Moed betekent angst voelen en toch je hart volgen.

Moed betekent angst voelen en toch je hart volgen.

We zijn op vakantie. Kennissen uit de omgeving komen langs, op visite.

De man en de vrouw delen de wetenswaardigheden van het afgelopen jaar. We luisteren naar de nieuwtjes en vragen hier en daar door. Leuk om te horen welke concrete veranderingen er in hun leven hebben plaats gevonden (verbouwing/andere baan).

Het tempo van het gesprek ligt ‘hoog’. Het ene verhaal na het andere wordt gedeeld. Na enige tijd valt mij op dat er niet een wederkerige uitwisseling ontstaat. Zij delen, wij (mijn partner en ik) luisteren. Wat maakt dat deze uitwisseling zo verloopt?

Wat ik bemerk, is er dat er weinig ruimte is in het gesprek, ruimte in de zin van openheid, ruimte in de zin van vertraging, ruimte in de zin van pauzes gedurende het delen, ruimte in de zin van: stilte.

De stilte, de openheid, de vertraging van waaruit verdieping, een werkelijk ontmoeten en humor kan ontstaan…

Op enig moment wordt er een wedervraag gesteld: welke nieuwtjes hebben jullie?
Ik voel geen enkele impuls om wat te delen. Er komt niets op. Ik heb geen nieuwtjes te delen. Wel een proces doorlopen naar aanleiding van het overlijden van onze dochter, waar zij van op de hoogte zijn.

De energie in het gezelschap ligt ‘hoog’ of is ‘gehaast’, ‘snel’. Ik merk dat ik wat tijd nodig heb om te zakken, om in te dalen, om te voelen wat er van binnenuit gedeeld wil worden, maar die tijd ontbreekt. En ik spreek me daarover niet uit. Mijn partner doet een poging door een nieuwtje te delen. Het nieuwtje wordt op een bepaalde wijze opgepakt en vertaald door de ander. Er komt geen uitwisseling op gang en al snel draaien de rollen weer om. Hier en daar plaats ik nog een opmerking, maar er komt geen werkelijke ontmoeting op gang.

Ik bekijk onze interactie. Ja, zo gaat het…, dit is het hoofdmenu, niet het voorgerecht, maar het hoofdmenu: de wetenswaardigheden. Geen stilte, pauze, vertraging van waaruit verdieping en humor kan ontstaan, maar in een hoog tempo zenden.
Hij mist contact, hij mist de uitwisseling van emoties, geeft de bezoeker aan. Dat begrijp ik, als ik zo het gesprek waarneem. Hij voelt zich alleen, eenzaam, kent weinig mensen. Dat begrijp ik, als ik zo het gesprek beluister.

Na 1,5 uur breekt het moment aan om afscheid te nemen. De man geeft aan dat we altijd langs kunnen komen als er iets is, dat zij graag met ons willen wandelen en vervolgens nodigt hij ons uit om over 6 dagen te komen barbecueën.

En dan komt het erop aan: Wat zeg ik? Wat is mijn waarheid? Wat voel ik? Wil ik wel nader contact? Wil ik wel barbecueën met hen? En durf ik me uit te spreken ook als de ander dat mogelijk als een afwijzing of teleurstelling ervaart?

Eén ding is op voorhand voor mij duidelijk: ik wil niet barbecueën. Ik voel er niets voor om een aantal uren van mijn tijd door te brengen met mensen, die zich bewegen op het level van nieuwtjes. Niet dat er iets mis is met hen (het zijn sympathieke mensen) of met het uitwisselen van nieuwtjes, maar dat kan ook door even een praatje te maken, zo nu en dan.

Oké, de uitnodiging. Wat is mijn antwoord?
Ik zeg: ik weet het nog niet. Waarop de ander reageert: hoezo weet je het nu nog niet?
Ik zeg: Ik wil eerst met mijn partner overleggen, ik laat het je nog weten.
Hoezo is daar overleg voor nodig? Je weet nu toch wel of je over 6 dagen wilt barbecueën? (En dat klopt, ik weet mijn antwoord, maar ik ben niet alleen, er is ook een partner, en ik vind het niet makkelijk om ‘nee’ te zeggen).

En vervolgens kijkt hij vragend naar mijn partner: wat vind jij ervan? En ik zeg nogmaals dat ik met mijn partner wil overleggen: ik laat het je over enkele dagen weten. Mijn partner knikt instemmend naar mij en het gezelschap. Ik zie en voel dat de bezoeker geïrriteerd is en zich afgewezen voelt.

Ik pak de draad weer op en zeg: ik weet niet of ik het nu wel wil…, misschien voelt het gewoon te snel…, voelt het meer kloppend als we over een maand afspreken om te barbecueën. En ik wil ook gewoon even afstemmen met mijn partner. Waarop hij verbolgen reageert: Over een maand? zegt hij (dan pas…), nou, dan weet ik niet of ik er wel ben, misschien ben ik dan wel op vakantie. Waarop ik zeg: Oké, dat zij dan zo. Dat antwoord vindt hij niet leuk. En ik voeg eraan toe: Als het antwoord ‘nee’ is, als we jullie uitnodiging afslaan, betrek het dan niet op jezelf. Het gaat niet over jullie, ik mag jullie, maar de vraag is of ik op deze wijze wil afspreken met jullie. Nou, reageert hij echt geïrriteerd: ik wil het wel een paar dagen van tevoren weten om de inkopen te doen.
Ik zal het je tijdig laten weten, zeg ik.

