Niets is zeker. Leer dat lief te hebben.

 

als-niets-zeker-isd28601503fc40bc4eda1dd7277979c82

We (mijn partner en onze dochter) zijn op vakantie in een ander land, een land waar we nog niet eerder zijn geweest. Op enig moment laat onze dochter ontvallen dat ze haar zus mist, die vorig jaar rond deze tijd is overleden. Ze geeft aan dat ze tijdens andere vakanties met het gezin gewend was om in de avond samen met haar op pad te gaan, dat gaat nu niet meer. Ze is verdrietig.

Later laat ze weten dat ze zin heeft om leeftijdsgenoten te ontmoeten om samen te chillen. Ze plaatst een bericht op tinder friends en niet veel later ontvangt ze een berichtje van een jongeman van haar leeftijd, die op 17 km afstand van ons adres in een vakantiehuis, samen met twee andere mannen verblijft; ze laat een foto zien van de jongeman, die aangeeft dat ze een riant vakantiehuis hebben gehuurd, wat zich op een afgelegen plek bevindt.

We bevinden ons op dat moment aan zee. Mijn partner ligt enkele meters verderop, hij heeft de schaduw opgezocht en luistert op een afstandje mee naar het gesprek wat zich tussen mijn dochter en mij ontvouwt. Ze heeft zin in een avontuur, zegt ze. Ze vraagt zich af hoe ze daar komt en hoe ze ’s nachts weer thuis komt.

Gaande het gesprek staat mijn partner op en loopt naar ons toe. Hij laat duidelijk blijken dat hij niet wil dat ze gaat: een onbekend land, 17 km afstand van ons adres, afgelegen huis, 3 mannen die ze niet kent…,waar is dat allemaal voor nodig… het is onze laatste avond…, samen uit, samen thuis… is zijn motto.

Aan alles voel ik dat zijn reactie voort komt uit angst. Zo bang om nog een dochter te verliezen…, hij voelt dat hij geen enkele controle heeft over de situatie…

Tja, hoe ga je om met een dergelijke situatie als je dochter een volwassen vrouw is van 26 jaar en je partner duidelijk te kennen geeft dat hij dit uitstapje van zijn dochter niet ziet zitten?

Dochterlief is even van slag van de reactie van haar vader. Haar vader gaat de zee in. Ze hervat het gesprek met mij. Wat vind jij ervan? Wat zal ik doen? Geen idee, zeg ik. Wat gaat er nu allemaal door jou heen? Nou, ik wil pappa niet teleurstellen, en het is natuurlijk ook leuk om samen af te sluiten met een etentje en ik begrijp ook wel dat hij bang is, maar ja, ik ben 26 jaar… en ik voel ook een druk als pappa dit zegt…, dat ik niet kan doen wat ik zelf wil…, ik hou nou eenmaal van wat avontuur…

Oké, en wat leeft er nog meer in je? Nou, ik vind het leuk, ik heb er zin in, mensen ontmoeten en lekker chillen met elkaar, maar ja, het vervoer is nog een probleem: hoe kom ik daar en hoe kom ik weer thuis? Wat zal ik nou doen?

Doe wat klopt voor jou, zeg ik, ook als het niet klopt voor je vader. Jij bent niet verantwoordelijk voor zijn gevoelens, of dat nou angst is… of teleurstelling vanuit een verwachting die hij heeft over de laatste avond. En je vader heeft natuurlijk alle recht om zich te uiten, om zijn behoefte uit te spreken en zijn angst te tonen, maar dat betekent niet dat jij je daarnaar dient te voegen. De druk die je ervaart wordt niet veroorzaakt door je vader, die druk leeft in jou, het is de druk van de aanpassing, die in ieder van ons leeft, het is niet eenvoudig om je-Zelf te zijn, om tegen de verwachting van de ander in… de innerlijke stem… trouw te zijn. Het is aan jou om te ontdekken wat de innerlijke stem je influistert, wat klopt voor jou. En er zijn meerdere mogelijkheden: je kan eerst met ons samen uit eten gaan en dan deze jongemannen opzoeken, je kan uit eten gaan met ons en vervolgens kijken wat er hier in de directe omgeving aan mogelijkheden zijn om leeftijdsgenoten op te zoeken (café in de buurt/happening op het strand), je kan met ons uit eten gaan en daarna lopen we samen nog naar de oude stad om wat te slenteren en ergens een drankje te doen, je kan ook beslissen om geen gehoor te geven aan de drang naar avontuur, om te ervaren wat dat in jou teweeg brengt, wat ontmoet je in jezelf als je niet ‘uit’ gaat.

Ze laat het allemaal even bezinken. Op enig moment zegt ze: Ik ga niet…, ik weet niet hoe ik daar moet komen en ook de terugreis is een probleem. Kan jij me niet ophalen? Nee, zeg ik, daar heb ik geen zin in. Ik wil je wel brengen zolang het licht is, leuk om met de auto de omgeving te verkennen, maar de terugreis dien je anders te regelen. Oké, zegt ze, ik ga niet, te ingewikkeld allemaal.
Enige tijd later appt de jongeman, hij is bereid haar op te halen, maar aangezien hij zelf enkele alcoholische drankjes wil nuttigen, kan hij haar niet terug brengen naar het adres waar wij verblijven.

Zijn reactie verandert haar gedachten: ze geeft aan dat ze op de uitnodiging in wil gaan en vraagt of hij een taxi voor de terugreis kan regelen. Niet veel later volgt een naam en telefoonnummer van een taxichauffeur die bereid is om haar, eventueel midden in de nacht, naar huis te brengen. Ze zegt: Ik ga…, ik ga eerst samen met jullie uit eten en dan laat ik hem mij ophalen vanaf ons adres.

Oké, zeg ik, dan lijkt het me fijn om hem even te ontmoeten op het moment dat hij je komt ophalen en ik wil het adres waar hij verblijft, zijn naam en telefoonnummer. Laat de foto nog eens zien van deze jongeman? Ik kijk nog eens goed en voel de foto in: goeie energie, vertrouwenwekkend. De situatie zoals die zich nu ontvouwt voelt goed voor mij. Mijn dochter zegt: Moet ik het pappa vertellen? Dat kan ik niet hoor…, dat ziet hij vast niet zitten. We zien wel hoe het zich ontvouwt…, dat weet ik nu ook nog niet; in ieder geval kan je het geld voor de taxi lenen en leuk dat we nog samen uit eten gaan, dat zal je vader fijn vinden.

Na het eten wordt ze vanaf ons verblijfadres opgehaald. We lopen naar buiten en maken even kennis met de jongeman. Hij stapt uit de auto, stelt zich voor en ik laat weten dat ik het fijn vind om hem even te ontmoeten: we zijn in een onbekende omgeving, we kennen je niet en onze dochter is ons dierbaar. Hij reageert begripvol: kan ik me voorstellen, zegt hij, heel goed om een oogje in het zeil te houden. Mijn partner is gerust gesteld.

Ze stapt in en belooft een appje te sturen. Ik leefde in de veronderstelling dat ze het adres van het verblijf van de jongemannen nog zou sturen. De volgende dag bleek dat ze, voorafgaand aan haar afspraak, de locatie al had geappt, wat ik niet goed had geregistreerd.

Drie kwartier later ga ik naar bed, er is nog geen app met het adres binnen gekomen. Dat is ze vast vergeten…, gaat er door me heen…, nou ja, het is goed zo…, ik ga slapen.

Na een paar uur ga ik naar het toilet en kijk daarna nog even op de telefoon. Geen bericht. Jammer, ik weet dus niet hoe het met haar gaat en het adres waar ze verblijft is niet bekend (dacht ik). Ik verkeer in de zone van het ‘ongewisse’. En toch komt er geen beweging op gang om haar een app te sturen. Ik stap weer in bed. Het is warm, ik kan de slaap niet vatten. Ik zie het ene scenario na het andere scenario voor mijn geestesoog verschijnen, onbewogen kijk ik toe naar de mogelijkheden: ze kan verkracht worden, ze kan vermoord worden, ze kan een geweldige avond ervaren en ergens in de nacht weer thuis aanwaaien, ze kan het reuze naar haar zin hebben en besluiten om te blijven slapen, ze kan het zo naar haar zin hebben dat ze besluit om nog een weekje met hen op te trekken. Dit zijn zo wat mogelijkheden die voorbij komen, ik ben er rustig onder.

Maar achter de scenario’s wordt er wel een andere diepe toon geraakt, een toon die gerelateerd is aan angst: de toon van het ongewisse, de toon van het niet weten, van het onbekende, van totale openheid, wat het Leven zelf is: open, onbekend, fris, nieuw, een avontuur. Het voelt beangstigend…, die totale openheid.

Rond een uur of drie bezoek ik wederom het toilet en kijk nogmaals op de telefoon: geen bericht. Ik bel haar. Ze neemt op, ze heeft het naar haar zin, ze wacht nu op de taxi en komt naar huis.  Fijn dat ze het naar haar zin heeft, dat ze geniet, zonder haar zus, die er niet meer bij kan zijn.

En voor ons…, voor mij… wederom een test van het Leven zelf: overgave aan het bestaan zelf, dat is waar het over gaat…, zonder enige reserve…, overgave aan de totale openheid…, niet wetende wat het volgende moment brengt, niet wetende wat de uitkomst is, niet wetende hoe deze situatie zich zal ontvouwen…, wat altijd al het geval is…, ook al leven we in de veronderstelling dat we het bestaan c.q. situaties naar onze hand kunnen zetten…

De realiteit is dat we geen enkele controle hebben, dat is de feitelijke situatie, waar we als de dood voor zijn zolang we onszelf bezien als afgescheiden van het bestaan: het ik tegenover de wereld. En wat betekent de wereld voor ons? Leeft er vertrouwen in ons? Of ervaren we de wereld als bedreigend en vijandig? Wat is ons perspectief?

Het ‘ik’ (ego) kent geen vertrouwen, het ‘ik’ is een creatie van de mind. Het ‘ik’ wil zekerheid en duidelijkheid, wil weten waar het aan toe is, maar de realiteit is dat niets zeker is, er is geen houvast, er is niets om ons aan vast te klampen, ook al denken we van wel, ook al trachten we allerlei zekerheden te creëren (huis, partner, werk, gezondheid etc.)
En dan hoor ik mijn leraar zeggen: niets is zeker, leer dat lief te hebben. Ja, dat is wat wij een jaar geleden ten volle aan de lijve hebben ondervonden: de dood van onze dochter.

Ik voel dat er een diep loslatingsproces gaande is in mij…, een langzame ontmanteling van het ‘ik’, van de identiteit, van het zelfbeeld (dit ben ik). Niets is meer zeker…, die realisatie is gaande, een afbraakproces wat zich voltrekt…

Ja, alle antwoorden zijn mogelijk, alle scenario’s…, want dat is het Leven.

Ja…, niets is zeker in het bestaan. Niets. Echt Niets… om je aan vast te houden…, die totale openheid, dat is het bestaan zelf, dat zijn wij in essentie: open, vrij, zonder zelfbeeld, alles is mogelijk. Dat is wat ik zo zoetjes aan steeds meer ervaar. Het Leven zelf en de Dood die gaande is.

Niets is zeker…, dat begint steeds dieper op celniveau door te dringen. Ben ik er klaar voor? Klaar voor de sprong in het Leven zelf, zonder een ‘ikje’ die meent aan het roer te staan. Ben ik er klaar voor om mee te bewegen met het bestaan (wat niet anders kan, daar wij het Leven zelf zijn)? Ben ik er klaar voor om samen te vallen met het Leven zelf, de totale openheid…, ongeacht de uitkomst, bereid om ieder offer te brengen, vanuit vertrouwen dat wat zich ontvouwt…, exact datgene is wat mij dient…, dient in de evolutie van de ziel.

