project naar het andere.

Als je door hebt wat we nu met elkaar bespreken, dan begrijp je dat er sprake is van een geconditioneerd patroon: de doener (je mag niet niks doen, je moet nuttig bezig zijn, je mag je tijd niet verlummelen).

Realiseer je dat de doener drijft op adrenaline. En die adrenaline zorgt ervoor dat je systeem steeds op ‘actief’ staat.

Er is dus een de-conditioneringsproces nodig. Ga eens op de bank liggen, met een rustig muziekje of zonder muziek, ontspannen zijn, niets willen, niet uit zijn op een resultaat of nut of iets willen bereiken, alleen maar aanwezig zijn bij dat wat voorbij komt als je niet toe geeft aan de doener. Misschien ga je je heel onrustig voelen of komen er allerlei gedachten voorbij als je op de bank ligt: ik moet de was nog ophangen, de boodschappen doen, ik zit mijn tijd te verdoen etc. Iets in die strekking…, herken je dat? Heel herkenbaar, zegt Lisa.

Volg het proces, blijf liggen, laat die onrust uitrazen, blijf toeschouwer, dat is alles. Kijk. Dat is meditatie: Aanwezig zijn bij dat wat zich in jou afspeelt, zonder iets te willen veranderen.

Je gunt jezelf iedere dag een half uur ‘zijn‘, een half uur totale ontspanning. En je zult zien dat de adrenaline rush, die jou steeds tot activiteit wil aanzetten, in de loop der tijd afneemt. Je ervaart dan in toenemende mate dat je in het bestaan kan rusten, gewoon kan ‘zijn’, wat heel helend, vervullend en voedend is.

En als je dan toch nuttig bezig wilt zijn…, om die term nog maar eens te gebruiken…, begin bij jezelf. Als jij thuis komt bij je-Zelf, bij de bron van liefde en wijsheid die jij bent, dan kan je de ander op een dieper niveau bij staan. Nu roep je van alles vanuit de ratio, wat je zojuist zelf aan gaf, je zegt ‘ik weet het’, maar je belichaamt de wijsheid niet, je leeft het niet. In hoeverre kan je dan werkelijk tot ‘nut’ zijn voor anderen? Begin bij jezelf.

In het begin vraagt het enige inzet om een half uur voor jezelf uit te trekken (afkicken van de doener), maar op een bepaald moment ontdek je en ervaar je hoe fijn het is om een half uurtje te liggen, om gewoon te zijn

Heerlijk toch?

Ja, dank je, zegt Lisa, ik ben blij dat het nu helder is wat mij weerhoudt om te mediteren, ik heb wat tijd nodig om alles te laten bezinken wat we hebben besproken, maar ik ga het ervaren en ontdekken, zegt Lisa.

When you are not doing anything at all, bodily, mentally…, on no level…, when all activity has ceased and you simple are, just being, that is what meditation is.
Osho

www.bewustzijnscoaching.com
Facebookpagina: Caroline Ootes, Ontwaken, Bewustzijnscoaching
LinkedIn: Caroline Ootes

Mijn vader wil euthanasie, de huisarts werkt niet mee...

The blog is also available in English (use the button at the top of the homepage to change the language).

Enkele maanden geleden zei ik tegen mijn moeder: ‘Ik heb het gevoel dat pa niet lang meer zal leven.’ Daar schrok ze van…, ook al is hij 90.

Enkele weken later zitten we erop eens midden in, en toch ook niet opeens. Zijn lichaam is op…, hij wil niet meer…, het is ziekenhuis in en ziekenhuis uit…, hij wil euthanasie…, maar ja, zijn hart is sterk en de longen goed…, dus of de huisarts gaat meewerken aan het verzoek, dat is nog maar zeer de vraag.

Mijn vader heeft een ver gevorderde vorm van huidkanker op het bovenlijf en het hoofd. Het ziekenhuis heeft aan gegeven dat zij zijn uit behandeld, de huid is te dun, ze kunnen niets meer voor hem doen. Daarnaast zijn zijn knieën versleten waardoor hij moeilijk kan lopen en weleens valt, ogen en oren functioneren slecht, één oog sluit niet meer volledig door enkele TIA’s die hij heeft gehad, hij bibbert waardoor hij een schort voor moet en gevoerd moet worden en hij kan zichzelf niet meer wassen/verzorgen, hij is niet makkelijk verstaanbaar door de TIA’s die hij heeft gehad.

En zo gebeurt het dat ik op een ochtend mijn vader verzorg. Mijn moeder hoort mij binnen komen en zegt: ‘O, je bent wat eerder, goed zo, dan kan jij vandaag pa zijn huid insmeren met zalf.’ Ik slik even als ik de slaapkamer binnen kom. Daar zit mijn vader, op bed, zonder kleding, zijn oog half dicht genaaid en bont en blauw van de operatie, zijn bovenlichaam en hoofd vol met huidkankerplekken en grote blauwe plekken van de keren dat hij is gevallen. Ik trek een handschoen aan en smeer zijn huid in die jeukt, de zalf geeft enige verlichting, ik kleed hem aan en doe hier en daar wat kleine klusjes in huis…

Als ik zo naar mijn vader kijk, dan zie ik de vergankelijkheid van het bestaan…, er is geen ontkomen aan…, en wij zijn de volgende generatie, die aan de beurt is…

Daar zit mijn vader op bed…, hij laat zich alles wel gevallen…, geen weerstand…, geen schaamte…, er is overgave…, overgave aan de gang van zaken én de wens om zijn leven te beëindigen: het is mooi geweest, laat de dood maar komen…, ik ben er klaar voor…, mijn lijf is op…
Ja, dat is de energie van mijn vader: een hele gewone man, die in de loop der jaren heel broos en kwetsbaar is geworden.

Ik voer gesprekken met mijn vader en moeder over de wens van mijn vader tot euthanasie. Tijdens het tweede of derde gesprek vraag ik zonder omwegen aan mijn vader: ‘Wil je echt dood, pa? Je hoeft niet dood, dat begrijp je toch wel hé, dus als je wilt blijven leven, dan is dat ook helemaal oké, wij zullen voor je zorgen.’  Ja, dat weet ik, daar ben ik jullie ook dankbaar voor, zegt mijn vader, maar ik wil euthanasie, het gaat zo niet meer. Oké, zeg ik, realiseer je dan goed dat jij degene bent, die aan de huisarts duidelijk moet maken dat er sprake is van uitzichtloos en ondraaglijk lijden. Begrijp je dat, pa? Ja…, dat begrijp ik. Oké, pa, wat zeg je dan als de huisarts bijvoorbeeld aan jou vraagt of je pijn hebt? Nou, dan zeg ik dat het wel mee valt…, aan pijn wen je.
Ja, pa, dat is zo, je went aan pijn, en nogmaals van ons hoef je niet dood…, maar als je wel dood wil, dan ben jij degene die deze boodschap dient te onderbouwen naar de huisarts toe. Hij begrijpt wat ik aangeef. En even later zegt hij: De huisarts weet heus wel dat ik veel pijn heb.

Enkele dagen later komt de huisarts. Ik geef aan dat ik onze gesprekken over euthanasie aan haar wil terug koppelen. De huisarts staat er niet voor open, ook al had ik eerder in die week laten weten dat wij tijdens haar huisbezoek daarover wilde spreken. Ze zegt: ‘Ik ga eerst in gesprek met uw vader, u gaat wel heel erg snel.’ Vervolgens draait ze zich letterlijk van mij en mijn moeder af en richt ze het woord tot mijn vader.

Mijn vader heeft de boodschap uit ons gesprek, wat eerder in die week plaats vond, begrepen: hij is aan zet. En op enig moment komt hij tevoorschijn, hij zegt tegen de huisarts dat hij euthanasie wil. En dan benoemt hij de klachten (soms moeilijk verstaanbaar) en gevolgen van de klachten van waaruit hij euthanasie wil. Op de achtergrond kijken mijn moeder en ik toe en luisteren naar mijn vader. Hij gaat ervoor staan en maakt heel goed duidelijk dat het voor hem niet meer hoeft.

Gaande het gesprek wordt ook helder hoe de huisarts erin staat, ze wil en kan niet mee werken aan euthanasie: er is onvoldoende dossieropbouw (naar haar mening) en er is geen sprake van een ongeneeslijke ziekte in de zin dat mijn vader binnen 2 weken tot 6 maanden zal sterven. Daarnaast ziet zij het als haar taak om de laatste levensfase van een patiënt zo harmonieus mogelijk te laten verlopen door de patiënt te ondersteunen met medicatie en zorg. Passieve of actieve euthanasie is geen optie voor haar. En dat is haar goed recht.

Na afloop van het gesprek besluiten we de levenseindekliniek in te schakelen.

Tja, wat is uitzichtloos en ondraaglijk lijden? Wie gaat daarover?
Wie bepaalt wat uitzichtloos is en wat ondraaglijk lijden is?
Is er sprake van uitzichtloos en ondraaglijk lijden als je de deur bijna niet meer uit kan, omdat je knieën versleten zijn en de kans op een val groot is? Is er sprake van uitzichtloos en ondraaglijk lijden als je iedere dag verzorgd, gewassen en gevoerd moet worden door derden?
Is er sprake van uitzichtloos en ondraaglijk lijden als de wonden van de huidkanker niet meer helen (de huid is te dun), de huid jeukt en je niet mag krabben, omdat je anders weer naar het ziekenhuis moet om de zoveelste bloeding te stelpen?
Is er sprake van uitzichtloos en ondraaglijk lijden als de zintuigen slecht functioneren, je handen continu bibberen en sociale contacten buiten de deur nagenoeg niet meer mogelijk zijn?

Het zijn subjectieve gegevens, dat is waar: wat de een als uitzichtloos en ondraaglijk ervaart, kan voor een ander weer heel anders zijn. Dat maakt het ook zo moeilijk. Kan een ander daar eigenlijk wel over oordelen? Oordelen over wat jij ervaart en voelt?

En het wonderlijke is dat mijn vader, gaande het verzoek tot euthanasie, op zijn wijze nog geniet. Vooral van het eten (een van de weinige geneugten die nog mogelijk zijn), ook al moet hij gevoerd worden. Ik begrijp dat wel. Dat is ook wat ik bewonder in mijn vader. Hij wil dood, maar als de wens niet gehonoreerd wordt, dan legt hij zich daarbij neer: niet als slachtoffer, maar vanuit een basisgegeven dat alles gaat zoals het gaat.

Wat kan je anders? zegt mijn vader. Ik kan mijn wens kenbaar maken, maar als het er niet in zit, dan is dat het.., dan geef je je daaraan over…, het is niet anders.

Mooi om te zien, ik zie overgave, een overgave die noch blij noch verdrietig is. Een overgave aan de situatie zoals die is. Een overgave aan het leven én de dood die in aantocht is, want ja…, er is een tijd van komen en een tijd van gaan.

De procedure met de levenseindekliniek start. Na een aantal weken komt de langverwachte uitspraak van de levenseindekliniek én de scenarts, een onafhankelijk arts, die de aanvraag tot euthanasie beoordeelt:
‘Ja, er is sprake van uitzichtloos en ondraaglijk lijden door stapeling van ouderdomsaandoeningen.’

Pa voelt zich opgelucht en dankbaar nu het einde in zicht is.

Tijdens een van de uitwisselingen met de arts van de levenseindekliniek vraag ik op enig moment aan hem hoe hij naar actieve euthanasie kijkt. Ik zeg: ‘Nogal wat huisartsen geven aan dat zij actieve euthanasie zien als een handeling waardoor zij iemand doden, wat is uw visie daarop?’
De arts van de levenseindekliniek zegt: ‘Ik zie euthanasie als een medische handeling om de patiënt een waardig levenseinde te geven.’

Mooi.., tja…, dat is weer een heel ander perspectief…, het is ook maar net hoe je ernaar kijkt… Fijn dat de levenseindekliniek bestaat, dat mensen daar terecht kunnen als de huisarts het verzoek tot euthanasie niet wil en kan ondersteunen.

Deel de blog… als dat zo voelt…, zodat de ouderen onder ons deze informatie tot zich kunnen nemen (nogal wat ouderen weten niet van het bestaan van de levenseindekliniek).