Voel je het gesprek aan? Voel je hoe moeilijk het is om jezelf trouw te blijven als je een sterk appèl voelt van de andere kant tot contact? Als je weet dat de ander zich eenzaam voelt, ook al ben ik niet verantwoordelijk voor de eenzaamheid van de ander… Voel je wat voor enorme uitdaging er in zit om je uit te spreken, om je waarheid te leven?

Zo nu en dan een praatje of een kopje koffie/thee, meer zit er niet in. Dat is het antwoord van binnenuit, oftewel ‘mijn’ waarheid. Ga er maar eens aan staan om deze boodschap in alle openheid en eerlijkheid te geven. Ik wijs hen niet af, maar zo interpreteren zij dat wel, zij betrekken het op zichzelf, maar daar gaat het niet over, het gaat niet over hen, maar over mij: wat klopt voor mij?
Ook al klopt dat niet voor de ander…

Ja, maar je kunt toch niet altijd uitgaan van jezelf? Dat is toch egoïstisch?
Is dat zo? Is het egoïstisch om jezelf trouw te zijn? Of is het egoïstisch van de ander om er bij voorbaat vanuit te gaan dat je aan de verwachting (de uitnodiging) van de ander tegemoet komt? Het is toch een uitnodiging? Oftewel: een vraag? En op een vraag zijn toch meerdere antwoorden mogelijk: ja, nee, misschien. Mag ik ‘nee’ zeggen? Of dien ik eigenlijk ‘ja’ te zeggen, omdat de ander zich anders afgewezen voelt of teleurgesteld, alsof ik verantwoordelijk ben voor de reactie van de ander?

Ben ik verantwoordelijk voor de pijn die de ander in zich draagt, de pijn die geraakt wordt op het moment dat ik ‘nee’ zeg, de pijn die ooit is ontstaan in zijn of haar geschiedenis? Dien ik dan het leven te leiden wat anderen van mij verwachten, omdat zij zich anders afgewezen of teleurgesteld voelen?

Ben ik op het punt aangeland dat ik een afwijzing van de ander in ontvangst kan nemen wetende dat deze afwijzing niets over mij zegt, maar alles over de ander: hij of zij raakt getriggerd door een ‘nee’, hij of zij heeft een verwachting waar ik niet aan tegemoet kan komen, hij of zij laat de ander (mij) niet vrij, er is geen ruimte bij de ander om elk antwoord in ontvangst te nemen, het antwoord moet eigenlijk ‘ja’ zijn. Is dit liefde?

Hoe groot is het hart van de ander als er impliciete eisen worden gesteld? Als je eigenlijk geen ‘nee’ mag zeggen. Is het egoïstisch om naar jezelf te luisteren? Om na te gaan wat klopt voor jou? Ook als dat niet klopt voor de ander… Moet ik dan mijn leven zo  leven dat ik aan alle verwachtingen en verlangens van anderen voldoe? Dus dat ik het leven van anderen leid in plaats van het leven zoals het van binnenuit klopt?

Van waaruit bewegen we mee met al die verwachtingen die anderen over ons hebben? Schuldgevoel? Dan ben ik geen goeie …: vader, moeder, dochter, zoon, buurvrouw/man, partner, werknemer, werkgever?

Bewegen we mee met de verwachtingen om mogelijke oordelen van anderen te voorkomen? Oordelen die nog in onszelf leven, want anders zouden de oordelen van anderen ons überhaupt niet raken. Oordelen die voort komen uit overtuigingen, die we van jongs af aan hebben mee gekregen: als je aan jezelf denkt ben je een egoïst, dan heb je niets voor de ander over. Is dat zo? Heb je niets voor de ander over als je uitgaat van datgene wat klopt voor jou?

In hoeverre ben je echt aanwezig, in verbinding, in contact, als je ‘ja’ zegt, terwijl het van binnen een ‘nee’ is? In hoeverre is dat liefdevol naar de ander toe? Maar bovenal naar jezelf? Waarom voelen zoveel mensen zich moe en uitgeput? Zou dat onder andere te maken kunnen hebben met het gegeven dat we niet luisteren naar dat wat de innerlijke stem aangeeft, omdat we geleefd worden door allerlei overtuigingen, die aan ons door opvoeders en maatschappij met de paplepel zijn mee gegeven?

Oké, terug naar de situatie. De uitnodiging voor de barbecue. Ik overleg met mijn partner en vraag hem hoe hij erin zit. Hij geeft aan dat hij niet van barbecueën houdt. Zo nu en dan een kopje koffie/thee drinken en hij wil ook wel een enkele keer met de mannelijke bezoeker wandelen (of het er daadwerkelijk van komt, weet hij niet), maar hij zit niet te wachten op een barbecue.

Dit is het antwoord wat ik de bezoekers stuurde:

Ha lieve mensen,
Barbecue: nee. We vinden het leuk om jullie zondag even te bezoeken, de  verbouwing te zien en een praatje te maken, als het voor jullie ook oké is.