Vertrouwen in het bestaan, daar gaat het over…, wat overigens niet betekent argeloos of naïef in een situatie stappen. In deze situatie betekende dit voor mij: foto bekijken, even kennis maken, naam en telefoonnummer bekend, adres van verblijf vragen. En zo draagt het universum met enige regelmaat onvoorziene testen aan zoals bovenstaande situatie met onze dochter. En het bewustzijn in mij kijkt toe: wat brengt deze situatie in mij teweeg? hoe reageer ik? Vanuit angst en zorg of vanuit vertrouwen?
Geen adres van het verblijf van de jongeman (dacht ik) + geen beweging tot het sturen van een app om adres te vragen… Voorheen zou ik in dergelijke situaties direct vanuit angst en zorg contact hebben opgenomen…

Tja, dat is het Leven. Welke testen van het universum kom jij tegen? Zie je ze? En wat brengen deze testen in jou teweeg? Is er verzet? Klamp je je vast? Of beweeg je mee? Onderzoek je voor jezelf wat deze test je te vertellen heeft? Iedere test draagt de mogelijkheid in zich tot groei, tot bewustzijn.

En dan ben ik onze dochter weer heel erg dankbaar voor haar avontuurlijke spirit, haar vertrouwen in de mensheid, een spiegel voor ons, ook al vergist zij zich soms.

De volgende dag lees ik de blog aan haar voor en vraag ik aan haar of zij zich hierin kan vinden. Is het oké als ik dit publiceer? Ja, zegt ze, het is oké.
Wat is de hapering die ik hoor, zeg ik.
Ik ben bang dat mensen weer over me heen vallen, dat ze weer van alles van me vinden, dat ik geen rekening met jullie heb gehouden, terwijl Simone rond deze tijd een jaar geleden is gestorven etc.
Nou, zeg ik, dat zal ik in de blog zetten…, misschien begrijpen ze ook de andere kant van de medaille…, dat je mij/ons dient in onze groei…, het is niet altijd gemakkelijk…, dat moet ik toegeven, maar ik ben je dankbaar…, heel dankbaar voor wie jij bent…

 

2the-wind3694577_orig

Moed betekent angst voelen en toch je hart volgen.

moed mooie-spreuken-liefde

We zijn op vakantie. Kennissen uit de omgeving komen langs, op visite.

De man en de vrouw delen de wetenswaardigheden van het afgelopen jaar. We luisteren naar de nieuwtjes en vragen hier en daar door. Leuk om te horen welke concrete veranderingen er in hun leven hebben plaats gevonden (verbouwing/andere baan).

Het tempo van het gesprek ligt ‘hoog’. Het ene verhaal na het andere wordt gedeeld. Na enige tijd valt mij op dat er niet een wederkerige uitwisseling ontstaat. Zij delen, wij (mijn partner en ik) luisteren. Wat maakt dat deze uitwisseling zo verloopt?

Wat ik bemerk, is er dat er weinig ruimte is in het gesprek, ruimte in de zin van openheid, ruimte in de zin van vertraging, ruimte in de zin van pauzes gedurende het delen, ruimte in de zin van: stilte.

De stilte, de openheid, de vertraging van waaruit verdieping, een werkelijk ontmoeten en humor kan ontstaan…

Op enig moment wordt er een wedervraag gesteld: welke nieuwtjes hebben jullie?
Ik voel geen enkele impuls om wat te delen. Er komt niets op. Ik heb geen nieuwtjes te delen. Wel een proces doorlopen naar aanleiding van het overlijden van onze dochter, waar zij van op de hoogte zijn.

De energie in het gezelschap ligt ‘hoog’ of is ‘gehaast’, ‘snel’. Ik merk dat ik wat tijd nodig heb om te zakken, om in te dalen, om te voelen wat er van binnenuit gedeeld wil worden, maar die tijd ontbreekt. En ik spreek me daarover niet uit. Mijn partner doet een poging door een nieuwtje te delen. Het nieuwtje wordt op een bepaalde wijze opgepakt en vertaald door de ander. Er komt geen uitwisseling op gang en al snel draaien de rollen weer om. Hier en daar plaats ik nog een opmerking, maar er komt geen werkelijke ontmoeting op gang.

Ik bekijk onze interactie. Ja, zo gaat het…, dit is het hoofdmenu, niet het voorgerecht, maar het hoofdmenu: de wetenswaardigheden. Geen stilte, pauze, vertraging van waaruit verdieping en humor kan ontstaan, maar in een hoog tempo zenden.
Hij mist contact, hij mist de uitwisseling van emoties, geeft de bezoeker aan. Dat begrijp ik, als ik zo het gesprek waarneem. Hij voelt zich alleen, eenzaam, kent weinig mensen. Dat begrijp ik, als ik zo het gesprek beluister.

Na 1,5 uur breekt het moment aan om afscheid te nemen. De man geeft aan dat we altijd langs kunnen komen als er iets is, dat zij graag met ons willen wandelen en vervolgens nodigt hij ons uit om over 6 dagen te komen barbecueën.

En dan komt het erop aan: Wat zeg ik? Wat is mijn waarheid? Wat voel ik? Wil ik wel nader contact? Wil ik wel barbecueën met hen? En durf ik me uit te spreken ook als de ander dat mogelijk als een afwijzing of teleurstelling ervaart?

Eén ding is op voorhand voor mij duidelijk: ik wil niet barbecueën. Ik voel er niets voor om een aantal uren van mijn tijd door te brengen met mensen, die zich bewegen op het level van nieuwtjes. Niet dat er iets mis is met hen (het zijn sympathieke mensen) of met het uitwisselen van nieuwtjes, maar dat kan ook door even een praatje te maken, zo nu en dan.

Oké, de uitnodiging. Wat is mijn antwoord?
Ik zeg: ik weet het nog niet. Waarop de ander reageert: hoezo weet je het nu nog niet?
Ik zeg: Ik wil eerst met mijn partner overleggen, ik laat het je nog weten.
Hoezo is daar overleg voor nodig? Je weet nu toch wel of je over 6 dagen wilt barbecueën? (En dat klopt, ik weet mijn antwoord, maar ik ben niet alleen, er is ook een partner, en ik vind het niet makkelijk om ‘nee’ te zeggen).

En vervolgens kijkt hij vragend naar mijn partner: wat vind jij ervan? En ik zeg nogmaals dat ik met mijn partner wil overleggen: ik laat het je over enkele dagen weten. Mijn partner knikt instemmend naar mij en het gezelschap. Ik zie en voel dat de bezoeker geïrriteerd is en zich afgewezen voelt.

Ik pak de draad weer op en zeg: ik weet niet of ik het nu wel wil…, misschien voelt het gewoon te snel…, voelt het meer kloppend als we over een maand afspreken om te barbecueën. En ik wil ook gewoon even afstemmen met mijn partner. Waarop hij verbolgen reageert: Over een maand? zegt hij (dan pas…), nou, dan weet ik niet of ik er wel ben, misschien ben ik dan wel op vakantie. Waarop ik zeg: Oké, dat zij dan zo. Dat antwoord vindt hij niet leuk. En ik voeg eraan toe: Als het antwoord ‘nee’ is, als we jullie uitnodiging afslaan, betrek het dan niet op jezelf. Het gaat niet over jullie, ik mag jullie, maar de vraag is of ik op deze wijze wil afspreken met jullie. Nou, reageert hij echt geïrriteerd: ik wil het wel een paar dagen van tevoren weten om de inkopen te doen.
Ik zal het je tijdig laten weten, zeg ik.

Voel je het gesprek aan? Voel je hoe moeilijk het is om jezelf trouw te blijven als je een sterk appel voelt van de andere kant tot contact? Als je weet dat de ander zich eenzaam voelt, ook al ben ik niet verantwoordelijk voor de eenzaamheid van de ander… Voel je wat voor enorme uitdaging er in zit om je uit te spreken, om je waarheid te leven?

Zo nu en dan een praatje of een kopje koffie/thee, meer zit er niet in. Dat is het antwoord van binnenuit, oftewel ‘mijn’ waarheid. Ga er maar eens aan staan om deze boodschap in alle openheid en eerlijkheid te geven. Ik wijs hen niet af, maar zo interpreteren zij dat wel, zij betrekken het op zichzelf, maar daar gaat het niet over, het gaat niet over hen, maar over mij: wat klopt voor mij?
Ook al klopt dat niet voor de ander…

Ja, maar je kunt toch niet altijd uitgaan van jezelf? Dat is toch egoïstisch?
Is dat zo? Is het egoïstisch om jezelf trouw te blijven? Of is het egoïstisch van de ander om er bij voorbaat vanuit te gaan dat je aan de verwachting (de uitnodiging) van de ander tegemoet komt? Het is toch een uitnodiging? Oftewel: een vraag? En op een vraag zijn toch meerdere antwoorden mogelijk: ja, nee, misschien. Mag ik ‘nee’ zeggen? Of dien ik eigenlijk ‘ja’ te zeggen, omdat de ander zich anders afgewezen voelt of teleurgesteld, alsof ik verantwoordelijk ben voor de reactie van de ander?

Ben ik verantwoordelijk voor de pijn die de ander in zich draagt, de pijn die geraakt wordt op het moment dat ik ‘nee’ zeg, de pijn die ooit is ontstaan in zijn of haar geschiedenis? Dien ik dan het leven te leiden wat anderen van mij verwachten, omdat zij zich anders afgewezen of teleurgesteld voelen?

Ben ik op het punt aangeland dat ik een afwijzing van de ander in ontvangst kan nemen wetende dat deze afwijzing niets over mij zegt, maar alles over de ander: hij of zij raakt getriggerd door een ‘nee’, hij of zij heeft een verwachting waar ik niet aan tegemoet kan komen, hij of zij laat de ander (mij) niet vrij, er is geen ruimte bij de ander om elk antwoord in ontvangst te nemen, het antwoord moet eigenlijk ‘ja’ zijn. Is dit liefde?

Hoe groot is het hart van de ander als er impliciete eisen worden gesteld? Als je eigenlijk geen ‘nee’ mag zeggen. Is het egoïstisch om naar jezelf te luisteren? Om na te gaan wat klopt voor jou? Ook als dat niet klopt voor de ander… Moet ik dan mijn leven zo  leven dat ik aan alle verwachtingen en verlangens van anderen voldoe? Dus dat ik het leven van anderen leid in plaats van het leven zoals het van binnenuit klopt?

Van waaruit bewegen we mee met al die verwachtingen die anderen over ons hebben? Schuldgevoel? Dan ben ik geen goeie …: vader, moeder, dochter, zoon, buurvrouw/man, partner, werknemer, werkgever?

Bewegen we mee met de verwachtingen om mogelijke oordelen van anderen te voorkomen? Oordelen die nog in onszelf leven, want anders zouden de oordelen van anderen ons überhaupt niet raken. Oordelen die voort komen uit overtuigingen, die we van jongs af aan hebben mee gekregen: als je aan jezelf denkt ben je een egoïst, dan heb je niets voor de ander over. Is dat zo? Heb je niets voor de ander over als je uitgaat van datgene wat klopt voor jou?

In hoeverre ben je echt aanwezig, in verbinding, in contact, als je ‘ja’ zegt, terwijl het van binnen een ‘nee’ is? In hoeverre is dat liefdevol naar de ander toe? Maar bovenal naar jezelf? Waarom voelen zoveel mensen zich moe en uitgeput? Zou dat onder andere te maken kunnen hebben met het gegeven dat we niet luisteren naar dat wat de innerlijke stem aangeeft, omdat we geleefd worden door allerlei overtuigingen, die aan ons door opvoeders en maatschappij met de paplepel zijn mee gegeven?