PS: Mijn vader ontving op 13 januari 2018 euthanasie.
Een verkorte versie van deze blog heb ik, enkele weken voor zijn dood, aan hen (vader/moeder en op een later tijdstip het hele gezin) voor gelezen. Zijn reactie: ‘Dat heb je heel mooi beschreven…, dat moet je publiceren zodat de ouderen onder ons weten dat zij terecht kunnen bij de levenseindekliniek als hun huisarts niet mee werkt.’ Dat zal ik doen, pa.
Bij deze…

www.bewustzijnscoaching.com
Facebookpagina: Caroline Ootes, Ontwaken, Bewustzijnscoaching
LinkedIn: Caroline Ootes

Ik voel weerstand, wil ik wel groeien?

The blog is also available in English, switch the button on the homepage.

Isabel komt voor een tweede sessie nadat ze twee keer heeft afgezegd.
Ze valt meteen met de deur in huis.
Ik weet niet of ik dit wel wil. Het wringt in mij, ik voel weerstand. Ik  vraag me af of ik deze coaching wel aan wil gaan. Onze vorige sessie gaf heel veel inzicht en op dat moment had ik heel sterk het gevoel dat ik ermee opgeschoten was, maar na verloop van tijd ebt het weg en dan val ik gewoon weer terug in mijn patroon.
Ik heb wel in de afgelopen weken enkele blogs van jou gelezen en ook jouw aantekeningen van ons vorige consult heb ik in de afgelopen maanden drie keer ter hand genomen om het nog eens tot me door te laten dringen, maar ja…, ik kan het gewoon niet omzetten in de praktijk.

Oké, zeg ik, geweldig dat je toch bent gekomen, ik voel je energie.
Ik ga je iets vragen…, kijk maar wat er op komt… Leeft er in jou een verlangen naar groei, naar bevrijding van patronen? Ja, zegt Isabel, ik verlang wel naar ‘iets’, maar ik weet niet waar naar…
Het is even stil en dan zegt Isabel: “Ik zou wat meer afstand willen nemen, wat meer voor mezelf willen kiezen, minder rekening houden met anderen.” Oké, er leeft dus wel een verlangen in je naar groei.
Ja, zegt Isabel, maar toch is er iets wat mij weerhoudt om hier te komen. En dat is? Ja, angst…, dat ik niet genoeg lef heb om echt die verandering aan te gaan. Want? Dan moet ik mensen teleur stellen of worden ze boos als ik niet aan hun verwachtingen voldoe. Hoe erg is dat? Mogen mensen teleur gesteld zijn of boos? Dat is toch een menselijke reactie? Je zou het ook als een teken kunnen zien dat ze jouw aanwezigheid waarderen en belangrijk vinden…, anders deed het hun niets.
Ja, dat is zo, maar toch…

Ik kan het niet voor jou beslissen of je wilt groeien of niet. Het is aan jou om na te gaan wat sterker weegt: toewijding aan jezelf en bevrijding van verstikkende patronen óf de patronen in stand houden, want dat is bekend, vertrouwd en veilig, ook al voelt het beklemmend. Als je voor het laatste kiest, dan ga je door met anderen ter wille zijn ook al zou je meer voor jezelf willen kiezen, je gaat door met je inhouden, met het oppotten van spanning, met je niet uitspreken, met je aanpassen aan anderen, met je mateloos irriteren, met iedereen tevreden houden. Ja, dat is het, zegt Isabel: iedereen tevreden houden. Ja, en dat alles veroorzaakt stress. Toch? Ja, het vreet energie, zegt Isabel.
Het is aan jou om de keuze te maken. Ik vind er niks van. Als jij door wilt gaan met je leventje zoals het nu is…, wie ben ik om daar wat van te vinden… Alleen jij kan de vraag beantwoorden of je eraan toe bent om in beweging te komen, om een innerlijke groei door te maken, die je welzijn ondersteunt…, of niet.

Laten we eens kijken naar een situatie waarin bovenstaande zich afspeelt. Hoe lijkt je dat? Ja, zegt Isabel, dat is goed.
Het betreft mijn moeder. Ze is 86 jaar en woont sinds kort, op haar verzoek, dicht bij mij in de buurt. Dat was haar wens. En ik heb haar daarbij geholpen. Mijn moeder is geen gemakkelijke vrouw, zij is iemand die altijd negatief denkt, snel oordeelt en vrij egoïstisch leeft. Mijn vader leeft niet meer. De wereld van mijn moeder is altijd heel klein geweest, ze heeft geen vrienden en nagenoeg geen contacten. Eigenlijk steunt mijn moeder al een groot deel van haar leven op mij.

Ik bezoek of bel haar iedere dag sinds ze dicht bij ons woont.
Ze geeft aan dat ze zo alleen is, ze mist haar buren, terwijl ze altijd tegen mij heeft gezegd dat ze in haar vorige woonplaats met niemand contact had. Dus ik begrijp haar uitspraak niet…, het klopt gewoon niet.
Ze doet voorkomen dat het niet goed met haar gaat, dat ze eenzaam is en zit te verpieteren, maar ik zie dat niet, als ik kom zie ik dat ze zich best vermaakt. Vervolgens spreekt ze een nieuwe buurvrouw op straat, waar ik bij ben, en zegt ze dat het mijn keuze was om te verhuizen: “Isabel, wilde het zo graag, dus ben ik voor haar verhuisd.” En dat is helemaal niet hoe het gegaan is…, zij gaf aan dat ze bij mij in de buurt wilde wonen, omdat ze hulpbehoevender wordt. Ik irriteer me mateloos aan dat soort uitspraken.
En wat zeg je dan als je met dit soort situaties wordt geconfronteerd?
Niets, ik hou mijn mond dicht, ik loop even weg of ga naar het toilet, maar het vreet wel van binnen, het klopt gewoon niet wat ze zegt. En als ik er weleens wat over zeg, dan zegt ze: “O, maar dat weet ik niet meer.”
Tja, wat kan je dan nog zeggen…, dan ben je toch uit gesproken.

Oké, zeg ik, dit is een situatie die zich goed leent voor zelfonderzoek.
Doe je weleens aan zelfonderzoek? Dat je eens gaat zitten en opschrijft wat er allemaal in jou plaats vindt, welke overtuigingen er in jou leven? Nee. Dat zou ik je aanraden. Laten we samen eens kijken wat er in jou leeft als je moeder tegen de buurvrouw zegt: “Mijn dochter wilde dat ik bij haar in de buurt zou komen wonen, ik mis mijn buurtjes, mijn contacten.”
Wat is de interpretatie die jij aan deze uitspraak van je moeder geeft?
Na enig onderzoek komt Isabel uit bij de kern: dat ma niet blij is met de verhuizing, dat ze zich door mij onder druk gezet gevoeld om hier te komen wonen.

O, interessant, zeg ik…, zo kijk jij ernaar…, ik had een heel andere interpretatie lopen…, en dat is nou zo waardevol van zelfonderzoek…, dat je opeens heel helder op de plaat krijgt wat jij op die uitspraak van je moeder plakt…, dat is niet de waarheid…, maar dat is wat jij ziet…, dat komt uit jouw koker. Dat wil niet zeggen dat je moeder het zo bedoelt…, jij ziet dit zo, vanuit jouw inkleuring. Misschien is het wel andersom: dat jij je onder druk gezet voelde om je moeder jouw kant op te verhuizen door haar uitlatingen over eenzaamheid?

Weet je hoe ik haar uiting interpreteer? Nee.
Dat je moeder op een indirecte wijze naar de buurvrouw uitspreekt dat ze ook wel wat contact met haar zou willen.
Dat is een heel andere inkleuring dan die jij eraan geeft. Niet gezegd dat deze interpretatie klopt…, het is meer dat ik je wil laten zien dat ieder zo haar eigen zienswijze heeft. Daar is niets mee mis zolang je je realiseert dat het slechts een zienswijze is, niet meer en niet minder, maar als jij ervan uitgaat dat wat jij ziet de waarheid is, dan leidt dat tot wrijving en conflict in jou en buiten jou.

Voel je al dat je een beetje los komt van de identificatie met deze zienswijze? Ze knikt. Je kunt het vergelijken met wat er nu plaats vindt tussen jou en mij: we kijken allebei naar dezelfde situatie, maar jij ziet iets anders dan ik. Dus je weet niet vanuit welke intentie je moeder zich op deze wijze uitsprak naar de buurvrouw.

Een volgende stap kan zijn dat je het gesprek met je moeder aan gaat, niet vanuit beschuldiging en irritatie (wat jij zegt klopt niet, je jokt), maar vanuit kwetsbaarheid en openheid. Je deelt jouw interpretatie terwijl je je realiseert dat het een interpretatie is én je vraagt naar haar beleving. Als je kan zien dat het jouw inkleuring is, dan valt de lading weg, dan begrijp je dat het niet de waarheid is, maar een invulling van jouw kant. Dan kan je die interpretatie delen: mams, ik wil even terug komen op het gesprek wat je met de buurvrouw had…, het raakt mij als je zegt dat je voor mij bent verhuisd, dat herken ik niet, ik heb het zo begrepen dat jij zelf dichter bij mij in de buurt wilde wonen, omdat je hulpbehoevender werd en ja…, dat het dan voor mij ook makkelijker is dat je dichterbij woont…, dat is waar, het mes snijdt aan twee kanten, maar als je tegen de buurvrouw zegt dat je voor mij dichterbij bent komen wonen, dat ik dat wilde…, dan krijg ik het gevoel dat je er niet blij mee bent en dat je je door mij onder druk gezet voelde om hierheen te verhuizen…, ik weet niet of dat zo is, dit is wat ik ervan maak…, misschien bedoel jij het wel heel anders…

En dan kan het heel goed zijn dat je moeder zegt: Ja, kind, dat weet ik allemaal niet meer. Of dat ze zegt: ik moet ook wennen, ik voel me ook nog niet echt happy hier, ik mis mijn huis, mijn buurtje, en ook al voelde ik me daar eenzaam…, ik had toch zo mijn contact momentjes met de buren, ik heb gewoon wat meer tijd nodig voordat ik me hier weer thuis voel. Of: ik voelde me ook onder druk gezet, misschien bedoelde je dat wel niet zo…, maar ik had het gevoel dat ik geen keuze had, want ja…, ik ben ook van jou afhankelijk en dan is het voor jou makkelijker als ik dichterbij woon. Vele antwoorden zijn mogelijk…

En dan gaat het erom of je ieder antwoord van je moeder kan horen, in ontvangst kan nemen zonder het persoonlijk te maken, zonder het op jezelf te betrekken (ik heb het niet goed gedaan, zie je wel, ma is er niet blij mee…).

En dan gaat het er niet om dat je je gelijk krijgt of je gelijk haalt…, maar dat je hebt gezegd wat je dwars zit…(in plaats van alles op te potten), en dat ieder zijn/haar beleving kan delen…, er is geen fout of goed…, het is niet zo dat jouw perspectief klopt en die van je moeder niet, en het is ook niet zo dat het perspectief van je moeder klopt en de jouwe niet. We creëren allemaal zo onze eigen verhaaltjes (interpretaties) over de werkelijkheid. Het gaat om het delen: “O, zit jij er zò in…, dat leeft voor jou…, goed om te horen, ik kijk er heel anders naar.”

Je moeder en jij verschillen niet van elkaar: beiden zijn jullie een gevangene van de mind. Zij ziet alles negatief en verdraait feiten naar jouw beleving (dat is haar patroon) en jij wil iedereen tevreden stellen en pot alles op (dat is jouw patroon). Je zou graag zien dat zij verandert, maar zo moeilijk als het voor haar is, is het ook voor jou, toch? Kan je dat zien? Misschien verzacht dat je kijk op je moeder. Het is niet eenvoudig om te veranderen, het vraagt moed om stappen te zetten buiten je comfortzone.

Dus de vraag is: Wil je groeien?
En als het antwoord ‘ja’ is, dan neem je de weerstand voor lief, dan grijp je iedere situatie aan voor innerlijke bevrijding, dan ga je ervoor.