Ik kreeg het volgende antwoord terug: Hi, Oke op zondag.

Tja, zo gaat het dan…, dikke kans dat hij zondag vraagt waarom we niet willen barbecueën. En wederom een uitdaging: wat zeg ik dan? En mijn antwoord is anders dan het antwoord van mijn partner. Durf ik open en eerlijk aan te geven hoe voor mij de vork in de steel zit: zo nu en dan een praatje, dat is het, het heeft niets met jullie persoonlijk te maken, dit is gewoon het antwoord wat ik van binnenuit voel.

Ben benieuwd wat zich zondag ontvouwd.

PS betekent dit dat mijn partner voor hetzelfde dient te kiezen? Nee. Als hij wil gaan wandelen, eten, kletsen of anderszins…, ga je gang…, je bent een vrij mens…, net als ik.

De vrijheid die in mij rijzende is, gun ik ieder ander.

 

www.bewustzijnscoaching.com
www.thehealingcircle.one
Facebook: Caroline Ootes, Ontwaken, Bewustzijnscoaching
LinkedIn: Caroline Ootes

Documentaire: A family affair. Met welke ogen kijk jij?

mariannefa-still-a16

Een foto van Marianne Hertz, de vrouw waar het in de documentaire om draait.

Mijn vriendin en ik kijken naar een documentaire genaamd: A family affair.

Een aanrader. Echt kijken…

Hieronder: een samenvatting van de documentaire en een uitnodiging tot reflectie;  een stukje dialoog uit de documentaire met enige reflectie van mijn kant en de link naar de documentaire.

Samenvatting:
Een family affair is een familieverhaal van de filmmaker Tom Fassaert, die op zijn dertigste verjaardag een uitnodiging ontvangt van zijn 95 jarige oma (Marianne Hertz) om haar te bezoeken in Zuid Afrika. Tom leeft in Nederland. Marianne heeft lang geleden gebroken met haar zoons, ze vertrok destijds naar Zuid-Afrika, de moederrol niet langer op zich nemend. Voor haar dood wil ze nog één keer terug naar Nederland om afscheid te nemen van haar familie. Kleinzoon Tom gaat in op haar uitnodiging. Hij heeft oma nooit ontmoet en kent haar alleen van de overwegend negatieve verhalen, die verteld zijn door zijn vader.
Marianne Hertz, de oma van Tom, werd in de jaren 50 in Zuid-Afrika een bekend model en opende enkele modezaken. De twee zonen, de vader van Tom die later psycholoog werd en zijn oom, die na het vertrek van zijn moeder enige tijd in een psychiatrische inrichting opgenomen werd, hielden hun leven lang last van het vertrek van hun moeder. Tom Fassaert (kleinzoon) besluit om op de uitnodiging van zijn oma in te gaan en neemt zijn camera mee.

Een uitnodiging tot reflectie tijdens het bekijken van de documentaire:
Terwijl je kijkt naar de documentaire, registreer wat er zoal door je heen gaat: wat merk je op? wat zie je? met welke ogen kijk je? welke oordelen komen langs? welke interpretaties komen voorbij? wat vind je ervan?

Kijk je vanuit een bril?
Kijk je door een bril van meningen en overtuigingen (ego)?
Met de blik van de criticus, die overal wat van vindt?
Beoordeel je de keuzes die gemaakt worden als goed of fout?
Zit er iets tussen jou en dat wat wordt getoond in de documentaire?
Tussen jou en de realiteit van deze familiegeschiedenis?

Of kijk je naar de realiteit zoals deze wordt getoond in de documentaire, zonder er iets van te vinden? Ben je ontvankelijk, open en in resonantie met wat zich afspeelt binnen deze familie? Kijk je vanuit het hart: zonder oordeel, vol compassie voor ieders beleving en voor de keuzes, die zijn gemaakt.

En wat als je opmerkt dat je kijkt vanuit oordelen en meningen?
Wat als je kijkt vanuit de mind, de criticus?
Wat als je ziet dat je bril behoorlijk beslagen is en je ontdekt dat je er van alles van vindt…, waardoor je de ander niet open kan zien, aanvoelen en horen…, omdat jouw ‘waarheid’ ertussen zit?

Wat als je oordeelloos, vanuit het hart zou willen kijken, maar je opmerkt dat dit niet het geval is?

Het enige wat je te doen staat is: Gewaarzijn. Zie wat er allemaal wordt getriggerd in jou, wat er wordt aangeraakt in jou, doe een stap achteruit (Gewaarzijn), zie de oordelen en meningen, dat is alles. En hecht geen waarde aan wat jij denkt dat de waarheid is, identificeer je niet met alle verhalen en analyses, die je mind erop los laat.
Geloof niet wat de mind je voorspiegelt aan opvattingen en overtuigingen, die allemaal voort komen uit conditionering en maatschappelijke coderingen (je hoort je kinderen niet achter te laten).

En veroordeel jezelf niet als er allerlei oordelen voorbij komen (ik mag geen oordelen hebben), want dan ben je wederom een gevangene van de criticus, de mind.