Oké, terug naar de situatie. De uitnodiging voor de barbecue. Ik overleg met mijn partner en vraag hem hoe hij erin zit. Hij geeft aan dat hij niet van barbecueën houdt. Zo nu en dan een kopje koffie/thee drinken en hij wil ook wel een enkele keer met de mannelijke bezoeker wandelen (of het er daadwerkelijk van komt, weet hij niet), maar hij zit niet te wachten op een barbecue.

Dit is het antwoord wat ik de bezoekers stuurde:

Ha lieve mensen,
Barbecue: nee. We vinden het leuk om jullie zondag even te bezoeken, de  verbouwing te zien en een praatje te maken, als het voor jullie ook oké is.

Ik kreeg het volgende antwoord terug: Hi, Oke op zondag.

Tja, zo gaat het dan…, dikke kans dat hij zondag vraagt waarom we niet willen barbecueën. En wederom een uitdaging: wat zeg ik dan? En mijn antwoord is anders dan het antwoord van mijn partner. Durf ik open en eerlijk aan te geven hoe voor mij de vork in de steel zit: zo nu en dan een praatje, dat is het, het heeft niets met jullie persoonlijk te maken, dit is gewoon het antwoord wat ik van binnenuit voel.

Ben benieuwd wat zich zondag ontvouwd.

PS betekent dit dat mijn partner voor hetzelfde dient te kiezen? Nee. Als hij wil gaan wandelen, eten, kletsen of anderszins…, ga je gang…, je bent een vrij mens…, net als ik.

De vrijheid die in mij rijzende is, gun ik ieder ander.

 

Alone but not lonely

alleen-zijn-vs-eenzaam

Moederziel alleen

Bekend geluid: dat je je alleen voelt…, eenzaam.
En dat dat niets te maken heeft met alleen zijn. Alleen zijn, in de zin van: zonder sociale contacten. Integendeel, je leeft samen met mensen, je ontmoet collega’s op je werk, je bezoekt familie, vrienden… en ga zo maar door…, genoeg mensen om je heen, genoeg sociale uitwisselingen… en toch… voel je je alleen, eenzaam.

Wat is dat toch? Van waaruit voelen we ons alleen…, eenzaam…, zelfs wanneer we in gezelschap zijn of op onszelf? Enig idee?

Jaren heb ik mij alleen gevoeld, eenzaam, vervreemd. Eigenlijk voelde ik me een groot deel van mijn leven niet thuis op aarde, verloren. En ik begreep er niks van. Genoeg mensen om me heen, het ontbrak mij aan niets… en toch voelde ik me moederziel alleen. Jaren ontvluchtte ik deze gevoelens van eenzaamheid. Te pijnlijk om toe te laten, te pijnlijk om echt tot me door te laten dringen dat ik me alleen en eenzaam voelde.

Allerlei vormen van afleiding zorgde ervoor dat die nare gevoelens van eenzaamheid op de achtergrond bleven. Herkenbaar? Herken je de vluchtwegen die jij bewandelt om gevoelens van eenzaamheid uit de weg te gaan? Vormen van afleiding als: veel eten,  alcohol/drugs, festivals aflopen, tv/series kijken, iedere avond de hort op, veel kennissen en vrienden, hard werken, cursussen, opleidingen en therapie volgen om aan jezelf te werken (in de hoop dat het gevoel van ongelukkig zijn verdwijnt) etc.

Kortom: we vullen onze tijd.
We vullen de tijd met van alles en nog wat…, om de leegte in ons niet te hoeven voelen…, om de leegte te ontlopen…, de leegte die we allemaal in ons dragen.

Niet eenvoudig om deze gevoelens van eenzaamheid aan te gaan als de kracht en het inzicht ontbreekt dat eenzaamheid niets te maken heeft met uiterlijke omstandigheden, maar met een innerlijke hoedanigheid: we zijn niet thuis bij ons-Zelf, we zijn niet thuis in het Hart.

En als we niet thuis zijn bij ons-Zelf, dan zoeken we ‘het’ (verbinding, contact, liefde) buiten ons: dan hebben we de ander nodig. De ander moet onze gevoelens van eenzaamheid, vervreemding en niet begrepen zijn, voor ons weg nemen. De ander moet ons gelukkig maken (wat onmogelijk is). En door deze overtuiging (dat eenzaamheid alleen opgelost kan worden door een ander), voelen we ons afhankelijk van anderen. We zijn niet afhankelijk, nee, we hebben onszelf afhankelijk gemaakt: we menen de ander nodig te hebben voor ons gevoel van welzijn. De aanname dat we niet zonder de ander gelukkig kunnen zijn, zorgt ervoor dat we onszelf afhankelijk maken van de liefde en goedkeuring van de ander. Heftig toch…, als je dit tot je door laat dringen?

Wederom: het Hart versus de Mind.
Als we niet thuis zijn in het Hart, als we niet thuis zijn in ons-Zelf, dan leven we vanuit de mind, dan leven we vanuit de overtuiging dat we de ander nodig hebben om ons vervuld te voelen, om ons niet langer eenzaam en alleen te voelen. Ja, en als we werkelijk menen dat we de ander nodig hebben voor ons gevoel van welbevinden, dan gaan we in de aanpassing, dat kan niet anders. Dan vragen we onszelf voortdurend af hoe we overkomen op anderen: hoe behoor ik me te gedragen, wat kan ik wel zeggen/doen en wat kan ik maar beter niet zeggen/doen, wat ligt goed in de groep (collega’s, vrienden, sportclub, politieke partij), wat is not done, wat is het gepast, wenselijk gedrag om geaccepteerd te worden, om erbij te horen?

Met andere woorden: we tonen de buitenwereld een masker.
We laat niet zien wat er werkelijk in ons omgaat, want als we ons ware gezicht laten zien, dan wijzen mensen ons af. Wat we ons niet realiseren is dat de afwijzing (identificatie met de mind, de criticus) in onszelf leeft: we wijzen onszelf (bepaalde gedachten/emoties) af, van waaruit we bang zijn dat de ander ons ook zal afwijzen. Om afwijzing te voorkomen, doen we ons anders voor (vrolijk, vriendelijk, behulpzaam, geïnteresseerd etc.) dan wat er op dat moment in ons gaande is, want ja…, we hebben onszelf nu eenmaal afhankelijk gemaakt van de bevestiging en goedkeuring door anderen.

Gevolg: we geven onze individualiteit, onze eigenheid, ons-Zelf op (een proces wat van jongs af aan intreedt). We volgen, we zijn imitators, want anders blijven we alleen achter, anders wordt de pap ons onthouden. We worden deel van de massa, de menigte, in de aanpassing…, in ruil  voor …?

Ja, voor wat eigenlijk? Wat betekent die aandacht van de ander als we daarvoor onze eigenheid dienen op te geven? Wat betekent acceptatie of erbij horen als we ons anders voordoen, als we niet onszelf durven te zijn?

Ja, maar het is toch zo…, dat we de ander nodig hebben? Niemand wil toch alleen zijn? Niemand wil alleen achter blijven, toch?

O ja, is dat echt zo? Is levensgeluk afhankelijk van een ander?
Of denken we dit, omdat we niet anders weten, omdat we leven vanuit de aanpassing en we onze individualiteit zijn verloren. Denken we dit…, omdat we de confrontatie met de leegte nog niet zijn aan gegaan? Omdat we pijnlijke gevoelens van eenzaamheid ontlopen?
Zodra de eenzaamheid zich aandient, gaan we weer op de vlucht.

Hoe weten we wat zich aan de overkant bevindt als we nog nooit de leegte, de eenzaamheid hebben ontmoet?

Zonder de ander worden we op onszelf terug geworpen. Als we op onszelf worden terug geworpen (ruzie, verwijdering, relatie gaat uit, partner sterft, vriendschap wordt beëindigd), zullen gevoelens van eenzaamheid op de deur kloppen. Blijf er eens bij, ook al veroorzaakt dat angst en wil je weer terug rennen naar de ander of naar een voor jou bekende vluchtroute. Treed de eenzaamheid tegemoet…

Ja, het voelt als een afgrond van diep gemis en leegte, ik weet er alles van.
Diep gemis en leegte naar wat?
Naar verbinding met ons-Zelf, naar verbinding met onze essentie: het Hart.

En ja, er is moed voor nodig en inzicht om bij de pijn te blijven.

Wanneer we de leegte, het gemis en de eenzaamheid werkelijk tegemoet treden, vindt er een smeltingsproces plaats. Langzaamaan komen we thuis in ons Hart, we ontdekken wie we werkelijk zijn (los van anderen), gevoelens van vervreemding lossen op, ons individuele Zelf herrijst, de aanpassing en behoeftigheid (ik heb de ander nodig) verdwijnt: je bent en je ervaart dat je het prima naar je zin hebt met je-Zelf. Je gevoel van welbevinden is niet langer meer afhankelijk van goedkeuring, bevestiging, acceptatie, waardering, gezien of begrepen worden door de ander.

Eenzaamheid transformeert naar alleen-zijn (al-een-zijn: je bent Een). Je bent gelukkig, zonder enige reden, je hebt de ander niet nodig. Niet dat je niet met anderen wilt zijn… Integendeel: je bent in staat om met anderen te zijn en samen te leven, omdat je je-Zelf bent.

Ik sluit af met een alinea van Osho (Zen tarot, kaart 9, aloneness) over eenzaamheid versus alleen-zijn. ‘Eenzaamheid is een negatieve toestand. Je verlangt naar de aanwezigheid van de ander, je verlangt naar wezenlijk contact en verbinding, maar de ander is afwezig en jijzelf bent ook afwezig, niet aanwezig in het hart. Eenzaamheid is de afwezigheid van de ander. Alleen zijn, wat iets anders is dan eenzaamheid, is de aanwezigheid van jezelf. Alleen zijn betekent: vervulling, overvloed, je hebt niemand nodig, fijn als er anderen zijn, maar je hebt ze niet nodig om je happy of vervuld te voelen.’

Until you get comfortable with being alone, you will never know if you are choosing someone out of love or loneliness.
(Mandy Hale)

Als het hart gesloten is, regeert de mind.

islamophobia

We zien de werkelijkheid niet zoals die is…, was het maar waar…
Het is de mind die regeert. En zolang de mind aan het roer staat, kijken we vanuit een gekleurde bril naar de werkelijkheid. Die bril bestaat uit etiketten en labels die we op onszelf, de ander en de wereld plakken.

Voorbeeld: de wereld is onveilig, al die buitenlanders en vluchtelingen nemen ons land over en plegen geweld tegen homo’s en vrouwen.

Anders gezegd: we zien de werkelijkheid door een sluier van meningen, oordelen, voorkeuren en afkeuren, godsdienstige overtuigingen en ga zo maar door…, waardoor we de realiteit niet zien zoals die is, maar zoals wij deze bedenken.

We zijn een gevangene van de mind, zonder dat we ons dat realiseren.
En dit is geen individuele kwestie (sommige mensen hebben (voor)oordelen en anderen niet), nee, het is een collectieve aangelegenheid: de mensheid is niet thuis in het Hart.

We leven vanuit angst en wantrouwen.
Angst voor tekort: buitenlanders pikken onze banen en huizen in (overtuiging).
Angst voor de medemens: Turken en Marokkanen zijn niet te vertrouwen (profiteurs en raddraaiers). Angst voor veroordeling en geweld: we lopen als homostel niet meer hand in hand over straat, omdat we anderen niet willen provoceren (overtuiging).