Een week later stuur ik haar deze blog om te accorderen. Dit is haar reactie: Ik vind het ontzettend mooi en duidelijk geschreven en heb er nu alweer ontzettend veel aan gehad. Zo helder om het zo weer terug te lezen en ik kan me helemaal vinden in het verhaal. Als ik het zo lees zeg ik zeker: ja, ik wil groeien en ik kan je zeggen dat ik er ook echt mee bezig ben.
Ik heb ook een goed gesprek met mijn moeder gehad en het klopte zo goed hoe jij het beschrijft…, dat het inderdaad ieders interpretatie is.
Dank je wel voor deze mooie blog.

www.bewustzijnscoaching.com
LinkedIn: Caroline Ootes
Facebookpagina: Caroline Ootes, Ontwaken, Bewustzijnscoaching

Zelfonderzoek: Love your mind, don't make it your enemy

You have to go through your suffering, through your own hell.
No one else can do it for you.
(Osho)

Er komt een cliënt in de praktijk. Ze geeft aan dat ze rust in haar hoofd wil vinden, dat ze heel veel in haar hoofd zit. ‘Ik wil overal een antwoord op, een verklaring waar het vandaan komt’, zegt ze. En dan…, vraag ik, wat levert je dat dan op? Lost de vraag dan op of komt er weer een nieuwe vraag voor in de plaats?
Ze lacht, uit herkenning: ‘Ja, die vragen gaan maar door…, dat houdt nooit op, maar ik kan het niet stoppen. En wat het me oplevert? Nou, als ik een verklaring heb, dan kan ik het sturen of loslaten…, ik heb gewoon een controle issue en ik kan er niet tegen dat ik nergens geen controle meer over heb. En dit is allemaal begonnen toen ik enkele jaren geleden werkloos raakte. En dan gaat er door me heen dat ik achter werk aan moet gaan, dat ik moet solliciteren, maar er komt niets in beweging, en dat begrijp ik gewoon niet…, zo ben ik nooit geweest… Ik voel me zo gefrustreerd…, ik herken mezelf gewoon niet meer. Voordat ik werkloos raakte was ik een heel andere vrouw: onafhankelijk, krachtig, zelfstandig, ik pakte zaken aan… Maar nu maak ik overal een drama van. Ik weet het gewoon niet meer… En dan vraag ik me af of ik niet meer moet gaan voelen of dat ik teveel denk… of te weinig. En dat hoofd gaat maar door en dan ga ik naar buiten om heel mindfull te fietsen of te wandelen, om maar uit dat hoofd te raken, ik moet dan van mezelf mindfull zijn, zo van: nu moet het afgelopen zijn met die dwangmatige neiging om maar te denken…, ik onderdruk het dan gewoon, maar zodra ik thuis ben, neemt het hoofd het weer over. Vroeger had ik dat niet, voordat ik werkloos raakte. Ik begrijp er niks van.

Herkenbaar voor de lezer? De neiging om alsmaar rond te dobberen in het hoofd? De neiging om overal een verklaring of antwoord op te formuleren? De neiging tot psychologiseren en analyseren vanuit een onderliggende behoefte aan controle: als ik het nou maar begrijp wat er in mij plaats vindt, dan kan ik het sturen of loslaten. Herkenbaar dat het alsmaar doorgaat en dat je de neiging niet kan stoppen?

Ik voel haar angst aan…, ze verliest greep op haar leven…, een greep die niemand heeft, ook al denken we van wel… Niets is meer duidelijk en voorspelbaar voor haar, ze heeft ‘het’ niet meer in de hand. Sinds ze werkloos is, is de persoonlijke wilskracht aan het uitdoven…, ze herkent zichzelf niet meer… en het mechanisme (wilskracht) waarmee ze spanningen onder het vloerkleed kon vegen, wat zo goed werkte voordat ze werkloos raakte, functioneert niet meer. Het ego is in een afbraakproces en de mind trekt alles uit de kast om te overleven: analyseren, psychologiseren, angst, twijfel, verwarring. Tja, hoe vind je dan rust in je hoofd?

Ik voel compassie voor haar en deel met haar wat ik waarneem: er is een stervensproces gaande, de persoonlijke wilskracht dooft uit. Niet eenvoudig…, maar het brengt je uiteindelijk thuis, het brengt je naar overgave aan het bestaan. Alles bevindt zich op de juiste plaats en tijd (een statement die zij gebruikte voordat ze werkloos raakte) en dient jou om wakker te worden uit de greep van het ego, uit de greep van de mind, die controle wil, houvast, zekerheid en duidelijkheid (zo ben ik). Dat is niet het Leven zelf, want het Leven zelf…, wat jij in essentie bent…, stroomt… En leeft in overgave met wat is.

Ik zie de perfectie van het bestaan door haar heen werken: het lijden wat dient om thuis te komen bij het Zelf. Ik ben er zelf doorheen gegaan en herken wat ze beschrijft: de persoonlijke wilskracht doet het niet meer…, het beeld wat je over jezelf had…, alle eigenschappen waarmee je jezelf identificeerde…, het stort allemaal in…, je herkent jezelf niet meer.

En om je daaraan over te geven…, aan dat afbraakproces…, aan het gegeven dat je niets meer in de hand hebt (wat altijd al zo was), is niet eenvoudig…, de mind komt in opstand, alles moet blijven zoals het was…

Tja, en dan kom je op een punt in je leven dat alles wat gestold was (baan/beeld over jezelf/je identiteit) overhoop wordt gehaald…

Een maand later is er een vervolgafspraak. De avond voorafgaand aan het consult kom ik op you tube een satsang tegen van Osho met als titel: How to stop thinking? Na het schrijven van de laatste blogs over zelfonderzoek ben ik benieuwd hoe Osho deze vraag beantwoordt. Ik beluister de satsang en geniet van zijn wijsheid:

Love your mind, don’t make it an enemy.

Prachtige uitspraak…, zo waar…
Tja, wonderlijk…, alles bevindt zich op de juiste plaats en tijd: een toevalligheid – het beluisteren van de satsang – sluit naadloos aan bij de vraag van deze cliënt. Ik deel de essentie van de satsang met haar, het komt binnen. En ik deel de metafoor die beschreven staat in mijn blog ‘overtuigingen transformeren, de directe weg’. Ik zie dat er energetisch het een en ander gebeurt tijdens de overdracht.

Weer een maand later komt ze terug.
Ze zegt: er is echt iets verschoven in mij en ik geef jou de schuld, ze kijkt me aan en geeft een knipoog. Er is een enorme last van me afgevallen. Van de ene op de andere dag viel een lading stress van me af.  Ik begrijp gewoon niet meer waar ik me al die jaren zo druk over heb gemaakt…, al die stress was helemaal niet nodig geweest…, dat zie ik nu.

Tja, zo waar wat ze zegt: al die stress was helemaal niet nodig geweest. Maar ja, als je er middenin zit, als je door de mind wordt gegijzeld, als je al je gedachten/emoties gelooft, als je vanuit de mind (nu moet ik mindfull zijn) het gevecht met de mind aangaat, dan is het leven een hel…, totdat je de deur ontdekt, die altijd al open stond: getuige bewustzijn.

Wonderlijk hoe het leven kan lopen…

Ja, getuige bewustzijn, daar gaat het om: los komen van de mind. Niet door de strijd met de mind aan te gaan, maar door liefde voor de mind: oordeelloos bezien wat er in de mind plaats vindt.

Louise geeft aan dat mijn uitleg over de metafoor van de zaal (bewustzijn) en het podium (de mind) heel behulpzaam voor haar was/is (zie blog: overtuigingen transformeren, de directe weg).

Love your mind, don’t make it your enemy.

Voor de liefhebbers, de link naar Osho ‘How to stop thinking?’:
www.youtube.com/watch?v=tCShgsLzpjA

www.bewustzijnscoaching.com
LinkedIn: Caroline Ootes
Facebook: Caroline Ootes, Ontwaken, Bewustzijnscoaching

Vanuit welke bril kijk jij?

The blog is also available in English, switch the button on the homepage.

Er komt een cliënt in de praktijk. Louise vertelt over een familielid, laten we hem Jos noemen, die ongeneeslijk ziek is. Jos is nog in staat om het nodige in huis en buitenshuis te ondernemen, naast de rust die hij nodig heeft in verband met zijn ziekte. Louise gaat op bezoek. Ze wil graag haar hulp aanbieden.

Naar zeggen van Louise maakt Jos gebruik van zijn ziekte door van iedereen te verwachten dat ze dag en nacht voor hem klaar staan en hem op zijn wenken bedienen. Zijn gedrag is overigens niet veel anders dan voor het moment dat hij ongeneeslijk ziek werd: alles draait om hem, hij manipuleert iedereen om hem heen om aan zijn verlangens te voldoen, iedereen moet naar zijn pijpen dansen.

Louise geeft aan dat ze graag iets zou willen doen voor Hilde, de vrouw van Jos, maar ze weet niet wat. Na met hen op stap te zijn geweest, ontstaat er een gesprek tussen Louise en Hilde. Jos ligt op dat moment op bed. Hilde geeft aan dat ze zich uitgeput voelt, ze staat overal voor aan de lat. Ze is moe en zou ook weleens op de bank willen liggen, net als haar man. Of eens de deur uit gaan om hard te lopen, maar dan moet ze zoveel regelen voor de kinderen en haar man: het is te lastig…, laat maar. Ja, en Jos geeft doorlopend opdrachten, want ja, hij is ziek, hij heeft aandacht en zorg nodig.

Ik vraag aan Louise of ze op dat moment in het gesprek haar hulp heeft aangeboden, nu Hilde zo duidelijk aangeeft wat haar wens is. Nee, zegt Louise, ik heb geen hulp aangeboden, het ging wel door me heen, maar ik dacht dat daarmee de situatie niet zou gaan veranderen, eigenlijk dacht ik alleen maar ‘hij mag ook weleens iets voor haar doen’.

Tja, zo gaat het dan…, er gebeurt blijkbaar het nodige in Louise zelf waardoor ze niet ‘aanwezig’ kan zijn, in afstemming met Hilde.

Het gesprek tussen Louise en Hilde gaat verder. Louise vraagt aan Hilde of ze Jos geen kleine opdrachten kan geven om daarmee zichzelf wat te ontzien. Nee, zegt Hilde, ik wil Jos niet het gevoel wil geven dat hij niet genoeg doet. Louise reikt nog aan dat Jos bijvoorbeeld fruit kan klaar maken voor de kinderen, maar Hilde houdt de boot af: ze is bang dat Jos boos wordt (zoals dat tot dan toe is gegaan in hun huwelijk), dan is de sfeer negatief en dat wil ze niet. Louise voelt de onmacht van Hilde en voelt zichzelf ook onmachtig. Ze weet niet goed hoe ze verder met deze situatie om kan gaan en welke hulp ze kan aanbieden.

Ik vraag aan Louise wat er bij haar wordt getriggerd: Wat plak jij op deze situatie? Welke plaatjes/overtuigingen worden in gang gezet? Vanuit welke bril kijk jij?

Louise zegt: hij behandelt haar als een slaaf, ze doet zichzelf gewoon tekort, ik zou haar wakker willen schudden…, jij bent ook een persoon, die zorg en aandacht mag ontvangen en nodig heeft.

Herkenbaar? vraag ik.
Tot voor kort leefde jij ook een soortgelijk scenario, toch?
Zie je de spiegels waar je in kijkt?
Dat jij, nog niet zo lang geleden, je ook uitgeput en onmachtig voelde en jezelf zwaar tekort deed…, je bleef maar rennen en zorgen voor de anderen en jij wilde ook de lieve vrede bewaren: als zij niet over lastige onderwerpen spreken, dan hou ik ook mijn mond…

Louise herkent de spiegels.
Naast onmacht voelt zij ook frustratie. Wiens frustratie is dat? vraag ik. Gaat dat over Hilde en Jos of is het jouw frustratie? Frustratie, omdat jij zo lang bent door gegaan in een ongezonde situatie, een situatie die jou uitputte? Frustratie, omdat jij alsmaar door ging met het geven van zorg en aandacht, terwijl je zelf die zorg en aandacht nodig had, maar niet kon vragen…
Ze herkent wat ik terug geef.