De oordelen hoeven niet weg, ze hoeven niet uitgewerkt of opgelost te worden…, dan ben je een leven lang bezig…, met de mind…, die steeds wel weer wat anders verzint waar aandacht aan geschonken dient te worden…, het volgende issue wat opgelost dient te worden (ps: overigens is er niets mis met de mind wanneer het betrekking heeft op praktische zaken of intelligentie, die nodig is voor wetenschappelijke doeleinden, het bouwen van bruggen e.d., over dat deel van de mind heb ik het niet).

Richt je aandacht op Gewaarzijn: wie of wat in ons neemt die oordelen waar? Richt daar je aandacht op. Niet op de oordelen zelf, maar op DAT wat de oordelen waarneemt. DAT is neutraal, DAT is compassie, DAT is: kijken vanuit het hart, bewustzijn.

Een fragment uit een dialoog tussen oma en kleinzoon met reflectie:
Een vrouw van 95 jaar, genaamd Marianne, die de rol van oma toebedeeld heeft gekregen, zegt tegen haar kleinzoon Tom:
‘Hoe zie jij mij eigenlijk? Ergens hebben wij dezelfde golflengte al is de leeftijd enorm verschillend. Jij bent 30 en ik ben drie keer zo oud, maar eigenlijk speelt die leeftijd geen grote rol. Dat is het vreemde. Ik hou van jou…, te veel. Ik mag het niet, het is verkeerd, maar het is een feit. Je ziet, ik ga me helemaal open maken voor jou en dat gebeurt niet veel. Ik kan het niet, maar bij jou kan ik het wel. Vreemd, ik had nooit verwacht dat ik zo verliefd zou zijn op jou. Het is achterlijk. Wat denk jij daar nou van?
Tom, de kleinzoon, geeft aan dat hij niet zo goed weet wat hij moet zeggen, dat hij haar als oma ziet en de familiegeschiedenis wil filmen.
Waarop Marianne zegt: ‘Luister, Tom, ik geloof het niet dat jij mij alleen maar als oma ziet…, ik geloof het niet. Ergens denk jij misschien ook was zij maar 25 of 26 jaar oud… Dan was het een passionate love affair, fantastic…, fantastic…, fantastic…
Tom: het gaat er bij u niet in dat ik u alleen maar als oma zie…
Nee, zegt Marianne, er is meer, er is meer… Tom blijft aangeven dat hij Marianne als zijn oma beschouwd ook al weet hij niet wat een oma is, omdat zij een groot deel van zijn leven uit beeld is geweest. Waarop Marianne zegt: ‘Ach jij met je oma, hou je mond over oma.’  Tom: ‘Waarom wilt u niet mijn oma zijn?’
Marianne: ‘Dat vind ik te officieel, te onromantisch, te werkelijk, te werkelijk.’

Reflectie: Als ik naar deze documentaire, deze vrouw kijk, luister en voel, dan smelt ik…, in tegenstelling tot meerdere recensies, die over de documentaire en over haar zijn geschreven.

Wat ik zie, hoor en voel is: Liefde.

Liefde voor Marianne die geen ‘oma’ wil zijn, geen rol wil spelen, maar een mens wil zijn. Liefde voor een vrouw, die met krulspelden op in de camera verschijnt.
Liefde voor een vrouw, die zich zonder enige gene, uitgebreid opmaakt voor de camara, terwijl zij aangeeft dat uiterlijk niet belangrijk is.
Liefde voor een vrouw die op 95-jarige leeftijd iedere dag haar gymnastiek oefeningen doet. Liefde voor een vrouw, die duidelijk haar grenzen aangeeft (daar wil ik niet over praten, dat is een ander onderwerp). Liefde voor een vrouw, die zich geleidelijk aan opent naar Tom (kleinzoon).

Eindelijk is er iemand binnen de familie/in haar leven, die werkelijk geïnteresseerd is in haar, in haar verhaal, haar geschiedenis, haar motieven. Haar kleinzoon, die ze niet als kleinzoon wil zien, maar als mens…, luistert naar haar, ziet haar, stelt zich open voor haar. En ook al is er zo nu en dan wrijving tussen hen: zij ontmoeten elkaar van hart tot hart, voorbij alle woorden. Marianne vertaalt dit als ‘verliefd’ zijn, als ‘ergens hebben wij dezelfde golflengte’, als ‘er is meer tussen ons, er is meer’, maar wat er eigenlijk plaats vindt, is dat haar hart open gaat, geleidelijk aan opent zij zich en toont zij haar liefde aan Tom.

Aan het einde van de documentaire, in de laatste fase van haar leven, wanneer ze in het ziekenhuis ligt, schuift Tom aan het bed, hij houdt haar hand vast en zegt: ‘Marianne (dus niet ‘oma’, hij benadert haar als mens), ik ben er, ik ben er. Ze glimlacht gelukzalig en aait wat over zijn hand. Tom vraagt hoe het met haar gaat. Waarop ze zegt: Met mij? Fantastisch… En wederom verschijnt er een gelukzalige glimlach op haar gezicht. Niet veel later overlijdt ze.

Tja, dat is pure liefde… Dat is wat ik zie, voel en hoor. Wat zie, voel en hoor jij?