Zolang we niet thuis zijn in het Hart kwetsen we onszelf en anderen. We kwetsen onszelf met oordelen over onszelf: het gevoel niet te voldoen, tekort te schieten, schuld en schaamte etc. En we kwetsen anderen, die we labelen als ‘tuig’, ‘profiteurs’, ‘ongewenst’ en ‘niet welkom’.

Pijnlijk, omdat we allemaal mensen zijn…, en niemand meer of minder is dan de ander.

Pijnlijk om uitgesloten te worden als Marokkaan, Turk, vluchteling, homo, vrouw, jood… En ga zo maar door. Oorzaak: identificatie met de mind.

Identificatie met de mind leidt ertoe dat we de ander niet ‘open’ tegemoet treden. Er zit een filter van opvattingen tussen. En dit maakt het zo moeilijk om elkaar echt te verstaan, om elkaar van hart tot hart te ontmoeten. Gevolg: discussie, je gelijk willen halen (mijn standpunt is waar, de jouwe niet), misverstanden (omdat we ons niet kunnen verplaatsen in de ander), ruzie, haat, uitsluiting, oorlog. We zien het licht niet in onszelf en daarmee ook niet in de ander: het hart is gesloten.

En we staan er niet bij stil dat we dag in, dag uit ons ecosysteem vullen met al onze gedachten, meningen en oordelen… We weten niet beter… Van jongs af worden we groot gebracht in het collectieve veld van de mind. Niet vreemd dat de wereld er zo uit ziet, zoals ze is.

Herken je wat ik aangeef? Herken je de neiging in jezelf om doorlopend alles en iedereen te beoordelen? Meningen bij de vleet…

Sta je weleens stil bij de impact van deze neiging? De impact van al die oordelen, die we over onszelf erop na houden? Wat doet dat met ons? Is het liefdevol om onszelf keer op keer te bekritiseren?

Sta je weleens stil bij de impact van al die oordelen, die we hebben over anderen?
Wat betekent deze neiging voor de omgang met onze medemens?
Hoe treden we de ander tegemoet wanneer we ervan uitgaan dat de ander onze vijand is, niet welkom? Hoe benaderen we de ander als we bang zijn voor de ander? Wat zenden we dan uit waar de ander weer op reageert? Wat doet het met Marokkanen, Turken (etc.) en vluchtelingen, die niet mee mogen doen in de maatschappij? Is het liefdevol om zo met de medemens om te gaan?

Sta je weleens stil bij de impact van al die overtuigingen, opvattingen en meningen op de samenleving als geheel? En de wereld?

De neiging om vanuit een bedachte werkelijkheid te leven, maakt dat we van alles op onszelf, de ander en de wereld plakken, wat niet de werkelijkheid zelf is.

Tja, de Mind versus het Hart.

Voorbeeld: Het stemlokaal.
Er bevindt zich een man van allochtone afkomst met partner in een stemhokje. De man draagt een djellaba (lang gewaad). Er staan wat mensen te wachten bij de tafel waar de stembiljetten worden uitgedeeld. De man van allochtone afkomst staat achter zijn partner, over haar heen gebogen in het stemhokje. Een man die in de rij van wachtenden staat, spreekt de allochtone man met een luide, agressieve stem aan: ‘Hé, wat bent u daar aan het doen…, dat mag helemaal niet, u mag niet met een ander in het stemhokje staan.’ Waarop een man, die zich achter de tafel met de stembiljetten bevindt, met lading het overneemt en zegt: ‘U bent hier in Nederland, U moet zich aan de Nederlandse regels houden, er mogen geen twee mensen in een stemhokje.’ Vervolgens neemt de wachtende man het stokje weer over en zegt op luide, agressieve toon: ‘Ik weet niet wat je daar allemaal aan het doen bent, met die telefoon bij het stembiljet, maar dat is verboden.’ Waarop de man van allochtone afkomst zegt: ‘Ik help mijn vrouw, ze kan niet lezen en schrijven en zij heeft ook recht om te stemmen.’ De stemming is geladen en vijandig.

Zie je de uitwerking van de mind? De uitwerking van oordelen en meningen over de ander? Enig idee welke plaatjes er in de wachtende man leven over het echtpaar in het stemhokje?

Mogelijke plaatjes: ‘Weer zo’n buitenlander die zich niet gedraagt, die de regels aan zijn laars lapt en vervolgens ook nog eens voor zijn vrouw wil bepalen wat ze moet stemmen, zij moet zeker precies stemmen wat hij goed acht, alle vrouwen van allochtonen worden onderdrukt, kijk maar, hier gebeurt het ook.’

En wat was de realiteit? De moslimman hielp zijn vrouw met het invullen van het stembiljet. En de regel is dat er geen twee mensen in een stemhokje mogen. Dat is alles.

Hoe zou de situatie zijn verlopen wanneer het collectieve veld het Hart is?

En dat is waarmee ik deze blog wil eindigen: het Hart. Er zijn mensen die vluchtelingen in hun huis opvangen, er zijn mensen die vluchtelingen wegwijs maken in Nederland, er zijn mensen die Marokkanen (etc.) een kans geven om mee te doen in de maatschappij, er zijn mensen die een initiatief nemen om de kloof tussen bevolkingsgroepen, veroorzaakt door de mind, te overbruggen.

Zo keek ik van de week naar een documentaire: Nice People.
Een documentaire over een groep Somalische immigranten in het Zweedse Borlänge, die in 2014 klaar gestoomd worden om als nationaal team van Somalië mee te doen aan het wereldkampioenschap bandy (een variant op ijshockey) in Rusland.
Bekijk de documentaire eens vanuit het Hart…, bij mij liepen de tranen over mijn wangen. Prachtig om de uitwerking te zien en in te voelen van een dergelijk initiatief op de immigranten en de bewoners van de Borlänge. Google ‘Nice People’ of probeer deze link: http://www.moviesthatmatter.nl/festival/programma/film/1881

Tot slot: kijk eens naar de werking van de mind door de dag heen. Observeer eens al die meningen en oordelen, die dagelijks door jou heen gaan. Ervaar eens hoe het is om een dag zonder oordelen en meningen te leven, om een dag zonder voorkeur of afkeur aanwezig te zijn, om een dag het leven te ervaren vanuit het Hart, vanuit compassie en openheid. En als dat niet lukt, dan besef je wellicht voor het eerst dat je een gevangene bent van de mind. Veroordeel jezelf daar niet op…, we zijn allemaal onwetend ten aanzien van onze ware natuur.

 

 

 

We do not see the things as they are, but as we are.

Als je gelooft dat degene van wie je houdt anders moet zijn dan ze is, dan heb je helemaal geen relatie met haar. Je hebt een relatie met een ideaalbeeld in je hoofd. Je hebt een relatie met je eigen gedachten.

(Scott Kiloby)

You can only make theories, you can never know the truth (jongen, 9 jaar)

meaning-of-lifetumblr_m4ges6jbqa1qk59nco1_500

Wat is de zin van het leven?

Tijdens een bijeenkomst waar ik als vrijwilliger ondersteuning bied, luister ik naar een toespraak over de zin van het leven.

Waarom overkomt mij dit? Waarom moet ik dit meemaken?

Het zijn vragen, aldus de trainer, die we onszelf stellen wanneer alles wat zeker lijkt, onzeker blijkt te zijn. Wat je lief is, wordt je afgenomen en de vanzelfsprekendheid van de wereld zoals je die kende, valt weg. Ziekte, oorlog, een dierbare die overlijdt, faillissement, een relatie die stuk gaat… Het kunnen allemaal momenten zijn dat je jezelf afvraagt: ‘Waartoe? Waarom?’

Op de terugweg, in de auto, mijmer ik nog wat na over de bijeenkomst en realiseer ik mij dat ik dit soort vragen (waartoe? waarom?) niet heb gesteld na het overlijden van onze dochter (juli 2016). Ze zijn niet in mij opgekomen…

En als ik de vragen nu door mij heen laat gaan (waartoe? waarom?), dan is mijn antwoord: ik weet het niet, ik weet het echt niet, de gebeurtenis vindt plaats, dat is het enige wat ik kan zeggen. Ze is dood, dat is alles wat ik weet, ze is er niet meer, niet meer in aardse vorm.

En waarom overkomt het mij/ons? Een wedervraag: Waarom overkomt het mij/ons niet? Iedereen wordt op enig moment geconfronteerd met de dood, met crisis, met verlies. Er is geen verklaring, geen waarom of waartoe.

Wat er wel is, is de ervaring zelf: de dood van een dierbare.

Ik kan aangeven wat de uitwerking van deze gebeurtenis is, bezien vanuit het perspectief dat iedere uitdaging of crisis een kans is tot innerlijke groei, maar de zin achter de gebeurtenis zelf, wordt daar niet mee beantwoordt.

Wel kan ik een verklaring bedenken (naast de medische verklaring), maar dat zegt niets over de waarheid zelf (het waarom van haar dood), want die weet ik niet. En ik heb er vrede mee, dat ik het niet weet, dat ik in het ongewisse verkeer rond het mysterie van haar dood (het mysterie van het leven zelf).

En hoe zit het met jou? Heb jij er vrede mee dat je in het ongewisse leeft met betrekking tot jouw leven? Dat je wel van alles kan uitstippelen of bedenken over de zin die jij aan je leven wilt geven, maar dat dat geen enkele garantie geeft over de uitkomst. In tegendeel, het Leven pakt veelal anders uit dan wat jij voor jezelf had/hebt bedacht, toch?

En hoe makkelijk of moeilijk is het voor jou om in het ongewisse te leven met betrekking tot gebeurtenissen, die jij als crisis ervaart?

Je partner geeft aan dat die wil scheiden…, je bedrijf is bijna bankroet…, je kind wordt gepest op school…, je hoort dat je ongeneeslijk ziek bent…, het land waarin je woont geraakt in oorlog etc. Je weet niet hoe de dag van morgen eruit ziet…, de vanzelfsprekendheid der dingen valt weg, totale onzekerheid. Hoe is dat voor jou? Kan je daarmee zijn?

Deep down, omdat we uitgaan van een afgescheiden zelf, een ‘ikje’ die los staat van het Leven zelf, voelen we een diepe angst, een diepe onzekerheid om op het Leven zelf te vertrouwen.

Als we niet in het ongewisse kunnen leven (wat totale overgave vraagt), dan is er altijd nog de mind, die ons bij kan staan bij het formuleren van een zin, doel, verklaring en overtuiging.

Overtuigingen zoals:

De loop der dingen ligt vast, ik heb geen invloed, het is gewoon het lot, soms heb je geluk en soms pech.

Of:

Mijn leven ligt in de handen van God, ik stel mij ten dienste van mijn geloof en vecht daarvoor.

Of:

Ik heb invloed, ik sta aan het roer, ik geef richting, alles is mogelijk als je je inzet geeft.

Of:

Als het leven geen zin heeft, waarom zou ik me dan druk maken: pluk de dag, geen zorgen over de dag van morgen, geniet.

Of:

Het leven heeft zin, het is belangrijk om goed te doen, je bent hier om te geven en om de wereld een beetje beter achter te laten.

Of: vul maar in…, wat is jouw levensbeschouwing, welke zin geef jij aan je bestaan?

En alles wat we bedenken over de zin van het leven, is niet wat het Leven zelf is, dat niet te bedenken valt.

Zo dienen we regelmatig onze overtuigingen bij te stellen, omdat dat wat vandaag werd geloofd, morgen weer anders kan zijn. Waar overigens niets mee mis is, ware het niet dat het loslaten van een overtuiging (omdat we die voor ‘waar’ aannemen: wat ik geloof is juist) nogal pijnlijk kan zijn. Bijvoorbeeld de overtuiging dat je mensen moet doden voor je godsdienst. Laat die maar eens los als je er midden in zit en er heilig van overtuigd bent dat je goed doet. Of de overtuiging dat jij van je leven kunt maken wat je wilt en je maakt een zwaar auto ongeluk mee waardoor alles wat je bedacht had onderuit wordt gehaald.