Blijkbaar leeft er nog het nodige aan frustratie in jou over de afgelopen jaren en die frustratie wordt getriggerd door deze situatie van Hilde en Jos. Ja, zegt Louise, ik heb heel veel weg gestopt…, ik wilde dat gevoel van onmacht en frustratie niet voelen en zo gauw mogelijk weg poetsen. Ja, zeg ik, en dat wil je dus ook bij Jos en Hilde: de onmacht en frustratie weg poetsen… Mag zij zich onmachtig en gefrustreerd voelen?
Ja, ik zie wat je bedoelt, zegt Louise.

En verder…, vraag ik, wat leeft er nog meer in jou? Nou, zegt Louise, ik zou zo graag willen dat Hilde ook een kop koffie krijgt van hem. Het is niet zo dat alles maar om Jos draait en dat hij zich kan permitteren om de sfeer te verpesten als Hilde niet doet wat hij zegt.

Is dat zo wat jij zegt? Is dat zo: dat het niet zo kan zijn dat alles om Jos draait.
Ik zie iets anders. Wat ik zie is dat de situatie is zoals die is: alles draait om Jos, en Hilde is hem in alles ter wille om te voorkomen dat hij boos wordt of haar volledig negeert. Dat is de realiteit, dat zijn de feiten. Ja, zegt Louise, dat is waar.

Kan jij daarmee zijn?
Moeilijk, zegt Louise.

Als Hilde aangeeft dat zij in deze laatste fase met deze man op dezelfde voet wil doorgaan als voorheen, wie ben jij dan om dat anders te willen?

Als je hulp zou willen bieden, vanuit compassie met haar situatie, dan is dat toch zonder voorwaarden? Of dient zij zich uit te spreken naar haar partner toe, omdat jij nog met frustratie zit vanuit jouw situatie, vanuit al die keren dat jij je niet hebt uitgesproken?

Als je werkelijk je ondersteuning wil geven, dan kan ik me voorstellen dat je haar aanbiedt om bij haar langs te komen en dat zij, bij wijze van spreken, twee uur voor zichzelf heeft om te doen wat zij op dat moment graag zou willen (hard lopen/rusten/vriendin opzoeken).

En dan zeg je erbij dat je heel goed voor haar man zal zorgen…
Louise kijkt me met grote ogen aan.

Ja, zeg ik, dat is nou precies waar haar zorg over gaat…, het is te ingewikkeld, te groots om oppas te regelen voor de kinderen én voor deze man in het bijzonder…, laat maar.

Zij realiseert zich heel goed dat hij een dwingeland is, waar zij niet tegen in gaat…, en zeker niet nu hij ongeneeslijk ziek is… Zij heeft zo haar beweegredenen om het te doen zoals zij het doet…, mag dat? Of moet zij en Jos veranderen voordat jij in het bootje kan stappen om hen hulp te geven?

Kan je zijn met wat is?

En dit is het: een vrouw die een destructief patroon in stand houdt om de lieve vrede te bewaren, want haar man zal binnen niet al te lange tijd sterven. Dat is de realiteit. Zie dat jouw frustratie en onmacht erdoor heen loopt, waardoor je niet kan aanvoelen en kan geven wat er nodig is voor Hilde. Dat is niet erg…, het gaat niet over goed of fout…, maar over de drijfveren, die maken dat jij zo reageert zoals je reageert. Als je die doorziet, ontstaat er bewegingsvrijheid en kan je de hulp bieden die passend is.

En hoe lang heb jij erover gedaan om uit je patroon te stappen?
Kan je compassie voelen voor haar en voor de situatie waarin zij zich bevindt?
Omdat je zelf aan den lijve hebt ervaren dat je niet bij machte was om uit een destructief patroon te stappen?
Omdat je zelf aan den lijve hebt ervaren dat je zo jouw beweegredenen had om een ongezonde situatie in stand te houden?
Omdat je zelf aan den lijve hebt ervaren dat het heel wat moed vraagt om in opstand te komen?

Ja, zegt Louise, ik voel wat je zegt, het komt binnen. Ik zou dit met haar kunnen delen, van mens tot mens, dat ik begrijp dat ze zich in een moeilijke situatie bevindt, dat ik het herken.. en dat ik haar graag wil bijstaan zoals het voor haar goed voelt. Ik heb er zelf ook zo lang over gedaan…

Ja, zo is het…, nu voel ik je hart.

www.bewustzijnscoaching.com
LinkedIn: Caroline Ootes
Facebookpagina: Caroline Ootes, Ontwaken, Bewustzijnscoaching

Zelfonderzoek: Ik zou zo graag in het hier en nu willen leven, maar ik leef van de ene stip op de horizon naar de volgende stip.

The blog is also available in English, switch the button on the homepage.

(Cartoon: Joost Verweij)

Ik ontmoet een vrouw in de praktijk. Voor het gemak noem ik haar Silvia. Er ontstaat een uitwisseling. Silvia geeft aan dat ze in haar leven steeds de neiging heeft om 20 stappen verder te zijn dan waar ze nu is.
Ze vindt het moeilijk om in het hier en nu te leven. Ze leeft eigenlijk van de ene stip op de horizon naar de volgende stip op de horizon. En dit speelt zich niet alleen af op het gebied van haar werk (the next step op de carrièreladder), maar ook met betrekking tot relaties.
Ze zegt: ‘Ik kan het gewoonweg niet stoppen…, ik ben alsmaar bezig met de volgende stap, ik maak voortdurend plaatjes in mijn hoofd over mijn werk en over een nieuwe relatie, die enige tijd geleden is gestart. Mijn coachingsvraag is hoe ik in het hier en nu kan zijn.’

Ik nodig haar uit om wat meer te delen. Ze vertelt over een nieuwe relatie. Ze ontmoette hem en vanaf de start gingen ze meteen de diepte in: een totaal nieuwe ervaring voor haar. Ze geeft aan dat ze hem dichterbij wil laten komen, maar dat ze er ook bang voor is. Net als hij. Hij heeft haar laten weten dat hij moeite heeft met binding door een eerdere verstikkende relatie in zijn leven.

Op enig moment nodigt ze hem gekscherend uit om met haar familie mee te gaan op familieweekend. Ze weet van tevoren al het antwoord dat hij zal geven van waaruit ze zegt: ‘Ik vraag je niet mee, maar ik deel wel met je dat mijn broer grapte dat het moment daar is om eens kennis met elkaar te maken: misschien wil je vriend wel mee met het weekend?’
De uitnodiging van de broer van Silvia triggert direct een gevoel van verstikking bij de vriend van Silvia: er ontstaat spanning op zijn keel, hij voelt zich onder druk gezet.
‘Je hoeft echt niet mee hoor, zegt Silvia tegen hem, ik vraag je toch ook niet mee…, ik deel gewoon even wat mijn broer zei.’

Na deze ontmoeting merkt ze op dat de plaatjesmachine gaat draaien. Allerlei gedachten spoken door haar hoofd waardoor er twijfel in haar opkomt of ze wel met deze man verder moet gaan: ‘Zit er wel een toekomst in? Niet alleen houdt hij de boot af, ik ook.’

Ik vraag aan Silvia wat zoal haar plaatjes (gedachten) zijn: breng ze eens allemaal aan/in het licht, wat spookt er zoal door je heen?

‘Nou, zegt Silvia, allereerst gaat er door me heen of ik hier wel mee door moet gaan, ik stel me dan voor wat deze bindingsangst betekent voor onze relatie in de nabije toekomst… en dan ontstaat er twijfel.’ Dan denk ik: ‘Jeetje, deze man is wel heel erg beschadigd…, en ik wil ook niet zijn therapeut zijn…, maar we hebben wel diepe uitwisselingen, dat is heel fijn…, en het komt me ook wel goed uit dat hij een vorm van bindingsangst heeft…, dan hoef ik zelf ook niet over de brug te komen…, en …als ik heel eerlijk ben…, voelt het wel veilig dat hij afstand houdt, dan kan het ook niet fout gaan…, want er leeft een sterke gedachte in mij dat het toch wel weer fout zal gaan.’
Ze vervolgt: ‘Ja, ik zie die denkmachine aan gaan…, ik zie dat ik weer volledig wordt opgeslorpt door al die plaatjes, al die gedachten, maar ik kan het niet laten, dat hoofd gaat gewoon door. Ik zou zo graag in het hier en nu willen leven. Eigenlijk maak ik zelf kapot wat er nu is (mooie uitwisselingen) door steeds maar in gedachten vooruit te lopen op de nabije toekomst.’

‘Ja, zeg ik, ik voel je energie…, het ontbreekt aan vertrouwen…
Ik voel dat je houvast wil, zekerheid, duidelijkheid…, en die is er niet doordat de situatie zo is zoals die is. En daarnaast…, het leven zelf is van nature ook onzeker: je weet niet wat het volgende moment brengt, dus er is geen antwoord mogelijk.’

Het resoneert: er is geen vertrouwen. Ze barst in huilen uit: ‘Als ik nu ga vertrouwen, ben ik zo bang om de deksel op mijn neus te krijgen.’
Ze huilt. Ik geef haar de tijd om haar verdriet te voelen.

Na enige tijd vraag ik aan haar wat ze bedoelt als ze zegt dat ze zo bang is om de deksel op haar neus te krijgen.
‘Dat ik gekwetst kan worden’, zegt Silvia.
Hoe ziet dat er dan uit? Waar ben je bang voor?
‘Ik ben bang dat hij de stekker eruit trekt.’
Van waaruit zou hij de stekker eruit trekken, in jouw beleving?
‘Nou, dat hij mij niet goed genoeg vindt, dat ik zijn liefde niet waard ben.’
En dan? Waar ben je dan bang voor?
‘Dat ik alleen achter blijf.’
‘Ja, dat is wat ik voel’, zeg ik. ‘Je hebt op enig moment je hart afgesloten, net als hij, je bent zo bang om gekwetst te worden…’

Ik voel dat je wordt geleid door een overtuiging en die overtuiging lijkt te zijn: liefde zit er niet in voor mij, niemand die mij echt wil, ik blijf alleen achter.

Deze opmerking triggert een stortvloed van verdriet. Ik voel compassie voor haar en nodig haar uit om de oude pijn ten volle toe te laten.

Na enige tijd vraag ik: ‘Heb je door dat dit kindpijn is? Het lijkt erop dat je in je kindertijd de boodschap van je ouders hebt opgepikt dat ze niet echt van je hielden, wat jij hebt vertaald naar: ik ben niet goed genoeg, ik ben het niet waard om van te houden.’

Wederom barst ze in huilen uit. Ze zegt: ‘Het resoneert 100%. Ik heb als kind soms wel eens gedacht dat ik geadopteerd was, ondanks mijn geboortefoto’s als bewijs.’
Blijf bij je verdriet, zeg ik,  voel waar het zich bevindt in je lichaam, breng al je aandacht naar deze pijn en laat het smelten, ga niet naar je hoofd, naar verhalen.

Na de nodige schokken van intens verdriet wordt het weer rustig in Silvia.
‘Ja, zeg ik, dit is de pijn die je al een heel leven bij je draagt. En waar vanuit je handelt. Deze pijn heeft nog nooit volledig het licht gezien. En het bestaan is je heel genadig, door deze man op je pad te brengen, waardoor jou de mogelijkheid wordt aangereikt om de pijn, van het kind dat je was, te laten smelten.

Deze pijn maakt dat je steeds een toevlucht neemt naar je hoofd: er is geen vertrouwen. Op enig moment in je leven ben je je gaan afsluiten: je verlangt naar intimiteit en openheid, dat is je hart. Ieders hart verlangt naar verbinding, naar nabijheid en contact, maar de pijn van niet geliefd zijn, zit er nog voor.’

Ik ga nu weer even terug naar de vraag waarmee je binnen kwam: ‘Hoe kan ik in het hier en nu zijn?’
Er zijn meerdere wegen. Allereerst: laat deze pijn smelten, die vandaag inzichtelijk is geworden. Iedere keer wanneer angst en twijfel wordt getriggerd en een dwangmatige neiging opkomt om plaatjes te maken over deze relatie, keer naar binnen en voel de pijn die schuil gaat onder de plaatjes: alles is onzeker (dat klopt: het leven is onzeker), ik weet niet wat ik moet doen (dat kan jij ook niet weten, de stroom van het leven is niet voorspelbaar), moet ik hier wel mee door gaan (dat wijst zich vanzelf uit), ik ben zo bang dat het fout gaat, dat er niemand is die van me houdt, dat ik alleen achter blijf (de pijn van het kind en existentiële pijn: en diep gevoel van eenzaamheid).