Hieronder een alinea uit een recensie geschreven door de Volkskrant:
met welke ogen is dit geschreven?
‘Met die onthutsende ontboezeming, vastgelegd door de camera, komt Fassaert nog het dichtst bij de kern van Marianne’s persoonlijkheid. Ze is een onstuitbare flirt, een narcist die nooit moedergevoelens gekend lijkt te hebben en ook geen oma wenst te zijn. Wanneer ze later geëmotioneerd over haar eigen moeilijke jeugd vertelt, is het moeilijk haar te geloven; wie weet dikt ze haar verhaal wel aan om indruk te maken, zoals haar hele optreden erop gericht is anderen voor zich te winnen.’

Tot slot een citaat van Marianne en een citaat van Tom:
Marianne: ‘Wanneer is iets waar? Waarheid is persoonlijk. Er bestaat geen echte waarheid. Waarheid: forget it…, die vindt je nooit!’

Citaat van Tom: ‘Ik was gefascineerd door het feit dat mijn vader telkens opnieuw een band met haar probeerde op te bouwen. Hoe bij zeventigjarigen, zoals mijn vader en zijn broer, het verlangen naar een moeder, dat is ontstaan in hun kindertijd, een rol blijft spelen.’

Ja, waarheid bestaat niet…, niet op het relatieve vlak.
Iedereen heeft zo zijn/haar eigen kijk en beleving en houdt vast aan herinneringen, aan een verhaal uit het verleden waardoor we de ander niet open tegemoet kunnen treden, omdat al onze projecties, alle oordelen die we op de ander plakken, gebaseerd op pijnlijke herinneringen, ertussen zitten.

Zo gaat dat…, zolang je niet ontwaakt bent. Iedereen leeft in haar/zijn virtuele werkelijkheid, wat leidt tot conflicten en lijden als je meent dat jouw kijk, jouw verhaal de juiste is: wat ik zie is waar, wat de ander ziet is niet waar, ik heb gelijk, jij ziet het verkeerd.

Ja, Marianne heeft dit goed begrepen: waarheid op het relatieve vlak bestaat niet. Maar wat gaat voorbij ieders beleving, ieders waarheid, voorbij alle inkleuringen, voorbij alle oordelen (positief of negatief) en (belastende) herinneringen?

Richt daar je aandacht op, wie of wat neemt die persoonlijke waarheid waar?

Bewustzijn… en als je thuis bent in gewaarzijn, dan ontvouwt zich de realiteit zoals die is, dan kan je de ander horen, voelen en zien zoals die is, dan zit er niets meer tussen jou en de realiteit, dan ontvouwt zich werkelijke liefde.

De link naar de documantaire ‘A family Affair’:
https://www.npostart.nl/2doc/16-11-2016/KN_1686075

 

www.bewustzijnscoaching.com
www.thehealingcircle.one
LinkedIn: Caroline Ootes
Facebookpagina: Caroline Ootes, Ontwaken, Bewustzijnscoaching

Karma: Het zal wel mijn schuld zijn, ik heb het er zelf naar gemaakt.

Er komt een cliënt in de praktijk. Op enig moment geeft ze aan dat ze gelooft dat de loop van haar leven, die bepaald niet makkelijk is geweest (en nog de nodige uitdagingen met zich mee brengt), wordt bepaald door karma.
Karma wordt ook wel de wet van oorzaak en gevolg genoemd. Dit betekent dat alles wat we doen (actie) een oorzaak vormt, die op een zeker tijdstip een gevolg heeft. Dat latere tijdstip kan betrekking hebben op dit leven of een volgend (ander) leven.

Ik vraag aan de cliënt wat het voor haar betekent dat ze in reïncarnatie & karma gelooft. Ze zegt: ‘Het zal wel mijn eigen schuld zijn geweest dat mijn leven zo is gelopen, ik heb het er zelf naar gemaakt.’

Is dat zo? vraag ik. Heb jij het er zelf naar gemaakt? Eigen schuld, dikke bult?
Weet jij wat al je handelingen zijn geweest uit een ander leven waardoor je huidige leven zo loopt zoals het is? Nee, zegt ze.
Heb jij het leven in de hand? Het nest waarin je geboren werd? De omstandigheden zoals die eruit zien? Heb jij je ouders uit gekozen? Was jij daarbij? Dat weet ik niet, zegt ze.

En welke stem hoor jij als je zegt:  ‘Het zal wel mijn schuld zijn?’
Is dat de stem van het hart, de stem van compassie en mededogen?
Of de stem van je ouders, de stem van het verleden, de stem die verbonden is aan pijnlijke herinneringen, de stem van de mind, die steeds hetzelfde scenario blijft herhalen: het is jouw schuld dat je leven zo loopt…
Is dat waar?

En zijn deze overtuigingen behulpzaam? Nee, helemaal niet, zegt de cliënt.

Zolang we nog geprogrammeerde c.q. geconditioneerde wezens zijn, kan er dan wel sprake zijn van keuzevrijheid? De vrijheid om anders te handelen dan de scenario’s, die in ons programma staan geschreven?

Wat heeft het dan voor zin om op deze wijze (schuld en boete) naar jezelf en het bestaan te kijken?

Zie je dat de mind alles aangrijpt, zelfs het concept van karma en reïncarnatie om jou gevangen te houden in schuld, in veroordeling van jezelf?