En dan heb ik het nog niet gehad over het gapende gat wat er is tussen een overtuiging en de realiteit zelf: we leven veelal niet wat we bedacht hebben. Denk maar aan de vele voornemens/doelen, die we niet waar maken. Wat zegt dat dan over dat ‘ik’, die in control is en aan het roer staat? Of is dat ‘ik’ ook maar een bedenksel?

En er valt nog een punt te maken: al die aandacht over de zin van het leven, al die verklaringen die we geven aan gebeurtenissen, al die doelen die we onszelf stellen…, houden ons gevangen in de mind in plaats van het Leven te ervaren, in het hier en nu, in dit moment waarin alles zich precies ontvouwt zoals het zich ontvouwt.

Overtuigingen, doelen en verklaringen… versus… het Leven zelf.

En het Leven zelf, wat wij in essentie zijn, laat zich niet in een mal persen. Het Leven zelf stroomt, is aan verandering onderhevig, is onzeker, kent geen ankers, geen toekomst en verleden dan het moment zelf, geen houvast in de vorm van antwoorden.

Ik vraag me af van waaruit we, als mensheid, de behoefte voelen om onszelf deze zingevingsvragen (waartoe/waarom) te stellen? Van waaruit volstaat de ervaring van het leven zelf niet en willen we filosoferen over de zin van het leven of de zin van een bepaalde gebeurtenis? Enig idee? Sta hier even bij stil voordat je verder leest…

Biedt het troost om een verklaring te geven aan een gebeurtenis? Geeft het geruststelling te weten waarvoor je leeft en wat het doel is van je bestaan? Biedt het houvast, zekerheid te weten dat er een god is of dat er geen leven is na de dood?

Of beschermen we onszelf tegen het voelen van pijn (bijvoorbeeld het verdriet/gemis van een dierbare), door ons bezig te houden met het waarom en waartoe (de verklaringen)?

Het antwoord zou zomaar eens bevestigend kunnen zijn: ja, die antwoorden bieden houvast en bescherming, dat klopt. We willen toch allemaal houvast en zekerheid? Weten wat de dag van morgen brengt? We willen ons beschermd en veilig voelen…, toch?

Ook als die bescherming maar een heel dun, breekbaar laagje vernis is dat ieder moment kan barsten? Je partner gaat er vandoor, er breekt een oorlog uit, je wordt ziek, ontslagen, er gaat iemand dood etc.

Uiteindelijk…wat we deep down ook eigenlijk best wel weten…kunnen we ons nergens aan vast houden…, we weten echt niet wat de volgende minuut brengt, maar dat gegeven, dat we ergens wel weten dat er niets is waar we ons aan vast kunnen klampen…, dat gegeven… willen we niet tot ons door laten dringen…, dat is te eng…, geen bodem onder onze voeten…, geen ankers…, onzekerheid troef…, overgeleverd aan het bestaan… Oftewel: overgeleverd aan het Leven zelf. Ja, zo voelt dat voor het ‘ik’. Overgeleverd aan het bestaan…, maar als dat ‘ik’ deel is van het Leven zelf, als er geen scheiding is tussen jou en het bestaan, omdat jij en het bestaan één zijn, is er dan nog wel sprake van ‘overgeleverd zijn’?

Van waaruit voelen we de behoefte om ons te beschermen en in te dekken door schijnzekerheden en houvasten? Welke overtuiging zit daar weer onder? Is de wereld geen veilige plaats en het Leven ons niet goed gezind (overtuiging)? Kijken we vanuit angst voor armoede en tekort naar het Leven?

Wat als we diep tot ons door laten dringen dat het leven onzeker en kwetsbaar is? Wat roept dat op? Wat willen we niet voelen? En ook niet weten?

Zonder zin, zonder doelen om voor te leven…
Zonder betekenis…
Zonder godsdiensten, die houvast en zekerheid bieden…
Zonder toekomst, omdat je echt niet weet wat het leven brengt
Zonder verleden, zonder verklaringen, zonder waarom, zonder verhaal
Het leven IS.

Is er dan geen enkele zekerheid?

Jawel, de enige zekerheid die er is…, is… dat we allemaal dood gaan…, op een dag…, welke dag en welk uur is niet bekend…

En het Leven zelf is uiteindelijk niets anders dan een voorbereiding op de dood, het ongewisse. De dood is: de grote onbekende. Evenals het Leven, dat ook onzeker en ongewis is (ook al menen we dat we het leven in de hand hebben).

Durven we ons over te geven aan de grote onbekende: de Dood en het Leven zelf? Durven we te leven vanuit het niet-weten, vanuit vertrouwen en overgave? Overgave aan de loop der dingen, omdat wij deel zijn van het geheel, omdat wij één zijn met het Leven zelf?

Het leven (de geboorte) en de dood voltrekken zich aan ons, ook al houden we graag vast aan de overtuiging dat wij het Leven leven, dat wij als regisseur het leven uitzetten en de koers bepalen. Maar is dat zo? Hebben wij het Leven in de hand? Is er wel een ‘ik’ die een koers uitzet? Of is de richting, de koers van het Leven én het Leven zelf…, één?
En daarmee ongewis en onzeker?

Oké, maar wat is dan de zin van het bestaan?

Het Leven zelf is de zin van het bestaan. En omdat het leven geen doelen en bestemming kent dan het ervaren zelf, is het zo mooi. Hindoes noemen het leven Lila, wat ‘spel’ betekent, het leven is een spel.

Wanneer er geen doel is, geen zin, geen bestemming…, wanneer er niets bereikt hoeft te worden…, wanneer we nergens naar toe bewegen, wanneer er geen streven is, dan is er niets te doen…, helemaal niets…

Ontspan, zink steeds dieper in het bestaan, in het moment zelf, leef het Leven totaal, ervaar het Leven in zijn volheid…, zoals het zich ontvouwt…, daaruit volgt de zin (betekenis) vanzelf, dan volgt overgave aan het bestaan en vallen barrières en angsten weg.

Dat is wat ik steeds meer ervaar…, overgave aan het bestaan…

Overgave aan de stroom van het Leven… En dan neemt het Leven het steeds meer over. Dan smelt de weerstand en het verzet. Dan ontvouwt het Leven zich zonder verhaal, verwachting of verlangen. Dan valt elke zin of niet-zin rond de vraag of het Leven zin heeft gewoon weg. In resonantie met het bestaan, in de ervaring zelf, ontvouwen zich de betekenissen van de gebeurtenissen als vanzelf.

Je leeft…, dat is alles. En het volgende moment ken je niet. Je bent. Punt.

En af en toe een filosofisch onder onsje…, heerlijk toch? Dat is ook het Leven.

Life is a purposeless play, drop the future completly, only this moment exist, only this life is all. Live from moment to moment.
Osho

Toetje:
Na deze materie even wat ontspanning: een geweldige videoclip, fascinerend, echt kijken, vooral de eerste 3 minuten, de zin van het leven, een jongen van 9 jaar legt het haarfijn uit.
Let op: scrol naar beneden naar you tube symbool.

https://www.nrc.nl/nieuws/2013/03/29/kijken-de-zin-van-het-leven-deze-jongen-van-9-legt-het-haarfijn-uit-a1436009

 

 

 

Zelfonderzoek: Alles in mijn leven is ‘moeten’… en ik ben al zo moe

2azafran-puro-en-hebras-400-mg-carmencita

Zelfonderzoek: De draadjes.
Wat bedoel ik met ‘draadjes’? Soms worden we voor een situatie geplaatst en ervaren we uiteenlopende gedachten/gevoelens (de mind/het ego) van waaruit we het moeilijk vinden om een keuze te maken of om totaal open te zijn naar onszelf en naar anderen. In het laatste geval (open naar onszelf en naar anderen toe) is de neiging aanwezig om sommige draadjes (gedachten/emoties) wel te delen en andere draadjes achterwege te laten. We veroordelen bepaalde draadjes en zijn van daaruit bang dat anderen ons ook zullen afkeuren of afwijzen als wij deze draadjes met hen delen. Of we willen onze ‘lelijke’ kant niet laten zien, want dan worden ze boos of houden ze niet meer van ons. En ja, we willen de ander natuurlijk ook niet kwetsen, zeggen we dan.

Maar als we preciezer kijken, wat is er dan eigenlijk gaande? Enig idee?

Voordat je verder leest, onderzoek dan eens de vraag wat jou ervan weerhoudt om alle draadjes (emoties/gedachten) aan het licht te brengen en met een ander te delen. Draadjes die gaan over jezelf of draadjes die betrekking hebben op de ander? Kijk eens of je de vraag kan beantwoorden. Wat weerhoudt jou ervan om open te zijn naar jezelf toe en naar de ander?

Dit is het antwoord wat ik heb ontdekt: we vinden er wat van. We veroordelen de draadjes die voorbij komen in onszelf: dit mag/wil ik niet voelen of denken over mezelf, dit mag/wil ik niet voelen of denken over de ander. Alle nare, vervelende gedachten en emoties stoppen we het liefst weg (of eten we weg, of drinken we weg etc.). En het is de mind/het ego wat oordeelt en veroordeelt.

Onze essentie, het Bewustzijn, onze BoeddhaNatuur is vrij, kent geen oordelen, kan dus niet gekwetst worden of kwetsen, omdat ze IS, gelijk de zon die IS, die altijd en immer schijnt. Onze essentie is neutraal (oordeelloos) en compassievol. Liefdevol beziet onze essentie wat er aan verschijnselen (gedachten/emoties: bijvoorbeeld gekwetst voelen) op het toneel verschijnt.

Als we niets zouden plakken op deze draadjes (geen label in de zin van: ‘goede’ of ‘slechte’ draadjes), maar de draadjes bezien voor wat ze zijn, vanuit Gewaarzijn, dan bezien we onze gedachten en emoties van dat moment, zonder oordeel. We laten het licht van de zon schijnen op alle draadjes die in ons leven: angst voor afwijzing, schaamte, schuld, jaloezie, niet goed genoeg zijn, je best doen, aardig gevonden willen worden, perfectionisme, je slachtoffer voelen, verongelijkt zijn, alle overtuigingen en verwachtingen over onszelf, de ander en de wereld (we doen het altijd zo, zo hoort het, zo moet het, dit is goed, dit is fout).

De bril waarmee we naar onszelf en de ander kijken, is dus niet schoon: we plakken nog van alles op de realiteit (al die oordelen en emoties over onszelf, de ander of een situatie) waardoor we de realiteit niet zien zoals die is (puur/schoon/leeg), maar gekleurd door een filter van meningen, overtuigingen en oordelen. Dat is niet goed of slecht, maar is wel de achtergrond van ons lijden. Al die oordelen (niet goed genoeg zijn, schuld, schaamte, afwijzing etc.) en overtuigingen (ik ben niks waard, de wereld deugt niet), waar we ook nog eens in geloven, veroorzaken pijn. Juist dat geloof in wat de mind tevoorschijn tovert, is de bottleneck: we nemen ze als ‘waar’ aan: ik ben schuldig, niks waard etc.

Willen we uit de gevangenis van de mind (het lijden) ontsnappen, dan is onder andere zelfonderzoek een belangrijk instrument, een instrument wat tijdens de sessies bewustzijnscoaching regelmatig wordt ingezet. En zelfonderzoek is alleen mogelijk als we onszelf toestemming geven om alles aan het licht te brengen: zonder oordeel waarnemen wat zich allemaal in ons afspeelt. En als er oordelen zijn…(en die zijn er volop), dan is dat hetgeen we waarnemen, het gaat om het los komen van het geloof in al die oordelen, het los komen van de mind.