Wanneer je de pijn tot op de wortel hebt gevoeld, dan verdampt deze.
Dan  kan de neiging tot het maken van plaatjes nog wel getriggerd worden, maar je wordt niet langer meer gegijzeld door de mind, het is dan mogelijk om aanwezig te zijn bij de plaatjesmachine: je ziet wat er plaats vindt in jou zonder dat je daar in opgaat. Het Zelf (Bewust Zijn) kijkt naar het zelf (de mind). Je ziet het verhaal wat zich afspeelt in je hoofd. En kijk dan totaal: bekijk alles wat door de mind ten tonele wordt gevoerd, van het begin tot het eind…, wees aanwezig…, de hele film rolt zich uit, terwijl je ernaar kijkt…, je realiserende dat jij niet het verhaal bent, maar de lamp van gewaar zijn, die het verhaal beziet. Door volledig bewust de capriolen van de mind te aanschouwen, breng je alles aan en in het licht van gewaar zijn. Het patroon wordt helemaal doorgelicht, doorzien en op het bepaald moment dooft die uit.

Betreft het een nieuwe situatie die jou triggert, een situatie die je niet los kunt laten (het blijft aan je trekken, je blijft ermee bezig): kijk, neem waar wat er gebeurt, wat je zegt, doet… en onderzoek op een rustig moment wat er wordt geraakt, welke overtuigingen (plaatjes) er zijn aangetikt in jou. Hou je niet bezig met de ander, met wat de ander fout deed. Hou je ook niet bezig met wat jij al dan niet goed hebt gedaan: dat is geen zelfonderzoek, dat is de mind, die de ander schuldig wil verklaren en/of jezelf. Ga niet naar psychologische analyse en verklaringen.
Breng eenvoudig alles aan het licht, dat is zelfonderzoek: de lamp van Bewust Zijn die alles in het licht zet wat er leeft in jou aan overtuigingen en angsten tot je uitkomt bij de pit: het pijnpunt (zie vorige blog). Soms is het doorzien van de trigger al genoeg om de realiteit weer te zien zoals die is, soms is er meer werk nodig: het voelen van de oorspronkelijke pijn zoals dit vandaag plaats vond in jou.
Hoe voelt die pijn? De pijn van niet geliefd zijn, de pijn van eenzaamheid. Ga niet naar verklaringen en verhalen over je jeugd. Ga naar de pijn die schuil gaat achter de gedachte dat je vaak het gevoel hebt gehad dat je geadopteerd was: niemand die van me houdt, eenzaamheid. Laat die pijn smelten. En dan opent jouw hart zich en is het mogelijk om werkelijk een intieme relatie aan te gaan.

En besef de doorwerking van jouw proces op je partner: alles wat jij opschoont, heeft een helende uitwerking op hem en op een ieder waarmee jij je verbindt. Is dat niet geweldig?

Een andere weg om uit het hoofd te geraken, is: aanwezig zijn in het hier en nu. En ik zie/voel dat de lamp van gewaarzijn niet meer totaal versluierd raakt door de identificatie met de mind: je ziet, je merkt op dat je steeds een toevlucht neemt naar je hoofd, naar verklaringen, naar twijfels, wantrouwen. Veroordeel deze neiging niet, het is niet persoonlijk, het is collectief, we zijn allemaal in dit veld van angst en tekort groot gebracht. En het is al heel wat dat je de neiging ziet. De meerderheid van de mensheid heeft niet door dat ze continu vanuit dit veld, vanuit de mind leven: in het verleden of in de toekomst, maar niet hier en nu. Ze zijn volledig geïdentificeerd met de mind, met hun gedachten en emoties, die het ik zich toe eigent (mijn verhaal). En verandering begint met zien, met gewaarzijn. Dus geweldig dat je de neiging ziet. De oefening die ik je wil mee geven, is: keer terug naar het hier en nu. Iedere keer als je weer opmerkt dat je in je hoofd zit, breng de aandacht naar dit moment. Dit is niet eenvoudig, omdat het een diep ingesleten groef is: het hoofd als overlevingsstrategie om kwetsing te voorkomen. Grip willen op een situatie (relatie) om mogelijke teleurstelling en pijn voor te zijn. Duidelijkheid en zekerheid willen daar waar geen duidelijkheid en zekerheid te geven is: want het leven is onzeker en open, dus niet voorspelbaar.

En dat doet me denken aan Nisargadatta, een spiritueel leraar die in 1981 overleed. Ken je die? Nee. Hij is tot verlichting gekomen door een eenvoudige instructie van zijn meester consequent toe te passen. Iedere keer dat er sprake was van identificatie met de mind (ik ben de wereld, deze persoonlijkheid, het lichaam, mijn geloof, cultuur etc.) bracht hij de aandacht weer terug naar het oorspronkelijke principe, naar het ‘zijnde’ principe, het ‘I am’. Naar dat wat is…, voorbij de mind…, voorbij alle aannames en overtuigingen die door het ik worden geclaimd (ik ben zus en zo). Als dat van ons afvalt…, de identificatie met de mind…, wat blijft er dan over? Dat wat is: I am. En na I am… is het stil, geen invulling, geen houvast: openheid, geen identificatie met wat dan ook, dat is Leven.

I am…, meer valt er niet te zeggen. Iedere keer dat de neiging er is om in een verhaal op te gaan, een verhaal over jezelf of over de ander, een verhaal over het verleden of over de toekomst: keer terug naar I am, naar Beingness, naar gewoon Zijn.

Hiermee eindigen we de sessie. Ze is mij enorm dankbaar. ‘Hoe is het mogelijk dat we in zo’n korte tijd tot de kern kwamen’, zegt ze. Ja…, soms gaat het zo…, je bent een rijpe appel.

I Am – Nisargadatta

Noot: de blog bevat een uitgebreide reactie op de vraag van de cliënt hoe in het hier en nu te leven. In werkelijkheid gaf ik tijdens het consult twee handreikingen: als je in het denken zit, in een verhaal, maak je daarvan los door je aandacht terug te brengen naar het hier en nu, daarnaast vertelde ik over Nisargadatta: I Am.
De uitgebreide reactie  – vanuit gewaarzijn een patroon volgen -, ontstond tijdens het schrijfproces.

www.bewustzijnscoaching.com
Facebook: Caroline Ootes, Ontwaken, Bewustzijnscoaching.
LinkedIn: Caroline Ootes

Socrates: een niet onderzocht leven, is het niet waard geleefd te worden

The blog is also available in English, switch the button at the top of the homepage.

Het alziende oog van Horus
Vandaag gingen de woorden ‘Ken Uzelve’ door me heen.

‘Ken Uzelve’, prijkte boven de tempel van Apollo, de tempel waar de Grieken het Orakel van Delphi raadpleegden. Veel klassieke Griekse filosofen, zoals Socrates, waren overtuigd van het idee dat ware kennis over het leven start door intensief zelfonderzoek. Sterker nog…, volgens Socrates is een niet onderzocht leven het niet waard geleefd te worden. Voor de duidelijkheid: Socrates zegt daarmee niet dat een niet onderzocht leven niets waard is.

Ik herken deze uitspraak van Socrates. Een niet onderzocht leven is geen Leven…, het is een leven wat mechanisch verloopt, volgens aangeleerde patronen, die we als kind ontwikkelen. Voorbeeld: jij vervult altijd de rol van bemiddelaar (als volwassene), omdat je als kind het zo naar vond dat je ouders met enige regelmaat flinke ruzie hadden. Gevolg: zodra er onenigheid is in een gezelschap of in de relatie, word mechanisch het patroon in werking gezet, je gaat bemiddelen, of je dat nou wil of niet wil, je wordt overgenomen door het patroon, want het laatste wat je wil is ‘herrie in de tent’.
Herrie in de tent triggert een gevoel van onveiligheid, de onveiligheid die je als kind ervaarde van waaruit je tussen je ouders in ging staan. Je handelt in het heden dus ‘onbewust’.

Eigenlijk mag er, volgens jouw aangeleerde programma, waar jij geen zeggenschap over hebt, omdat dit programma nog onbewust in jou is, geen onenigheid zijn. Onenigheid of ruzie, wat op zijn tijd een gegeven is in een mensenleven, betekent voor jou: onveiligheid.

Een ander patroon kan zijn: afleiden. Je komt bijvoorbeeld uit een gezin waar niet werd gesproken over emoties of lastige situaties, omdat de ouders zelf niet hebben geleerd hoe zij met emoties om kunnen gaan. Het voorbeeld wat je als kind hebt gezien: zodra er emoties of kwetsbaarheid in het spel is, word je afgeleid. Gevolg: als volwassene herhaal je, totaal onbewust, automatisch, dit patroon wanneer er in een gesprek met je kind, partner of vrienden sprake is van gevoeligheden. Nog een gevolg: je begrijpt maar niet waarom je je zo leeg voelt…, afgesneden als je bent van je eigen emoties en kwetsbaarheden…, je weet je geen raad met de geraaktheden van anderen. Je voelt je met enige regelmaat alleen, je ervaart geen verbinding, contact, vriendschap, zonder dat je in de gaten hebt dat dit wordt veroorzaakt door dit patroon.

Iedereen, niemand uitgezonderd, kent pijnlijke ervaringen waarvan de pijn nog nooit ten volle het licht heeft gezien (bijvoorbeeld de pijn van eenzaamheid), maar deze pijn stuurt wel ons gedrag, zonder dat we het weten. Tenzij… ‘bewust zijn’ in ons op staat.

Naast aangeleerde patronen (sussen, je best doen, afleiding, aardig gevonden willen worden etc.), leren we ook van jongs af aan wat goed en fout is.
Zo leven er heel veel ‘plaatjes’ in ons, die we over de realiteit heen leggen.
Voorbeeld: luieren en niets doen is fout, van werken gaat niemand dood. Wederom laten we ons leiden door deze ‘plaatjes’, die automatisch worden geactiveerd wanneer een situatie in het heden daarmee overeen stemt: je zoon of dochter, die met enige regelmaat tijd en ruimte neemt om te ontspannen en te relaxen, wordt aangespoord om aan het werk te gaan, je geeft hem of haar een opdracht voor een huishoudelijke taak of laat hem/haar weten dat er huiswerk gemaakt moet worden: luieren mag niet.
De realiteit is: een dochter of zoon die zich ontspant. Die realiteit is dus neutraal, maar niet voor jou, omdat jij het plaatje hebt mee gekregen dat op je lauweren rusten fout is. Dit is dan één voorbeeld, maar ik kan je vertellen, door jaren van zelfonderzoek, dat er vele plaatjes en overtuigingen in ons leven, vanuit de mind, die ons gedrag stuurt, zonder dat we daar wat over te vertellen hebben…, tenzij we wakker worden, bewust worden.

Of we het nu leuk vinden of niet: we worden geleefd door al die plaatjes, ouderlijke stemmen en overtuigingen, die we ons niet bewust zijn.
Onwetendheid en oude pijn bepalen ons gedrag.

Oké, intensief zelfonderzoek lijkt dus noodzakelijk te zijn om wakker te worden uit de staat van onwetendheid, ook wel de droomstaat genoemd. Ja, dat beaam ik. En daar is ‘Bewustzijn’ voor nodig, ‘Gewaarzijn’.

Een eerste stap is dat we het patroon zien.
Maar wat bedoel je met zien?

Kijk je vanuit de mind?
Of kijk je vanuit Gewaarzijn c.q. Bewustzijn?

Als we kijken vanuit de mind, dan vinden we er wat van: wat we zien veroordelen we.
Je ziet bijvoorbeeld dat er een oordeel voorbij komt en direct wordt er een gedachte geactiveerd: ik mag niet oordelen. Dit is niet het zien wat ons uit ons lijden zal bevrijden.