Ja, zegt de cliënt, dat realiseerde ik me later ook…, dat ik hier niks mee kan…, waar ik wel wat mee kan, is hoe ik ermee om ga. Precies, zeg ik, verantwoordelijkheid nemen voor
datgene wat er op je pad komt, wakker worden uit de geconditioneerde staat van zijn, wakker worden uit al die aangeleerde reactiepatronen en overtuigingen.
En dat heeft niets met schuld of straf te maken.

En uiteindelijk weten we niet hoe de vork in de steel zit…, of reïncarnatie waar of onwaar is. En doet dat er wel toe? Je leven speelt zich hier en nu af, richt daar je aandacht op.
Mediteer en gebruik zelfonderzoek om te ontsnappen uit de greep van de mind, die jou terroriseert met gedachten en emoties als schuld, angst, niet goed genoeg zijn, karma etc.

En: Het leven blijft een mysterie. Gelukkig maar…, we kunnen erover filosoferen, maar het uiteindelijke antwoord weten we niet. En dat is maar goed ook.

Dat gezegd hebbende voel ik zelf affiniteit met het concept ‘reïncarnatie’. Oftewel: het Bewustzijn (niet een ‘ikje’) kiest de omstandigheden (leven na leven), om thuis te komen bij het Zelf (wat we al zijn, maar ons niet meer herinneren) van waaruit we loskomen van het wiel van wedergeboorte.

Een tijd geleden las ik een boek van Osho (Totdat je sterft) waarin hij o.a. een verfrissende kijk geeft op de basisconcepten van religies zoals het Hindoeïsme (reïncarnatie/karma), Soefisme en het Christendom. Het fascineerde me. Ik wil dan ook graag met de lezer delen wat Osho daarover in zijn boek weer geeft.

Hieronder een verkorte weergave van enkele bladzijden uit het boek (pagina 144 en verder). De cursivering van bepaalde uitspraken van Osho komt van mij, evenals enkele woorden die tussen haakjes staan geschreven.
Met ‘onecht’ wordt bedoeld: de geconditioneerde, mechanische structuur (ego/mind).

Oké, daar gaan we dan:
‘De waarheid kan jou niet rechtstreeks gezegd worden. Er moet iets gedaan worden, zodat je geleidelijk je weg naar de waarheid vervolgt. (…) De kennis moet geleidelijk in jou groeien door middel van bepaalde omstandigheden. En natuurlijk zullen alleen onechte omstandigheden helpen, omdat jij onecht bent. (…)
Om een voorbeeld te geven: stel dat je in een gesloten huis woont, een huis waar je nooit uit bent geweest. Je hebt de zon nooit gezien, je hebt de vogels nooit gehoord, je hebt de wind nooit door de bomen voelen gaan. Je bent nooit buiten geweest, je hebt nooit bloemen gezien of de regen. Je hebt in een dicht huis gewoond, volkomen afgesloten, zelfs geen raam. Dan kom ik naar je toe en ik wil graag dat je buiten komt en zingt met de vogels en danst met de wind en bent als de bloemen die zich openen (…) voor het oneindige. Maar hoe kan ik jou iets vertellen over de wereld buiten?
Er is geen taal voor. Als ik over bloemen praat, zul je het niet begrijpen.
‘Bloemen?’ zul je vragen, ‘wat bedoel je met bloemen? Bewijs eerst maar eens dat ze bestaan.’ (…) En met welk bewijs ik ook aankom, jij kunt het weerleggen, je kunt met tegenargumenten komen. (…) ‘Je droomt’, zul je zeggen. ‘Het is je verbeelding’, zul je zeggen, ‘er bestaat geen buitenwereld’. Dit is de enige wereld; er is geen andere wereld. Waar praat je over?’ (…)

De moeilijkheid is: in welke taal moet ik tot jou spreken, van welke gelijkenissen, van welke symbolen moet ik gebruik maken? Wat er ook gezegd wordt, het zal misverstanden oproepen –  omdat je iets alleen kunt begrijpen wanneer je het ervaren hebt. (…) Ik zal de een of andere methode moeten toepassen. Die methode is waar noch onwaar. (…)
Ik kan bijvoorbeeld een koortssituatie scheppen: ‘Het huis stort in. Kom er zo snel mogelijk uit! (…) Dat deed Jezus. Hij zei: ‘De hele wereld zal in elkaar storten. (…)
Het einde is nabij – De dag des Oordeels.’ Tot nu toe is het niet gebeurd.
En Jezus zei tegen zijn discipelen: ‘Voor jullie sterven zal de dag des oordeels komen. Zorg dat je een transformatie ondergaat, verander jezelf, bekeer je! Kom tot inkeer! Want de tijd gaat snel voorbij en het huis stort in.’ (…)
Wat zegt hij eigenlijk?
Jullie kunnen de taal van de vrijheid niet verstaan, maar wel de taal van de angst. Daarom zegt hij dat de dag des oordeels nabij is.
Jezus zegt: ‘Er is maar één leven. Eenmaal verloren, altijd verloren.’
Daarom maakte Jezus nooit gebruik van het Indiase hulpmiddel reïncarnatie. (…)
Jezus zegt: ‘Dit is het enige leven’, om een koorts in je op te wekken van angst.
Want als hij zegt dat er vele levens zijn, kun je ontspannen; dan kun je zeggen: ‘Er is geen haast. Dit huis zal tijdens mijn leven niet in elkaar storten en er zijn meer levens, dus waarom zou ik me nu haasten?’ (…) Zo kan je blijven uitstellen. Jezus verwierp uitstellen. Hij zei: ‘Er is maar één leven, dit is het enige leven.’ (…) En spoedig zal in dit leven, voor je dood, de dag des oordeels aanbreken. Dan zullen je zonden beoordeeld worden en zul je gestraft worden’.
Wat zegt hij eigenlijk? (…)
Hij probeert je uit je huis te halen. (…) Zodra je Jezus volgt, zodra je het huis uit bent, weet je dat het een list was, dat je naar buiten gelokt bent. Maar dan ben je niet boos: je voelt je dankbaar, omdat het de enige manier was. En je was zo onecht dat zelfs een Jezus van een leugen gebruik moest maken om je eruit te halen. Maar zodra je eruit bent, vergeet je alles over de dag des oordeels en god en zijn koninkrijk; dan vergeet je alles over dood en angst. Zodra je buiten bent, in de open lucht, in wind en zonneschijn, dan vier je dat, dan geniet je, dan ben je Jezus voor eeuwig en altijd dankbaar, omdat hij zo’n mededogen toonde dat hij zelfs loog om je maar naar buiten te kunnen brengen.