Veelal dwarrelen de draadjes rond een bepaalde kwestie onopgemerkt (half bewust, half onbewust) door ons systeem. We voelen ons uit evenwicht door een bepaalde gebeurtenis, maar het zicht ontbreekt. De draadjes vertegenwoordigen uiteenlopende, schijnbaar tegenstrijdige gedachten en emoties. Hoezo schijnbaar tegenstrijdig? Als we het label ‘tegenstrijdig’ ervan af halen, wat blijft er dan over? DRAADJES. Dat is alles. Wie of wat plakt daar het label ‘tegenstrijdig’ op? Precies: de mind. Als we niet aanwezig zijn (wakker zijn/gewaarzijn), dan vereenzelvigt het Bewustzijn zich totaal met de mind, waar de criticus zich bevindt, die de draadjes beoordeelt/veroordeelt van waaruit we sommige draadjes niet willen zien of met een ander willen delen.

Op enig moment ontdekte ik in mijn proces en in het werk met cliënten hoe belangrijk het is om alle draadjes (zogenaamd ‘mooie’, ‘prettige, ‘afschuwelijke’, ‘lelijke’ gedachten en emoties) in het licht te zetten door alle draadjes te belichten en te onderzoeken.
Ook al labelt de criticus de draadjes als goed of slecht, besef dat de draadjes slechts draadjes zijn, ze zijn niet waar of onwaar of tegenstrijdig: ze zijn.
Besef dat jij niet die draadjes bent (dat is niet je essentie), maar dat deze draadjes in het Bewustzijn verschijnen. Met andere woorden: verschuif de aandacht van de mind naar Gewaarzijn (onze essentie), naar de ruimte die jij bent waarin de draadjes (emoties en gedachten) verschijnen.

Oké…, na de theorie nu een voorbeeld: een tijd geleden kwam er een cliënt waarbij het onderzoeken van de draadjes centraal stond. De cliënt, ik noem haar voor de leesbaarheid Yvon, had met vriendin Tineke afgesproken om mee te doen aan een bepaalde wedstrijd, want dit doen we nu eenmaal ieder jaar (= patroon). Ze merkte op dat tijdens het maken van de afspraak er een beweging in haar lichaam gaande was, die aangaf dat ze eigenlijk geen zin had, pufff, zo moe, maar ja, de daadwerkelijke datum lag nog wat verder weg, en wie weet had ze tegen die tijd er toch wel zin in, want ja, het is lekker om buiten te zijn, en de wedstrijd vond plaats in een natuurrijke omgeving wat toch wel heel fijn was, en ze gingen ieder jaar met elkaar, dus ja…, ze had ‘ja’ gezegd.

Het viel mij op dat Tineke (haar vriendin) haar niet had gevraagd (zullen we samen weer meedoen?), maar dat Tineke er automatisch vanuit ging dat ze dit jaar ook weer samen zouden gaan (geconditioneerd patroon), en ja, Tineke had het ook niet zo makkelijk (aldus Yvon)…, dus om dan ‘nee’ te zeggen…, dat vond Yvon toch wel wat te ver gaan, want ik ben dan toch die steun voor haar om te trainen, omdat we dan samen die wedstrijd lopen, dat motiveert haar dan…, en ja, afspraak is afspraak (= overtuiging/regel/zo moet het), dan zet ik me er toch gewoon overheen (aangeleerd patroon vanuit het gezin: kom op, flink zijn, niet zeuren),  zo erg is het toch ook weer niet, dat kan je toch wel voor je vriendin over hebben, en je weet dat die wedstrijd je energie geeft en het is in de natuur, dus gewoon even de knop omzetten (aangeleerd).

Herkenbaar voor de lezer? Dit soort verhaaltjes (draadjes) die door ons heen gaan?

Ik legde de cliënt o.a. de volgende vragen voor: Mag je op een afspraak terug komen? Hoe zou het voor je zijn om af te wachten tot het moment zelf (bijvoorbeeld een dag voor de wedstrijd) om dan na te gaan hoe de vlag er intern voor staat? Hoe lijkt het je om te communiceren met Tineke wat er allemaal door je heen gaat (alle draadjes benoemen), in alle openheid? En wat is er zo erg aan als Tineke teleurgesteld reageert? Mag zij teleurgesteld zijn?

Nadat een en ander inzichtelijk werd voor Yvon besloot zij Tineke te bellen om aan te geven dat ze op dit moment geen zin had om aan deze wedstrijd mee te doen, dat ze het liefst de afspraak wilde afzeggen, omdat ze zo moe was/is, maar het nog open liet, want misschien veranderde haar stemming/energielevel wel en wilde ze uiteindelijk toch mee doen. Ze gaf ook aan dat ze bang was dat Tineke teleurgesteld zou zijn en dat ze het gevoel had dat ze geen ‘nee’ kon zeggen, omdat ze voor haar ook een steun wil zijn om te trainen, maar dat ze toch ook eerlijk moest zijn naar zichzelf toe en dat ze het heel moeilijk vond/vindt om goed voor zichzelf te zorgen.

Aanvankelijk zag Yvon er tegenop om dit gesprek met Tineke aan te gaan. Heel begrijpelijk, want het vraagt ook heel wat: doorbreken van patroon en aangeleerd gedrag (we doen deze wedstrijd ieder jaar, de ander altijd tot steun willen zijn, niet gewend zijn om open en kwetsbaar te zijn naar de ander toe) en doorbreken van een overtuiging (afspraak is afspraak). Ze wilde Tineke niet teleur stellen, want die rekent (leunt) op haar (denkt Yvon: overtuiging) en heeft haar ondersteuning ‘nodig’ (denkt Yvon: overtuiging). Zo kijkt Yvon naar haar vriendin…, dat is niet de realiteit (die is leeg/schoon)…, maar haar inkleuring van de realiteit veroorzaakt door de mind/ego. Het is een plaatje wat Yvon op Tineke plakt: zij heeft mij nodig.

Tot Yvon ontdekt dat zij zelf die ondersteuning heeft gemist in haar verleden en die pijn (niemand die tot steun is) overhevelt op haar vriendin. Zij wil niet dat haar vriendin overkomt wat haar is overkomen: dat ze het allemaal alleen moest uitzoeken. Dat is de onbewuste overtuiging die haar gedrag (zorgen voor haar vriendin) bepaalt zonder dat ze dat zelf in de gaten heeft (blinde vlek). En de onbewuste overtuiging (pijn) zorgt ervoor dat zij niet in alle openheid haar beleving kon delen met Tineke.

Het daarop volgende consult vroeg ik naar de uitwisseling met Tineke. De cliënt gaf aan dat Tineke positief had gereageerd, dus niet overeenkomstig de film van Yvon (dat ze haar steun nodig had, dat ze teleurgesteld zou zijn). Vervolgens vroeg ik hoe de vlag er daadwerkelijk voor stond enkele dagen voorafgaand aan de wedstrijd en welke beslissing ze uiteindelijk had genomen?

Ze gaf aan dat de volgende draadjes door haar heen waren gegaan: Zal ik toch afzeggen…, ik heb er eigenlijk geen zin in…, pufff, ik word al moe bij de gedachte, maar ja, het is wel lekker buiten, in de natuur, ik krijg er energie van en Tineke waardeert het zo, en als ik eenmaal bezig ben, gaat het wel weer etc.

Wat denk je dat ze heeft besloten?

Ze besloot toch te gaan hard lopen. Ik vroeg Yvon of ze weleens gehoor gaf aan een ander belangrijk draadje wat ze meerdere malen had genoemd: dat ze geen zin had…, dat ze moe was/is. Waarop Yvon zei: Nee, ik ga altijd door, ik zet me eigenlijk altijd over dat gevoel van ‘geen zin hebben’ heen.

Vervolgens stelde ik de volgende vraag: En hoe zou het zijn om eens gehoor te geven aan die eerste stem, die aangaf dat je er eigenlijk geen zin in hebt, dat je moe bent? Waarop Yvon zei: Als ik daaraan toegeef, dan ben ik eigenlijk bang dat ik diep weg zak, dat ik de grip op mezelf verlies, dat ik helemaal tot niks meer kom, dat ik depressief word…

Mijn antwoord: Interessant…, en is dat waar? Hoe weet je dat? Heb je het wel eens uit geprobeerd? Nee, zei Yvon.

Hoe zou het voor je zijn om dit experiment eens aan te gaan? Om eens gehoor te geven aan de stem die zegt: Ik heb eigenlijk geen zin…, pufff…, ik ben moe.
En zou het je ook wat kunnen brengen/geven als je aan die stem gehoor zou geven?
Yvon: Ja, rust…, ontspanning…, waar ik eigenlijk diep naar verlang…, alles in mijn leven is ‘werk’, is ‘moeten’ en ik loop altijd vooruit op wat er nog allemaal moet gebeuren, gedaan moet worden, ik kan gewoon niet stil zitten op de bank.

Yvon is het experiment aan gegaan. We zijn een tijd samen op gelopen. Na een x-aantal sessies geeft ze aan wat een verademing het is dat het eeuwige moeten en zorgen voor anderen (in plaats van voor haarzelf) uit haar systeem is. Ze herkent nu de innerlijke stem (in plaats van de stem van ouders/maatschappij), ze handelt er nog niet altijd naar, maar ervaart het als een geschenk dat ze ziet van waaruit ze beweegt, dat er Bewustzijn is, want zonder bewustzijn (gewaarzijn) wordt je gewoon geleefd door je patronen en overtuigingen. Ze is blij dat ze heeft geleerd om zich uit te spreken en kwetsbaar te tonen naar anderen toe en ervaart het als een zegen dat zoveel aangeleerde patronen en overtuigingen verdampen. Ze bedankt me voor de transformatie die heeft plaats gevonden, ze zegt: ‘Als ik niet bij jou was gekomen, dan zat ik nu in de ziektewet met een burn-out…, ik heb zoveel geleerd, gevoeld en ontdekt door onze uitwisselingen en de ‘huiswerkopdrachten’ die ik mee kreeg, ik ben je enorm dankbaar.’

En ik ben Yvon dankbaar, dat ze mij het vertrouwen heeft gegeven en dat we samen deze reis hebben mogen maken.  Er is niets zo vervullend dan ‘open’ gaan… en thuis komen bij je-Zelf.

Wat is de sleutel tot geluk?

geluk-toon-hermansce8068c3e25fea03fa107c202b544f23

(een gedicht van Toon Hermans)

Wat is geluk?

En is er een sleutel tot geluk? Zo ja, wat is de sleutel?

Bestaat er zoiets als permanent geluk of is geluk gewoon slechts tijdelijk van aard: het komt en het gaat.

Is geluk maakbaar? Kan je ‘geluk’ of ‘gelukkig zijn’ doen of creëren?
Vraagt ‘geluk’ inzet van onze kant, omdat het er niet op voorhand is, maar alleen door inspanning te verkrijgen is?

Of is ‘geluk’ iets wat je toevalt?

Wat betekent het woord ‘geluk’ of ‘gelukkig zijn’ voor jou? Neem daar eens de tijd voor… Keer naar binnen en vraag je eens in alle rust af wat ‘geluk’ betekent voor jou, in je dagelijkse bestaan.

Zit geluk in de kleine dingen: een zonsondergang, een roos, een blik, een glimlach? Dus in iets buiten ons? Of in een staat van Zijn die glans geeft aan alles wat is?