Het gaat over zien vanuit Bewustzijn, dan wordt er waar genomen zonder oordeel. En dat is een wezenlijke ontwikkeling: de sprong van het zien vanuit de mind (die afkeurt wat wordt gezien) naar waarnemen vanuit de Bron, die helder, liefdevol en neutraal is (onze Boeddha natuur).

Hoe kijk jij? Met welk oog bezie jij je gedrag en handelen?
Onderzoek dat eens door de dag heen. Kijk je vanuit de mind? Of is er een zien vanuit neutraliteit, een zacht, liefdevol aanschouwen van wat er plaats vindt in jou?

En wat zie je dan?
Zie je de patronen en overtuigingen in jou die je gedrag sturen?
Zie je welke diepere pijn er wordt geraakt, die je niet wil voelen?
De pijn die schuil gaat achter irritatie, oordelen, afleiding, je best doen, schuld, schaamte, niet goed genoeg zijn, angst?

Laat de oude pijn smelten, maak contact met deze pijn die je al zo lang bij je draagt: de pijn van niet geliefd zijn, de pijn van eenzaamheid en afwijzing, de pijn van leegte, gemis, de pijn van niet welkom zijn, de pijn van hulpeloosheid en onmacht, de pijn van niet begrepen en gehoord zijn, van onveiligheid en niet gesteund zijn, de pijn van onderdrukking, van geen stem hebben.
The way out, is the way in.

Zelfonderzoek kent een voorwaarde.
Wat zou deze voorwaarde zijn? Enig idee?
Wat is essentieel om de vruchten van zelfonderzoek te kunnen plukken?

Mijn antwoord: een diep besef dat jij de enige bent, die verantwoordelijk is voor jouw pijn.

En dat vinden we nog niet zo gemakkelijk, omdat we allemaal vermijders zijn…, vermijders van pijn. En om die pijn of kwetsing niet te hoeven voelen, wijzen we naar buiten, naar de ander, de anderen zijn de oorzaak van mijn pijn. En deze overtuiging is heel hardnekkig: ik voel me zo en dat komt door jou of jullie.

Nee, dat komt niet door de ander(en), de ander triggert slechts de pijn, die al in jou aanwezig is. Als die pijn niet in jou aanwezig is, zou er überhaupt geen pijn gevoeld worden, je zou het gemopper van je partner, als je hem vraagt de tv uit te zetten, niet als pijnlijk ervaren, omdat de bodem daarvoor in jou ontbreekt. Jij kan alleen maar geraakt worden als er een haakje in jou is van eerdere pijn, die overeen lijkt te komen met dat wat jij meent waar te nemen bij de ander(en): zie je wel, mijn partner vindt mij niet belangrijk, hij heeft geen aandacht voor mij, wel voor die tv (mobiele telefoon, andere mensen etc.)

Als je geraakt wordt, neem verantwoordelijkheid voor dat wat zich afspeelt in jou.

En laat de pijn van het kind dat je was, smelten.

En de beloning van zelfonderzoek is: innerlijke bevrijding, onvoorwaardelijke liefde, lijden dat ophoudt te bestaan, een schone lens, leegte (er zit niets meer tussen jou en de realiteit: je ziet de dingen zoals ze zijn).

Een rijke beloning, die ons echter niet zomaar in de schoot wordt geworpen. Het vraagt een totale inzet en dan op een dag… vindt de verschuiving plaats… en ben je niet langer een slaaf van de mind. Er komt steeds meer zicht, helder zicht, de identificatie met de pijnlijke emoties en overtuigingen dooft langzaamaan (of ineens), naarmate het Bewustzijn zich verdiept, uit.

Als je je aangesproken voelt door deze weg, de weg van zelfonderzoek, weet dat je welkom bent voor wat begeleiding en ondersteuning.

Een onderzocht leven is het waard geleefd te worden.

Voor aanvullende informatie: lees de blog ‘zelfonderzoek in relaties’, de blog ‘zelfonderzoek: alles in mijn leven is moeten’ en de blog ‘overtuigingen transformeren, de directe weg’.

www.bewustzijnscoaching.com
Facebook: Caroline Ootes, Ontwaken, Bewustzijnscoaching
LinkedIn: Caroline Ootes

Niets is zeker. Leer dat lief te hebben.

The blog is also available in English, switch the button at the top of the homepage.

We (mijn partner en onze dochter) zijn op vakantie in een ander land, een land waar we nog niet eerder zijn geweest. Op enig moment laat onze dochter ontvallen dat ze haar zus mist, die vorig jaar rond deze tijd is overleden. Ze geeft aan dat ze tijdens andere vakanties met het gezin gewend was om in de avond samen met haar op pad te gaan, dat gaat nu niet meer. Ze is verdrietig.

Later laat ze weten dat ze zin heeft om leeftijdsgenoten te ontmoeten om samen te chillen. Ze plaatst een bericht op tinder friends en niet veel later ontvangt ze een berichtje van een jongeman van haar leeftijd, die op 17 km afstand van ons adres in een vakantiehuis, samen met twee andere mannen verblijft; ze laat een foto zien van de jongeman, die aangeeft dat ze een riant vakantiehuis hebben gehuurd, wat zich op een afgelegen plek bevindt.

We bevinden ons op dat moment aan zee. Mijn partner ligt enkele meters verderop, hij heeft de schaduw opgezocht en luistert op een afstandje mee naar het gesprek wat zich tussen mijn dochter en mij ontvouwt. Ze heeft zin in een avontuur, zegt ze. Ze vraagt zich af hoe ze daar komt en hoe ze ’s nachts weer thuis komt.

Gaande het gesprek staat mijn partner op en loopt naar ons toe. Hij laat duidelijk blijken dat hij niet wil dat ze gaat: een onbekend land, 17 km afstand van ons adres, afgelegen huis, 3 mannen die ze niet kent…,waar is dat allemaal voor nodig… het is onze laatste avond…, samen uit, samen thuis… is zijn motto.

Aan alles voel ik dat zijn reactie voort komt uit angst. Zo bang om nog een dochter te verliezen…, hij voelt dat hij geen enkele controle heeft over de situatie…

Tja, hoe ga je om met een dergelijke situatie als je dochter een volwassen vrouw is van 26 jaar en je partner duidelijk te kennen geeft dat hij dit uitstapje van zijn dochter niet ziet zitten?

Dochterlief is even van slag van de reactie van haar vader. Haar vader gaat de zee in. Ze hervat het gesprek met mij. Wat vind jij ervan? Wat zal ik doen? Geen idee, zeg ik, wat gaat er nu allemaal door jou heen? Nou, ik wil pappa niet teleurstellen, en het is natuurlijk ook leuk om samen af te sluiten met een etentje en ik begrijp ook wel dat hij bang is, maar ja, ik ben 26 jaar… en ik voel ook een druk als pappa dit zegt…, dat ik niet kan doen wat ik zelf wil…, ik hou nou eenmaal van wat avontuur…

Oké, en verder…, wat leeft er nog meer in je? Nou, ik vind het leuk, ik heb er zin in, mensen ontmoeten en lekker chillen met elkaar, maar ja, het vervoer is nog een probleem: hoe kom ik daar en hoe kom ik weer thuis? Wat zal ik nou doen?

Doe wat klopt voor jou, zeg ik, ook als het niet klopt voor je vader. Jij bent niet verantwoordelijk voor zijn gevoelens, of dat nou angst is… of teleurstelling vanuit een verwachting die hij heeft over de laatste avond. En je vader heeft natuurlijk alle recht om zich te uiten, om zijn behoefte uit te spreken en zijn angst te tonen, maar dat betekent niet dat jij je daarnaar dient te voegen. De druk die je ervaart wordt niet veroorzaakt door je vader, die druk leeft in jou, het is de druk van de aanpassing, die in ieder van ons leeft, het is niet eenvoudig om je-Zelf te zijn, om tegen de verwachting van de ander in… de innerlijke stem… trouw te zijn.

Het is aan jou om te ontdekken wat de innerlijke stem je influistert, wat klopt voor jou. En er zijn meerdere mogelijkheden: je kan eerst met ons samen uit eten gaan en dan deze jongemannen opzoeken, je kan uit eten gaan met ons en vervolgens kijken wat er hier in de directe omgeving aan mogelijkheden zijn om leeftijdsgenoten op te zoeken (café in de buurt/happening op het strand), je kan met ons uit eten gaan en daarna lopen we samen nog naar de oude stad om wat te slenteren en ergens een drankje te doen, je kan ook beslissen om geen gehoor te geven aan de drang naar avontuur, om te ervaren wat dat in jou teweeg brengt, wat ontmoet je in jezelf als je niet ‘uit’ gaat.

Ze laat het allemaal even bezinken. Op enig moment zegt ze: Ik ga niet…, ik weet niet hoe ik daar moet komen en ook de terugreis is een probleem. Kan jij me niet ophalen? Nee, zeg ik, daar heb ik geen zin in. Ik wil je wel brengen zolang het licht is, leuk om met de auto de omgeving te verkennen, maar de terugreis dien je anders te regelen. Oké, zegt ze, ik ga niet, te ingewikkeld allemaal.

Enige tijd later appt de jongeman, hij is bereid haar op te halen, maar aangezien hij zelf enkele alcoholische drankjes wil nuttigen, kan hij haar niet terug brengen naar het adres waar wij verblijven.

Zijn reactie verandert haar gedachten: ze geeft aan dat ze op de uitnodiging in wil gaan en vraagt of hij een taxi voor de terugreis kan regelen. Niet veel later volgt een naam en telefoonnummer van een taxichauffeur die bereid is om haar, eventueel midden in de nacht, naar huis te brengen. Ze zegt: Ik ga…, ik ga eerst samen met jullie uit eten en dan laat ik hem mij ophalen vanaf ons adres.

Oké, zeg ik, dan lijkt het me fijn om hem even te ontmoeten op het moment dat hij je komt ophalen en ik wil het adres waar hij verblijft, zijn naam en telefoonnummer. Laat de foto nog eens zien van deze jongeman? Ik kijk nog eens goed en voel de foto in: goeie energie, vertrouwenwekkend. De situatie zoals die zich nu ontvouwt voelt goed voor mij. Mijn dochter zegt: Moet ik het pappa vertellen? Dat kan ik niet hoor…, dat ziet hij vast niet zitten. We zien wel hoe het zich ontvouwt…, dat weet ik nu ook nog niet; in ieder geval kan je het geld voor de taxi lenen en leuk dat we nog samen uit eten gaan, dat zal je vader fijn vinden.

Na het eten wordt ze vanaf ons verblijfadres opgehaald. We lopen naar buiten en maken even kennis met de jongeman. Hij stapt uit de auto, stelt zich voor en ik laat weten dat ik het fijn vind om hem even te ontmoeten: we zijn in een onbekende omgeving, we kennen je niet en onze dochter is ons dierbaar. Hij reageert begripvol: kan ik me voorstellen, zegt hij, heel goed om een oogje in het zeil te houden. Mijn partner is gerust gesteld.

Ze stapt in en belooft een appje te sturen. Ik leefde in de veronderstelling dat ze het adres van het verblijf van de jongemannen nog zou sturen. De volgende dag bleek dat ze, voorafgaand aan haar afspraak, de locatie al had geappt, wat ik niet goed had geregistreerd.

Drie kwartier later ga ik naar bed, er is nog geen app met het adres binnen gekomen. Dat is ze vast vergeten…, gaat er door me heen…, nou ja, het is goed zo…, ik ga slapen.

Na een paar uur ga ik naar het toilet en kijk daarna nog even op de telefoon. Geen bericht. Jammer, ik weet dus niet hoe het met haar gaat en het adres waar ze verblijft is niet bekend (dacht ik). Ik verkeer in de zone van het ‘ongewisse’. En toch komt er geen beweging op gang om haar een app te sturen. Ik stap weer in bed. Het is warm, ik kan de slaap niet vatten. Ik zie het ene scenario na het andere scenario voor mijn geestesoog verschijnen, onbewogen kijk ik toe naar de mogelijkheden: ze kan verkracht worden, ze kan vermoord worden, ze kan een geweldige avond ervaren en ergens in de nacht weer thuis aanwaaien, ze kan het reuze naar haar zin hebben en besluiten om te blijven slapen, ze kan het zo naar haar zin hebben dat ze besluit om nog een weekje met hen op te trekken. Dit zijn zo wat mogelijkheden die voorbij komen, ik ben er rustig onder.