In India hebben we van een andere methode gebruik gemaakt en daar zijn verschillende redenen voor. India is bijzonder oud. (…) Het Westen is jong. Wanneer je met een oude man praat, praat je op een andere manier dan wanneer je met een jonge man praat – omdat hun houding volkomen anders is. Een jonge man kijkt altijd naar de toekomst.
Een oude man kijkt altijd naar het verleden, omdat er voor een oude man geen toekomst is. (…) De Oosterse  geest wil zowel van het leven als van de dood verlost worden. Het Oosten is verveeld, zoals iedere oude man. (…) Het Oosten heeft genoeg van het leven.
Je kunt niet méér leven beloven. Dat is geen belofte, integendeel, dat lijkt een straf. Daarom hebben we in het Oosten van een volstrekt andere methode gebruik gemaakt en die methode is: het rad van leven en dood. Wij zeggen dat je miljoenen keren geboren bent (…) En iedereen blijft hetzelfde patroon herhalen – kindertijd en de fantasieën van de kindertijd; jeugd en de dwaasheden van de jeugd; ouderdom en de verveling en dan de dood. En het rad blijft maar in beweging. (…)
Wat is de boodschap achter de reïncarnatietheorie?
De boodschap is: genoeg is genoeg! Reken er nu eens voor altijd mee af! Kom er nu uit! Als je erin blijft zal het rad steeds doordraaien. (…) Dat is een taal die een verveeld mens kan begrijpen. Maar zowel de ene als de andere theorie zijn methoden. Vraag me niet of ze waar zijn. Ze zijn noch waar noch onwaar. Zodra je uit het huis bent, zul je weten of het waar is; als je binnen blijft, zul je de waarheid nooit weten.
Alles wat je op weg helpt naar de open lucht, naar vrijheid, naar openheid, is waar. Als een religie niet meer helpen kan, is ze onwaar.
Het idee van Jezus zal het Westen nu niet veel helpen. Daarom keert de Westerse geest zich naar het Oosten. Nu zal de filosofie van de verveling beter voldoen omdat jullie nu ook oud zijn. Het christendom spreekt minder aan. Hindoeïsme, Boeddhisme zijn aantrekkelijker. Jullie zijn oud geworden! (…) Reïncarnatie spreekt meer aan dan één leven. De Dag des Oordeels lijkt kinderachtig en één leven lijkt niet voldoende.
Hoe kun je een mens beoordelen door hem maar één kans te geven? Er zullen op zijn minst meer gelegenheden nodig zijn om een oordeel te kunnen vellen, omdat hij alleen door vallen en opstaan leren kan. Door hem maar één kans te geven, geef je hem eigenlijk geen kans. Als hij zich vergist, vergist hij zich. Dan is er geen tijd om de fout te herstellen. (…)

Het zijn hulpmiddelen. ‘Een hulpmiddel’ is iets dat waar noch onwaar is.
Het kan helpen. Als het helpt is het waar. Als het een belemmering vormt, dan is het onwaar. (…)

En wanneer je er werkelijk uit bent, dan is er geen behoefte meer aan enige methode. Alle methoden dienen alleen maar om je uit je geslotenheid te halen, uit je graf, uit je ongevoeligheid, uit je onbewustheid. (…)