En wat doen we met ‘ongeluk’ of ‘ongelukkig zijn’? De tegenpool van ‘geluk’.
Geluk kan alleen bestaan bij de gratie van haar tegenpool: ‘lijden’ of ‘ongelukkig zijn’. Mogen we ook nog ‘ongelukkig zijn’ in de ratrace naar ‘geluk’?

Is geluk wel mogelijk als we ons realiseren dat elk ‘geluk’ het zaad in zich draagt van ‘ongeluk’, omdat het tijdelijk is: geluk komt en gaat, vandaag heb je een geweldige dag en morgen is het voorbij.

En elk ‘ongeluk’ draagt het zaad in zich van ‘geluk’: na regen komt zonneschijn.

Zou het streven naar geluk samenhangen met het gegeven dat we ons zo vaak ongelukkig voelen?

Zou het zo kunnen zijn dat het verlangen naar ‘geluk’ (vul maar in: een partner, de juiste baan, een kind, vrede in de wereld, erkenning, waardering, harmonie, verlichting) juist de oorzaak is van ons lijden?

Zou het zo kunnen zijn dat deze zelfde verlangens er zorg voor dragen dat we ons ongelukkig voelen in het hier en nu, omdat onze aandacht elders is, gericht op het realiseren van een verlangen, ergens in de toekomst? Omdat we menen dat het leven zoals het is niet vervullend is, niet voldoet…

Niet voldoet waaraan?
Aan het beeld wat de mind creëert over de realiteit: hoe het zou moeten zijn.
Herkenbaar? Het moet altijd anders zijn dan het is. We kennen geen volmondig ‘ja’.
‘Ja’ in de zin dat het leven goed is zoals het is, met alles erop en eraan.

We ‘leven’ vanuit een ‘nee’. Omdat we menen dat er iets niet deugt aan ons, aan de ander, aan de wereld, aan de omstandigheden zoals ze zijn: het moet anders…

Ben jij ‘gelukkig’? Stop even voordat je verder leest.
Wat is jouw antwoord op deze vraag: ‘Ben jij ‘gelukkig’?

Waar zeg jij nog ‘nee’ tegen? Wat voldoet niet in jouw beleving?

Kan het ‘ik’ wel gelukkig zijn? Het ‘ik’ dat streeft naar…, het ‘ik’ dat dit niet wil, maar dat (iets anders) wil, het ‘ik’ dat afkeurt en goed keurt, het ‘ik’ dat zoveel voorwaarden stelt aan het leven zelf, het ‘ik’ dat zoveel meningen heeft en oordelen kent?

Als gelukkig zijn niet mogelijk is voor het ‘ik’,  bestaat er dan wel zoiets als permanent geluk? Of is dat een sprookje?

De enige weg die ik ken naar waarachtig geluk is ‘ontwaken’. Thuis zijn in het Zelf. Los komen van alle eisen die we aan het leven (onszelf, de ander, de wereld) stellen. Het leven Leven zoals het komt en gaat, zonder daar iets van te vinden. In het hart, uit het hoofd. Loskomen van identificatie met de ideeënwereld (het moet anders zijn dan het is). Los komen van emoties, die komen en gaan, die er mogen zijn, maar totaal anders worden ervaren wanneer je thuis bent in het Zelf, in Gewaarzijn.

En dan luister ik naar de woorden van Osho:

‘Life moves from perfection to perfection. Not from imperfection to perfection. No, life moves from perfection to perfection.’

Er hoeft niets verbeterd of veranderd te worden: all is well. Juist al die inspanningen dat het anders moet zijn dan het is, is de oorzaak van ‘lijden’.
Ontwaken gaat over geluk dat niet komt en gaat, dat permanent is. Noem het Puur Gewaarzijn, Bewustzijn, Liefde, Licht, de Boeddhanatuur. Dan ben je thuis, thuis in het Zelf dat licht en donker overstijgt, het Zelf dat geen polariteiten (geluk/ongeluk) kent, geen voorwaarden stelt. Het Zelf dat neutraal is, vol liefde. Het Zelf dat geen eisen stelt aan het bestaan.

Wil dat dan zeggen dat er geen emoties of beleving meer is van verdriet of pijn?
Emoties verschijnen en er kan pijn zijn. En dat is het dan: er is een emotie of er is pijn. Als jij er niets van vindt, dan is er wat er is. Punt. Maar op het moment dat er identificatie plaats vindt met de emotie of de gedachte, dan komt er lading bij, dan ben je een gevangene van de mind, je gelooft de gedachte (ik ben niks waard), je meent dat de gedachte of emotie (gevoel van afwijzing) echt ‘waar’ is, je bent ervan overtuigd dat jou iets wordt aangedaan door een ander of door bepaalde omstandigheden (je wordt ontslagen), je maakt het persoonlijk (ik ben niet goed genoeg), er ontstaat een ‘verhaal’…, ja…, dan is er sprake van ‘lijden’. Naarmate Gewaarzijn zich verdiept, lost identificatie op, wat niet wil zeggen dat je zo nu en dan nog gevangen kan raken, dat overkomt mij ook, maar de identificatie is oppervlakkig en van korte duur.
En ja…, thuis komen bij het Zelf is een geschenk, dan is het leven vervullend en rijst er een diep gevoel van dankbaarheid op uit het hart…, voor alles wat is…, zoals het is.

PS ik lig op de massagetafel en luister naar mantra’s. Er verschijnt een gedachte: je hebt zojuist een blog geschreven over ‘geluk’, maar hoe zie je dan de dood van je dochter wat afgelopen zomer plaats vond? Dat is toch ‘lijden’? Dat is toch een groot verlies? Dat is toch afschuwelijk? Ja, dat is een groot verlies. Zeker… En ja, er waren tranen en momenten van gemis…
En dan waait Lao Tse (een filosoof uit de 6e eeuw voor Christus) door me heen: ‘Ga niet zo ver om te zeggen dat de dood van je dochter ongeluk (lijden) brengt. Het enige wat je kan zeggen, is dat ze dood is. Dat is een feit. Of het ongeluk brengt of een zegening is, weet je niet, omdat dit slechts één fragment van de werkelijkheid is. Wie weet wat er verder nog volgt?’

Ja, dat weet ik niet. En hoef ik ook niet te weten. Ik kan wel delen wat ik nu, een half jaar na haar overlijden, ervaar: totale neutraliteit betreffende haar dood, een neutraliteit die liefdevol is, een neutraliteit die hechting (gemis) overstijgt. Zo nu en dan waait Simone door me heen, een warme golf, er is een hartverbinding, een verbinding die dood en leven overstijgt. Natuurlijk is het jammer dat ze er niet meer is, we hadden een diepe connectie, ze is er niet meer in aardse vorm, echt jammer. En het is wat het is: ze is dood. En dat is het dan.
Wat ik ook weet, is dat Lao Tse spreekt vanuit de Bron, de Bron van Liefde die neutraal is, de Bron die geen oordelen kent. Of de dood van onze dochter een zegening of een vloek is? Wie zal het zeggen? Een ieder zal geneigd zijn om te zeggen dat het een vloek is. Maar wat als je thuis bent in de Bron? In het Zelf waar geen enkele vorm van polariteit (ongeluk/geluk) aanwezig is, omdat het neutraal is. Niet neutraal in de zin van ‘doods’, maar neutraal in de zin van een onvoorwaardelijk ‘ja’. Is er dan nog sprake van een zegening of van een vloek?

Ontdek het, mediteer, zoek een levende meester die je kan leiden, die je structuur doorziet, die aan je grondvesten rammelt. Het vraagt heel wat om te ontdooien, om de structuur (het ego/de mind/conditionering/overtuigingen/geloof/hechting/zekerheid/veiligheid) te ontmantelen. Het omzettingsproces naar Licht, door alle lagen heen (fysieke, emotionele,mentale laag) is een enorme transformatie. Jaren van moeheid (en soms nog), uiteenlopende fysieke klachten, het onder ogen komen van de zwarte zwaan in mij (wat ik als een pijnlijk proces ervoer, omdat ik er nog wat van vond), het is niet gering wat het van je vraagt, maar meer dan wat dan ook in het leven – het waard. Meditatie en zelfonderzoek én een levende meester zijn voor mij de sleutels tot ‘geluk’.

Wordt wakker, ontwaak.
Dat is het pad naar waar geluk.

 

 

‘Life moves from perfection to perfection. Not from imperfection to perfection. No, life moves from perfection to perfection.’

Documentaire: A family affair. Met welke ogen kijk jij?

mariannefa-still-a16

Een foto van Marianne Hertz, de vrouw waar het in de documentaire om draait.

Samen met een vriendin kijken we naar een documentaire genaamd: A family affair.

Een aanrader. Echt kijken…

Hieronder: een samenvatting van de documentaire, een uitnodiging tot reflectie tijdens het bekijken van de documentaire, een stukje dialoog uit de documentaire met enige reflectie en de link naar de documentaire.

Samenvatting:
Een family affair is een familieverhaal van de filmmaker Tom Fassaert, die op zijn dertigste verjaardag een uitnodiging ontvangt van zijn 95 jarige oma (Marianne Hertz) om haar te bezoeken in Zuid Afrika. Ze heeft lang geleden gebroken met haar zoons, ze vertrok destijds naar Zuid-Afrika, de moederrol niet langer vervullend. Voor haar dood wil ze nog één keer terug naar Nederland om afscheid te nemen van haar familie. Kleinzoon Tom gaat in op haar uitnodiging. Hij heeft oma nooit ontmoet en kent haar alleen van de overwegend negatieve verhalen, die verteld zijn door zijn vader. Marianne Hertz, de oma van Tom, werd in de jaren 50 in Zuid-Afrika een bekend model en opende enkele modezaken. De twee zonen, de vader van Tom die later psycholoog werd en zijn oom, die na het vertrek van zijn moeder enige tijd in een psychiatrische inrichting opgenomen werd, hielden hun leven lang last van het vertrek van hun moeder. Tom Fassaert (kleinzoon) besluit om op de uitnodiging van zijn oma in te gaan en neemt zijn camera mee.

Een uitnodiging tot reflectie tijdens het bekijken van de documentaire:
Terwijl je kijkt naar de documentaire, registreer wat er zoal door je heen gaat: wat merk je op? wat zie je? met welke ogen kijk je? welke oordelen komen langs? welke interpretaties komen voorbij? vind je er wat van?

Kijk je vanuit een bril of zie je de realiteit zoals deze zich toont? Kijk je met een bril van meningen en overtuigingen (ego)? Met de blik van de criticus die overal wat van vindt? Beoordeel je de keuzes die gemaakt worden? Als goed of fout? Zit er iets tussen? Tussen jou en dat wat wordt getoond in de documentaire? Tussen jou en de realiteit van deze familiegeschiedenis?

Of kijk je naar de realiteit zoals deze wordt getoond in de documentaire? Ben je ontvankelijk, open en in resonantie met wat zich afspeelt binnen deze familie? Kijk je vanuit het hart: open, zonder oordeel, vol compassie voor ieders beleving en voor de keuzes die zijn gemaakt.

En wat als je opmerkt dat je kijkt vanuit oordelen en meningen? Wat als je kijkt vanuit de mind, de criticus? Wat als je ziet dat je bril behoorlijk beslagen is en dat je er van alles van vindt…, waardoor je de ander niet kan zien, kan aanvoelen, kan horen…, omdat jouw ‘waarheid’ ertussen zit? Wat als je oordeelloos, vanuit het hart zou willen kijken, maar je opmerkt dat dit niet het geval is?