Maar achter de scenario’s wordt er wel een andere diepe toon geraakt, een toon die gerelateerd is aan angst: de toon van het ongewisse, de toon van het niet weten, van het onbekende, van totale openheid, wat het Leven zelf is: onbekend, fris, nieuw, een avontuur. Het voelt beangstigend…, die totale openheid.

Rond een uur of drie bezoek ik wederom het toilet en kijk nogmaals op de telefoon: geen bericht. Ik bel haar. Ze neemt op, ze heeft het naar haar zin, ze wacht nu op de taxi en komt naar huis.  Fijn dat ze het naar haar zin heeft, dat ze geniet, zonder haar zus, die er niet meer bij kan zijn.

En voor ons…, voor mij… wederom een test van het Leven zelf: overgave aan het bestaan zelf, dat is waar het over gaat…, zonder enige reserve…, overgave aan de totale openheid…, niet wetende wat het volgende moment brengt, niet wetende wat de uitkomst is, niet wetende hoe deze situatie zich zal ontvouwen…, wat altijd al het geval is…, ook al leven we in de veronderstelling dat we het bestaan c.q. situaties naar onze hand kunnen zetten…

De realiteit is dat we geen enkele controle hebben, dat is de feitelijke situatie, waar we als de dood voor zijn zolang we onszelf bezien als afgescheiden van het bestaan: ‘ik’ en de wereld.

En wat betekent de wereld voor ons? Leeft er vertrouwen in ons? Of ervaren we de wereld als bedreigend en vijandig? Wat is ons perspectief?

Het ‘ik’ (ego) kent geen vertrouwen, het ‘ik’ is een creatie van de mind waardoor we ons afgescheiden ervaren van het leven zelf.
Het ‘ik’ wil zekerheid en duidelijkheid, wil weten waar het aan toe is, maar de realiteit is dat niets zeker is, er is geen houvast, er is niets om ons aan vast te klampen, ook al denken we van wel, ook al trachten we allerlei zekerheden te creëren (huis, partner, werk, gezondheid etc.).

En dan hoor ik mijn leraar zeggen: niets is zeker, leer dat lief te hebben.
Ja, dat is wat wij een jaar geleden (2016) ten volle aan de lijve hebben ondervonden: de dood van onze dochter.

Ik voel dat er een diep loslatingsproces gaande is in mij…, een langzame ontmanteling van het ‘ik’, van de identiteit, van het zelfbeeld (dit ben ik). Niets is meer zeker…, die realisatie is gaande, een afbraakproces wat zich voltrekt…

En als niets meer zeker is, dan zijn alle antwoorden mogelijk, alle scenario’s…, want dat is het Leven.

Vertrouwen in het bestaan, daar gaat het over…, wat overigens niet betekent argeloos of naïef in een situatie stappen. In deze situatie betekende dit voor mij: foto bekijken, even kennis maken, naam en telefoonnummer bekend, adres van verblijf vragen.

En zo draagt het universum met enige regelmaat onvoorziene testen aan zoals bovenstaande situatie met onze dochter. En het bewustzijn in mij kijkt toe: wat brengt deze situatie in mij teweeg? hoe reageer ik? Vanuit angst en zorg of vanuit vertrouwen?

Geen adres van het verblijf van de jongeman (dacht ik) + geen beweging tot het sturen van een app om adres te vragen… Voorheen zou ik in dergelijke situaties direct vanuit angst en zorg contact hebben opgenomen…

Tja, dat is het Leven. Welke testen van het universum kom jij tegen? Zie je ze? En wat brengen deze testen in jou teweeg? Is er verzet? Klamp je je vast? Of beweeg je mee? Onderzoek je voor jezelf wat deze test je toont? Iedere test draagt de mogelijkheid in zich tot groei, tot bewustzijn.

En dan ben ik onze dochter weer heel erg dankbaar voor haar avontuurlijke spirit, haar vertrouwen in de mensheid, een spiegel voor ons, ook al vergist zij zich soms.

De volgende dag lees ik de blog aan haar voor en vraag ik aan haar of zij zich hierin kan vinden. Is het oké als ik dit publiceer? Ja, zegt ze, het is oké.
Wat is de hapering die ik hoor, zeg ik.
Ik ben bang dat mensen weer over me heen vallen, dat ze weer van alles van me vinden, dat ik geen rekening met jullie heb gehouden, terwijl Simone rond deze tijd een jaar geleden is gestorven etc.
Nou, zeg ik, dat zal ik in de blog zetten…, misschien begrijpen ze ook de andere kant van de medaille…, dat je mij/ons dient in onze groei…, het is niet altijd gemakkelijk…, dat moet ik toegeven, maar ik ben je dankbaar…, heel dankbaar voor wie jij bent…

www.bewustzijnscoaching.com
Facebook: Caroline Ootes, Ontwaken, Bewustzijnscoaching
LinkedIn: Caroline Ootes

Moed betekent angst voelen en toch je hart volgen.

The blog is also available in English, switch the button at the top of the homepage.

Moed betekent angst voelen en toch je hart volgen.

We zijn op vakantie. Kennissen uit de omgeving komen langs, op visite.

De man en de vrouw delen de wetenswaardigheden van het afgelopen jaar. We luisteren naar de nieuwtjes en vragen hier en daar door. Leuk om te horen welke concrete veranderingen er in hun leven hebben plaats gevonden (verbouwing/andere baan).

Het tempo van het gesprek ligt ‘hoog’. Het ene verhaal na het andere wordt gedeeld. Na enige tijd valt mij op dat er niet een wederkerige uitwisseling ontstaat. Zij delen, wij (mijn partner en ik) luisteren. Wat maakt dat deze uitwisseling zo verloopt?

Wat ik bemerk, is er dat er weinig ruimte is in het gesprek, ruimte in de zin van openheid, ruimte in de zin van vertraging, ruimte in de zin van pauzes gedurende het delen, ruimte in de zin van: stilte.

De stilte, de openheid, de vertraging van waaruit verdieping, een werkelijk ontmoeten en humor kan ontstaan…

Op enig moment wordt er een wedervraag gesteld: welke nieuwtjes hebben jullie?
Ik voel geen enkele impuls om wat te delen. Er komt niets op. Ik heb geen nieuwtjes te delen. Wel een proces doorlopen naar aanleiding van het overlijden van onze dochter, waar zij van op de hoogte zijn.

De energie in het gezelschap ligt ‘hoog’ of is ‘gehaast’, ‘snel’. Ik merk dat ik wat tijd nodig heb om te zakken, om in te dalen, om te voelen wat er van binnenuit gedeeld wil worden, maar die tijd ontbreekt. En ik spreek me daarover niet uit. Mijn partner doet een poging door een nieuwtje te delen. Het nieuwtje wordt op een bepaalde wijze opgepakt en vertaald door de ander. Er komt geen uitwisseling op gang en al snel draaien de rollen weer om. Hier en daar plaats ik nog een opmerking, maar er komt geen werkelijke ontmoeting op gang.

Ik bekijk onze interactie. Ja, zo gaat het…, dit is het hoofdmenu, niet het voorgerecht, maar het hoofdmenu: de wetenswaardigheden. Geen stilte, pauze, vertraging van waaruit verdieping en humor kan ontstaan, maar in een hoog tempo zenden.
Hij mist contact, hij mist de uitwisseling van emoties, geeft de bezoeker aan. Dat begrijp ik, als ik zo het gesprek waarneem. Hij voelt zich alleen, eenzaam, kent weinig mensen. Dat begrijp ik, als ik zo het gesprek beluister.

Na 1,5 uur breekt het moment aan om afscheid te nemen. De man geeft aan dat we altijd langs kunnen komen als er iets is, dat zij graag met ons willen wandelen en vervolgens nodigt hij ons uit om over 6 dagen te komen barbecueën.

En dan komt het erop aan: Wat zeg ik? Wat is mijn waarheid? Wat voel ik? Wil ik wel nader contact? Wil ik wel barbecueën met hen? En durf ik me uit te spreken ook als de ander dat mogelijk als een afwijzing of teleurstelling ervaart?

Eén ding is op voorhand voor mij duidelijk: ik wil niet barbecueën. Ik voel er niets voor om een aantal uren van mijn tijd door te brengen met mensen, die zich bewegen op het level van nieuwtjes. Niet dat er iets mis is met hen (het zijn sympathieke mensen) of met het uitwisselen van nieuwtjes, maar dat kan ook door even een praatje te maken, zo nu en dan.

Oké, de uitnodiging. Wat is mijn antwoord?
Ik zeg: ik weet het nog niet. Waarop de ander reageert: hoezo weet je het nu nog niet?
Ik zeg: Ik wil eerst met mijn partner overleggen, ik laat het je nog weten.
Hoezo is daar overleg voor nodig? Je weet nu toch wel of je over 6 dagen wilt barbecueën? (En dat klopt, ik weet mijn antwoord, maar ik ben niet alleen, er is ook een partner, en ik vind het niet makkelijk om ‘nee’ te zeggen).

En vervolgens kijkt hij vragend naar mijn partner: wat vind jij ervan? En ik zeg nogmaals dat ik met mijn partner wil overleggen: ik laat het je over enkele dagen weten. Mijn partner knikt instemmend naar mij en het gezelschap. Ik zie en voel dat de bezoeker geïrriteerd is en zich afgewezen voelt.

Ik pak de draad weer op en zeg: ik weet niet of ik het nu wel wil…, misschien voelt het gewoon te snel…, voelt het meer kloppend als we over een maand afspreken om te barbecueën. En ik wil ook gewoon even afstemmen met mijn partner. Waarop hij verbolgen reageert: Over een maand? zegt hij (dan pas…), nou, dan weet ik niet of ik er wel ben, misschien ben ik dan wel op vakantie. Waarop ik zeg: Oké, dat zij dan zo. Dat antwoord vindt hij niet leuk. En ik voeg eraan toe: Als het antwoord ‘nee’ is, als we jullie uitnodiging afslaan, betrek het dan niet op jezelf. Het gaat niet over jullie, ik mag jullie, maar de vraag is of ik op deze wijze wil afspreken met jullie. Nou, reageert hij echt geïrriteerd: ik wil het wel een paar dagen van tevoren weten om de inkopen te doen.
Ik zal het je tijdig laten weten, zeg ik.

Voel je het gesprek aan? Voel je hoe moeilijk het is om jezelf trouw te blijven als je een sterk appèl voelt van de andere kant tot contact? Als je weet dat de ander zich eenzaam voelt, ook al ben ik niet verantwoordelijk voor de eenzaamheid van de ander… Voel je wat voor enorme uitdaging er in zit om je uit te spreken, om je waarheid te leven?

Zo nu en dan een praatje of een kopje koffie/thee, meer zit er niet in. Dat is het antwoord van binnenuit, oftewel ‘mijn’ waarheid. Ga er maar eens aan staan om deze boodschap in alle openheid en eerlijkheid te geven. Ik wijs hen niet af, maar zo interpreteren zij dat wel, zij betrekken het op zichzelf, maar daar gaat het niet over, het gaat niet over hen, maar over mij: wat klopt voor mij?
Ook al klopt dat niet voor de ander…

Ja, maar je kunt toch niet altijd uitgaan van jezelf? Dat is toch egoïstisch?
Is dat zo? Is het egoïstisch om jezelf trouw te zijn? Of is het egoïstisch van de ander om er bij voorbaat vanuit te gaan dat je aan de verwachting (de uitnodiging) van de ander tegemoet komt? Het is toch een uitnodiging? Oftewel: een vraag? En op een vraag zijn toch meerdere antwoorden mogelijk: ja, nee, misschien. Mag ik ‘nee’ zeggen? Of dien ik eigenlijk ‘ja’ te zeggen, omdat de ander zich anders afgewezen voelt of teleurgesteld, alsof ik verantwoordelijk ben voor de reactie van de ander?

Ben ik verantwoordelijk voor de pijn die de ander in zich draagt, de pijn die geraakt wordt op het moment dat ik ‘nee’ zeg, de pijn die ooit is ontstaan in zijn of haar geschiedenis? Dien ik dan het leven te leiden wat anderen van mij verwachten, omdat zij zich anders afgewezen of teleurgesteld voelen?

Ben ik op het punt aangeland dat ik een afwijzing van de ander in ontvangst kan nemen wetende dat deze afwijzing niets over mij zegt, maar alles over de ander: hij of zij raakt getriggerd door een ‘nee’, hij of zij heeft een verwachting waar ik niet aan tegemoet kan komen, hij of zij laat de ander (mij) niet vrij, er is geen ruimte bij de ander om elk antwoord in ontvangst te nemen, het antwoord moet eigenlijk ‘ja’ zijn. Is dit liefde?

Hoe groot is het hart van de ander als er impliciete eisen worden gesteld? Als je eigenlijk geen ‘nee’ mag zeggen. Is het egoïstisch om naar jezelf te luisteren? Om na te gaan wat klopt voor jou? Ook als dat niet klopt voor de ander… Moet ik dan mijn leven zo  leven dat ik aan alle verwachtingen en verlangens van anderen voldoe? Dus dat ik het leven van anderen leid in plaats van het leven zoals het van binnenuit klopt?

Van waaruit bewegen we mee met al die verwachtingen die anderen over ons hebben? Schuldgevoel? Dan ben ik geen goeie …: vader, moeder, dochter, zoon, buurvrouw/man, partner, werknemer, werkgever?

Bewegen we mee met de verwachtingen om mogelijke oordelen van anderen te voorkomen? Oordelen die nog in onszelf leven, want anders zouden de oordelen van anderen ons überhaupt niet raken. Oordelen die voort komen uit overtuigingen, die we van jongs af aan hebben mee gekregen: als je aan jezelf denkt ben je een egoïst, dan heb je niets voor de ander over. Is dat zo? Heb je niets voor de ander over als je uitgaat van datgene wat klopt voor jou?

In hoeverre ben je echt aanwezig, in verbinding, in contact, als je ‘ja’ zegt, terwijl het van binnen een ‘nee’ is? In hoeverre is dat liefdevol naar de ander toe? Maar bovenal naar jezelf? Waarom voelen zoveel mensen zich moe en uitgeput? Zou dat onder andere te maken kunnen hebben met het gegeven dat we niet luisteren naar dat wat de innerlijke stem aangeeft, omdat we geleefd worden door allerlei overtuigingen, die aan ons door opvoeders en maatschappij met de paplepel zijn mee gegeven?

Oké, terug naar de situatie. De uitnodiging voor de barbecue. Ik overleg met mijn partner en vraag hem hoe hij erin zit. Hij geeft aan dat hij niet van barbecueën houdt. Zo nu en dan een kopje koffie/thee drinken en hij wil ook wel een enkele keer met de mannelijke bezoeker wandelen (of het er daadwerkelijk van komt, weet hij niet), maar hij zit niet te wachten op een barbecue.

Dit is het antwoord wat ik de bezoekers stuurde:

Ha lieve mensen,
Barbecue: nee. We vinden het leuk om jullie zondag even te bezoeken, de  verbouwing te zien en een praatje te maken, als het voor jullie ook oké is.

Ik kreeg het volgende antwoord terug: Hi, Oke op zondag.

Tja, zo gaat het dan…, dikke kans dat hij zondag vraagt waarom we niet willen barbecueën. En wederom een uitdaging: wat zeg ik dan? En mijn antwoord is anders dan het antwoord van mijn partner. Durf ik open en eerlijk aan te geven hoe voor mij de vork in de steel zit: zo nu en dan een praatje, dat is het, het heeft niets met jullie persoonlijk te maken, dit is gewoon het antwoord wat ik van binnenuit voel.

Ben benieuwd wat zich zondag ontvouwd.

PS betekent dit dat mijn partner voor hetzelfde dient te kiezen? Nee. Als hij wil gaan wandelen, eten, kletsen of anderszins…, ga je gang…, je bent een vrij mens…, net als ik.

De vrijheid die in mij rijzende is, gun ik ieder ander.

www.bewustzijnscoaching.com
Facebook: Caroline Ootes, Ontwaken, Bewustzijnscoaching
LinkedIn: Caroline Ootes

Alone but not lonely

This blog is also available in English, just switch the button at the top of the
homepage.

Bekend geluid: dat je je alleen voelt…, eenzaam.
En dat dat niets te maken heeft met alleen zijn. Alleen zijn, in de zin van: zonder sociale contacten. Integendeel, je leeft samen met mensen, je ontmoet collega’s op je werk, je bezoekt familie, vrienden… en ga zo maar door…, genoeg mensen om je heen, genoeg sociale uitwisselingen… en toch voel je je alleen, eenzaam.

Wat is dat toch? Van waaruit voelen we ons alleen…, eenzaam…, zelfs wanneer we in gezelschap zijn of op onszelf? Enig idee?

Jaren heb ik mij alleen gevoeld, eenzaam, vervreemd. Eigenlijk voelde ik me een groot deel van mijn leven niet thuis op aarde, verloren. En ik begreep er niks van. Genoeg mensen om me heen, het ontbrak mij aan niets… en toch voelde ik me alleen. Jaren ontvluchtte ik deze gevoelens van eenzaamheid, te pijnlijk om toe te laten. Allerlei vormen van afleiding zorgde ervoor dat die nare gevoelens van eenzaamheid op de achtergrond bleven.

Herkenbaar? Herken je de vluchtwegen die jij bewandelt om gevoelens van eenzaamheid uit de weg te gaan? Vormen van afleiding als: veel eten,  alcohol/drugs, festivals aflopen, tv/series kijken, iedere avond de hort op, veel kennissen en vrienden, hard werken, cursussen, opleidingen en therapie volgen om aan jezelf te werken (in de hoop dat het gevoel van ongelukkig zijn verdwijnt).

Kortom: we vullen onze tijd. We vullen de tijd met van alles en nog wat…, om de leegte in ons niet te hoeven voelen…, om de leegte te ontlopen…, de leegte die we allemaal in ons dragen.

Niet eenvoudig om deze gevoelens van eenzaamheid aan te gaan als de kracht en het inzicht ontbreekt dat eenzaamheid niets te maken heeft met uiterlijke omstandigheden, maar met een innerlijke hoedanigheid: we zijn niet thuis bij ons-Zelf, we zijn niet thuis in het Hart.

En als we niet thuis zijn bij ons-Zelf, dan zoeken we ‘het’ (verbinding, contact, liefde) buiten ons: dan hebben we de ander nodig. De ander moet onze gevoelens van eenzaamheid, vervreemding en niet begrepen zijn, voor ons weg nemen. De ander moet ons gelukkig maken (wat onmogelijk is). En door deze overtuiging (dat eenzaamheid alleen opgelost kan worden door een ander), voelen we ons afhankelijk van anderen.

In werkelijkheid zijn we niet afhankelijk, dat is niet de realiteit (we kunnen voor onszelf zorgen), maar we hebben ons afhankelijk gemaakt door de overtuiging die in ons leeft dat we de ander nodig hebben om ons gelukkig te voelen. En deze aanname zorgt ervoor dat we snakken naar liefde en goedkeuring van anderen. Heftig toch…, als je dit tot je door laat dringen?

En als we werkelijk menen dat we de ander nodig hebben voor ons gevoel van welbevinden, dan gaan we in de aanpassing, dat kan niet anders. Dan vragen we onszelf voortdurend af hoe we overkomen op anderen: hoe behoor ik me te gedragen, wat kan ik wel zeggen/doen en wat kan ik maar beter niet zeggen/doen, wat ligt goed in de groep (collega’s, vrienden, sportclub, politieke partij), wat is not done, wat is gepast, wat is wenselijk gedrag om geaccepteerd te worden, om erbij te horen?

Met andere woorden: we tonen de buitenwereld een masker.
We laat niet zien wat er werkelijk in ons omgaat, want als we ons ware gezicht laten zien, dan wijzen mensen ons af (denken we).
Wat we ons niet realiseren is dat de afwijzing in onszelf leeft (de criticus in ons): we wijzen onszelf af, van waaruit we bang zijn dat de ander ons ook zal afwijzen. En om afwijzing te voorkomen, doen we ons anders voor (vrolijk, vriendelijk, behulpzaam, geïnteresseerd etc.) dan wat er op dat moment in ons gaande is, want ja…, we hebben onszelf nu eenmaal afhankelijk gemaakt van de bevestiging en goedkeuring door anderen.

Gevolg: we geven onze individualiteit, onze eigenheid, ons-Zelf op (een proces wat van jongs af aan intreedt). We volgen, we zijn imitators, want anders blijven we alleen achter, anders wordt de pap ons onthouden. We worden deel van de massa, de menigte, in de aanpassing…, in ruil  voor…?

Ja, voor wat eigenlijk? Wat betekent die aandacht van de ander als we daarvoor onze eigenheid dienen op te geven? Wat betekent acceptatie of erbij horen als we ons anders voordoen, als we niet onszelf durven te zijn?

Ja, maar het is toch zo…, dat we de ander nodig hebben? Niemand wil toch alleen zijn? Niemand wil alleen achter blijven, toch?

O ja, is dat echt zo? Is levensgeluk afhankelijk van een ander?
Of denken we dit, omdat we niet anders weten, omdat we leven vanuit de aanpassing en we onze individualiteit zijn verloren. Denken we dit…, omdat we de confrontatie met de leegte nog niet zijn aan gegaan? Omdat we pijnlijke gevoelens van eenzaamheid ontlopen?
Zodra de eenzaamheid zich aandient, gaan we weer op de vlucht.

Hoe weten we wat zich aan de overkant bevindt als we nog nooit de leegte, de eenzaamheid hebben ontmoet?

Zonder de ander worden we op onszelf terug geworpen. Als we op onszelf worden terug geworpen (ruzie, verwijdering, relatie gaat uit, partner sterft, vriendschap wordt beëindigd), zullen gevoelens van eenzaamheid op onze deur kloppen. Blijf er eens bij, ook al veroorzaakt dat angst en wil je weer terug rennen naar de ander of naar een voor jou bekende vluchtroute. Treed de eenzaamheid tegemoet…

Ja, het voelt als een afgrond van diep gemis en leegte, ik weet er alles van.
Diep gemis en leegte naar wat?

Naar verbinding met ons-Zelf, naar verbinding met onze essentie: het Hart. En ja, er is moed voor nodig en inzicht om bij de pijn te blijven, maar wanneer we de leegte, het gemis en de eenzaamheid werkelijk tegemoet treden, vindt er een smeltingsproces plaats. Langzaamaan komen we thuis in ons Hart, we ontdekken wie we werkelijk zijn (los van anderen), gevoelens van vervreemding lossen op, ons individuele Zelf herrijst, de aanpassing en behoeftigheid (ik heb de ander nodig) verdwijnt: je bent en je ervaart dat je het prima naar je zin hebt met je-Zelf. Je gevoel van welbevinden is niet langer meer afhankelijk van goedkeuring, bevestiging, acceptatie, waardering, gezien of begrepen worden door de ander. Eenzaamheid transformeert naar alleen-zijn (al-een-zijn: je bent Een). Je bent gelukkig, zonder enige reden, je hebt de ander niet nodig. Niet dat je niet met anderen wilt zijn… Integendeel: je bent in staat om met anderen te zijn en samen te leven, omdat je je-Zelf bent.

Ik sluit af met een alinea van Osho (Zen tarot, kaart 9, aloneness) over eenzaamheid versus alleen zijn. ‘Eenzaamheid is een negatieve toestand. Je verlangt naar de aanwezigheid van de ander, je verlangt naar wezenlijk contact en verbinding, maar de ander is afwezig en jijzelf bent ook afwezig, niet aanwezig in het hart. Alleen zijn, wat iets anders is dan eenzaamheid, is de aanwezigheid van jezelf. Alleen zijn betekent: vervulling, overvloed, je hebt niemand nodig, fijn als er anderen zijn, maar je hebt ze niet nodig om je happy of vervuld te voelen.’

Until you get comfortable with being alone, you will never know if you are choosing someone out of love or loneliness.
(Mandy Hale)

www.bewustzijnscoaching.com
Facebook: Caroline Ootes, Ontwaken, Bewustzijnscoaching.
LinkeIn: Caroline Ootes