Het enige wat je te doen staat is: Gewaarzijn. Zie wat er allemaal wordt getriggerd in jou, wat er wordt aangeraakt in jou, doe een stap achteruit (Gewaarzijn), zie de oordelen en meningen, dat is alles. En hecht geen waarde aan wat jij denkt dat de waarheid is, identificeer je niet met alle verhalen en analyses, die je mind erop los laat. Geloof niet wat de mind je voorspiegelt aan opvattingen en overtuigingen die allemaal voort komen uit conditionering en maatschappelijke coderingen (je hoort je kinderen niet achter te laten). En vindt er niks van wat er aan oordelen voorbij komt (ik mag geen oordelen hebben), want dan ben je wederom een gevangene van de criticus, de mind.
De oordelen hoeven niet weg, ze hoeven niet uitgewerkt of opgelost te worden…, dan ben je een leven lang bezig…, met de mind…, die steeds wel weer wat anders verzint waar aandacht aan geschonken dient te worden…, het volgende issue wat opgelost dient te worden (ps: overigens is er niets mis met de mind wanneer het betrekking heeft op praktische zaken of intelligentie die nodig is voor wetenschappelijke doeleinden, het bouwen van bruggen e.d., over dat deel van de mind heb ik het niet).

Richt je aandacht op Gewaarzijn: wie of wat in ons neemt die oordelen waar? Richt daar je aandacht op. Niet op de oordelen zelf, maar op DAT wat de oordelen waarneemt. DAT is neutraal, DAT is compassie, DAT is: kijken vanuit het hart, bewustzijn.

Een fragment uit een dialoog tussen oma en kleinzoon met reflectie:
Een vrouw van 95 jaar, genaamd Marianne, die de rol van oma toebedeeld heeft gekregen, zegt tegen haar kleinzoon Tom:
‘Hoe zie jij mij eigenlijk? Ergens hebben wij dezelfde golflengte al is de leeftijd enorm verschillend. Jij bent 30 en ik ben drie keer zo oud, maar eigenlijk speelt die leeftijd geen grote rol. Dat is het vreemde. Ik hou van jou…, te veel. Ik mag het niet, het is verkeerd, maar het is een feit. Je ziet, ik ga me helemaal openmaken voor jou en dat gebeurt niet veel. Ik kan het niet, maar bij jou kan ik het wel. Vreemd, ik had nooit verwacht dat ik zo verliefd zou zijn op jou. Het is achterlijk. Wat denk jij daar nou van?
Tom, de kleinzoon, geeft aan dat hij niet zo goed weet wat hij moet zeggen, dat hij haar als oma ziet en de familiegeschiedenis wil filmen.
Waarop Marianne zegt: ‘Luister, Tom, ik geloof het niet dat jij mij alleen maar als oma ziet…, ik geloof het niet. Ergens denk jij misschien ook was zij maar 25 of 26 jaar oud… Dan was het een passionate love affair, fantastic…, fantastic…, fantastic…
Tom: het gaat er bij u niet in dat ik u alleen maar als oma zie…
Nee, zegt Marianne, er is meer, er is meer… Tom blijft aangeven dat hij Marianne als zijn oma beschouwd ook al weet hij niet wat een oma is, omdat zij een groot deel van zijn leven uit beeld is geweest. Waarop Marianne zegt: ‘Ach jij met je oma, hou je mond over oma.’ Tom: ‘Waarom wilt u niet mijn oma zijn?’
Marianne: ‘Dat vind ik te officieel, te onromantisch, te werkelijk, te werkelijk.’

Reflectie: Als ik naar deze documentaire, deze vrouw kijk, luister en voel, dan smelt ik… – in tegenstelling tot meerdere recensies, die over de documentaire en over haar zijn geschreven.

Wat ik zie, hoor en voel is: Liefde. Liefde voor Marianne die geen ‘oma’ wil zijn, maar een mens. Liefde voor een vrouw die met krulspelden op in de camera verschijnt. Liefde voor de vrouw die zich zonder enige gene uitgebreid opmaakt voor de camara, terwijl zij aangeeft dat uiterlijk niet belangrijk is. Liefde voor de vrouw die op 95-jarige leeftijd iedere dag haar gymnastiek oefeningen doet. Liefde voor de vrouw die duidelijk haar grenzen aangeeft (daar wil ik niet over praten, dat is een ander onderwerp). Liefde voor de vrouw die zich geleidelijk aan opent naar Tom (kleinzoon). Eindelijk is er iemand binnen de familie/in haar leven, die werkelijk geïnteresseerd is in haar, in haar verhaal, haar geschiedenis, haar motieven. Haar kleinzoon, die ze niet als kleinzoon wil zien, maar als mens…, luistert naar haar, ziet haar, stelt zich open voor haar, ook al is er zo nu en dan wrijving tussen hen: zij ontmoeten elkaar van hart tot hart, voorbij alle woorden. Marianne vertaalt dit als ‘verliefd’ zijn, als ‘ergens hebben wij dezelfde golflengte’, als ‘er is meer tussen ons, er is meer’, maar wat er eigenlijk plaats vindt, is dat haar hart open gaat, geleidelijk aan opent zij zich en toont haar liefde aan Tom. Aan het einde van de documentaire, in de laatste fase van haar leven, wanneer ze in het ziekenhuis ligt, schuift Tom aan het bed, hij houdt haar hand vast en zegt: ‘Marianne (dus niet ‘oma’, hij benadert haar als mens), ik ben er, ik ben er. Ze glimlacht gelukzalig en aait wat over zijn hand. Tom vraagt hoe het met haar gaat. Waarop ze zegt: Met mij? Fantastisch… En wederom verschijnt er een gelukzalige glimlach op haar gezicht.

Tja, dat is pure liefde… Dat is wat ik zie, voel en hoor. Wat zie, voel en hoor jij?

Hieronder een alinea uit een recensie geschreven door de Volkskrant: met welke ogen is dit geschreven?
‘Met die onthutsende ontboezeming, vastgelegd door de camera, komt Fassaert nog het dichtst bij de kern van Marianne’s persoonlijkheid. Ze is een onstuitbare flirt, een narcist die nooit moedergevoelens gekend lijkt te hebben en ook geen oma wenst te zijn. Wanneer ze later geëmotioneerd over haar eigen moeilijke jeugd vertelt, is het moeilijk haar te geloven; wie weet dikt ze haar verhaal wel aan om indruk te maken, zoals haar hele optreden erop gericht is anderen voor zich te winnen.’

Tot slot een citaat van Marianne en een citaat van Tom:
Marianne: ‘Wanneer is iets waar? Waarheid is persoonlijk. Er bestaat geen echte waarheid. Waarheid: forget it…, die vindt je nooit!’

Citaat van Tom: ‘Ik was gefascineerd door het feit dat mijn vader telkens opnieuw een band met haar probeerde op te bouwen. Hoe bij zeventigjarigen, zoals mijn vader en zijn broer, het verlangen naar een moeder, dat is ontstaan in hun kindertijd, een rol blijft spelen.’

Ja, waarheid bestaat niet…, niet op het relatieve vlak. Iedereen heeft zo zijn/haar eigen kijk en beleving en houdt vast aan herinneringen, aan een verhaal uit het verleden waardoor we de ander niet ontmoeten, omdat al onze projecties (alle oordelen die we op de ander ‘plakken’) ertussen zitten. Zo gaat dat…, zolang je niet ontwaakt bent, iedereen leeft in haar/zijn virtuele werkelijkheid, bedacht door het hoofd, wat tot conflicten en lijden leidt als je meent dat jouw kijk, jouw verhaal de juiste is: wat ik zie is waar, wat de ander ziet is niet waar, ik heb gelijk, jij ziet het verkeerd. Ja, Marianne heeft dit goed begrepen: waarheid op het relatieve vlak bestaat niet. Maar wat gaat voorbij ieders beleving, ieders waarheid, voorbij alle inkleuringen, voorbij alle oordelen (positief of negatief) en herinneringen? Richt daar je aandacht op, wie of wat neemt die persoonlijke waarheid waar?

Bewustzijn… en dan ontvouwt zich de realiteit zoals die is, dan kan je de ander horen, voelen en zien zoals die is, dan zit er niets meer tussen jou en de realiteit, dan ontvouwt zich werkelijke liefde.

 

De link naar de documantaire ‘A family Affair’:
http://www.npo.nl/2doc/16-11-2016/KN_1686075

 

 

Het hart spreekt: een ontmoeting in de supermarkt

het-hart-spreekt2

Ik ben in de supermarkt om de laatste boodschappen voor de kerst in te slaan. Op enig moment hoor ik iemand achter mij mijn naam roepen: ‘Ha Car…’. De stem klinkt bekend, vertrouwd, ook al weet ik nog niet wie bij de stem hoort. Ik draai mij om en kijk in het gezicht van een man van ongeveer 30 jaar. Ik herken hem niet.
Hij ziet aan mijn blik dat er geen herkenning plaats vindt en zegt: Car, je weet toch wel wie ik ben?’ Ik zeg: ‘Nee, ik herken je niet…, ik weet niet wie je bent.’
Terwijl deze uitwisseling gaande is, verschijnt er een foto van hem van jaren geleden voor mijn geestesoog. O, het is Klaas…, gaat er door me heen.
Klaas zegt: ‘Ik ben het, Klaas.’ Ja, nu herken ik je, zeg ik, je bent erg veranderd. Je haar is anders, een ander model…, en je hebt een bril en een rode vlek in je gezicht die ik niet eerder bij je heb gezien…, en je hele uitstraling is anders… Ja, dat klopt, zegt hij. Hoe gaat het met je? vraag ik. Het gaat goed, zegt hij. Ik heb sinds enkele maanden een andere baan, ik ben nu verkoper op een kantoor. Dat meen je niet, zeg ik, wat geweldig voor je. Ja, zegt hij, ik ben eindelijk weg als verkoper uit de kledingbranche. En hij vertelt over de verandering, het kantoor, de collega’s, een grote deal die hij heeft weten binnen te slepen, de waardering die hij daarvoor ontving… En uit het niets beginnen de tranen over mijn wangen te stromen terwijl Klaas zijn ervaringen deelt. Op enig moment zegt Klaas wat ongemakkelijk: ‘Wat gebeurt er nu met je, Car, moet je nu huilen???’ Huil je om Simone??? (Simone is onze dochter die deze zomer is overleden).

Nee, zeg ik, ik huil niet om Simone…, ik ben zo blij voor je…, ik voel zoveel blijdschap en dankbaarheid…, het voelt als een zegening, een geschenk dat het bestaan jou en het bedrijf waar je nu voor het werkt bij elkaar heeft gebracht…, en de baan is je op het lijf geschreven, ik zie je die deal zo realiseren, je hebt alle kwaliteiten in huis voor deze job…, ik vind het zo geweldig voor je…Ik weet dat je al enkele jaren door wilde, je wilde groeien, verder, uit die kledingbranche. Ik weet dat je pogingen ondernam om je verder te ontwikkelen, maar dat resultaat uit bleef. Ik weet dat je situatie soms uitzichtloos voor je voelde…, alsof je voor eeuwig gebonden zou zijn aan de baan die je had in de kledingbranche. En om dan dit bericht van jou te mogen ontvangen, na je ongeveer 7 jaar niet meer echt gesproken te hebben…, ja, dan voel ik alleen maar liefde en dankbaarheid…, ik gun het je zo graag…, al vele jaren…, en nu is het werkelijkheid voor je, ik kan zo invoelen wat deze verandering voor je betekent…
Klaas kijkt me aan…, hij is geraakt door mijn tranen en woorden. Hij spreidt zijn armen en ik neem zijn uitnodiging voor een hugh in ontvangst. Dank je wel, zegt Klaas, ja…, ik ben zelf ook heel erg blij met deze verandering…, dat heb je goed aangevoeld en verwoordt Car. En zo staan we samen in de supermarkt, in elkaars armen, terwijl de tranen in stilte stromen…

Wonderlijk… wanneer het hart open is…