Soefi’s zeggen dat alles in het leven zo met elkaar samenhangt, dat de karmatheorie niet juist kan zijn. En ze hebben gelijk, want ook hun methode is waar. Als alles in het leven zo met elkaar samenhangt hoe kan de karmatheorie dan zin hebben?
Volgens de karmatheorie ben je verbonden met je vorige leven, alleen met je vorige leven; je bent een gevolg van je eigen karma’s en je oogst de resultaten van je eigen karma’s. Maar Soefi’s zeggen dat er een onderlinge samenhang is tussen alles wat leeft: het karma van ieder ander is mijn karma en mijn karma is het karma van ieder ander. Het is een netwerk van onderlinge verwantschap. (…) Je gooit een steentje in het meer en het hele meer komt in beroering. Iedereen is als een steentje in het meer. Wat je ook doet, je brengt golven, vibraties teweeg. (…) Het geheel is heel dankzij allen. Soefi’s zeggen dat de karmatheorie in de grond getuigt van een egoïstische instelling. En ze hebben gelijk! Volgens die theorie (karmatheorie) ben jedus wat je zaait zul je oogsten. Dat versterkt jou, het ego.
Soefi’s maken van een ander patroon gebruik om je eruit te halen. Jij bent er niet meer. Het geheel is. Je bent slechts een golfje.
Wat heeft het voor zin om te denken dat je bent?
Soefi’s zeggen, als je de onderlinge samenhang van alles begrijpt, laat je het begrip van het ego eenvoudig vallen, dan ben je geen ik meer. (…) Het is een methode.

Hindoes hebben hun eigen methode (karmatheorie). Zij zeggen: ‘Zo je zaait, zul je oogsten.’ Ze bedoelen: als je er beroerd aan toe bent, ben jij daar zelf de oorzaak van. Als je in angst verkeert heb je ergens in een of ander leven het gif gezaaid en oogst je nu het resultaat. Waarom leggen ze hier zo de nadruk op?
Om twee redenen: Ten eerste. Als je voelt dat jij verantwoordelijk bent, dan kun je je ellende en angst laten varen; er is geen andere manier. Als je denkt dat iemand anders net zo verantwoordelijk is als jij, dan blijf je zoals je bent. Wat kun je er dan aan doen? Jij alleen kunt er niets aan veranderen. Zo wordt het onmogelijk om je ellende en je angst los te laten.
Ten tweede en van grotere betekenis: de Hindoemethode leert dat het hele verschijnsel van het verleden – wat je ook gedaan hebt, wat je ook gedacht hebt – nu op dit moment in jou aanwezig is. De mensen denken dat het verleden niet ongedaan gemaakt kan worden. Hindoes zeggen dat het ongedaan gemaakt kan worden, omdat het verleden deel uitmaakt van het heden. Je draagt het bij je. Je kunt niet alleen het heden en de toekomst veranderen, je kunt ook het verleden veranderen, je kunt het laten vallen.
En, zeggen ze, vrijheid is mogelijk, omdat jij de enige bent die verantwoordelijk is voor jouw leven. (…)

Hindoes menen dat jij verantwoordelijk bent voor je karma’s. Dat is goed. Als jij verantwoordelijk bent, dan kun je veranderen, dan is transformatie mogelijk.
Jij bent de enige die erbij betrokken is. Je kunt je karma loslaten of je kunt het met je meedragen, wat je maar wilt? En wie wil graag angst, ellende, hel met zich meedragen?
Je zult het allemaal laten vallen.’
Einde weergave van Osho.

Hoe ik er naar kijk?
Het was Karl Marx die heeft gezegd dat godsdienst opium is voor het volk, het houdt mensen in slaap. En zo is het… Mensen zijn verworden tot slaaf van een doctrine (geloofsovertuiging) die hen vertelt wat goed en fout is en hoe zij zich dienen te gedragen.
Elke vorm van godsdienst die ons niet thuis brengt in ons hart, houdt de mens in coma.
Door de eeuwen heen zijn we door de godsdiensten vergiftigd met schuld, boete, plicht en haat, naar onszelf toe en naar andersdenkenden en anders levenden (homoseksuelen etc.). Het hoofd in de vorm van geboden/verboden (de doctrine): geen abortus, monogamie, afwijzing van homoseksualiteit etc. … in plaats van het hart (open en vrij).

Identificatie met een geloof (ik ben een Christen, Moslim, Jood etc.) heeft in de geschiedenis tot vele conflicten en oorlogen geleid – en nog.
Met de mond  wordt ‘vrede’ en ‘menslievendheid’ gepredikt en het zwaard geheven tegen een ieder, die anders leeft en denkt. Of het tegenovergestelde: er wordt gedreigd met hel en verdoemenis onder het mom van Liefde en verlossing van ons lijden.

Het woord ‘religie’ verwijst etymologisch gezien onder andere naar het woord ‘religare’ wat ‘opnieuw verbinden’ betekent. Een duiding die resoneert bij mij, gelijk de duiding van Osho: religie is een hulpmiddel – om naar binnen te keren (in plaats van een oordelende houding naar anders levenden toe).
Religie zou een hulpmiddel moeten zijn om ons opnieuw te verbinden met de goddelijke essentie die we zijn, voorbij geloof en ongeloof, voorbij elke regel of doctrine, voorbij de priesters en de dominees, voorbij de mind (wat goed en fout is).
De goddelijke essentie is onvoorwaardelijke liefde en wijsheid.
En als een religie je niet thuis brengt…, niet leidt tot onvoorwaardelijke liefde en wijsheid, dan dient het niet…, laat het los…, en ga op zoek naar een levende meester, die thuis is in de Bron van Liefde en Wijsheid, van waaruit hij/zij jou kan begeleiden op je pad naar ontwaken, naar een vrije staat van zijn.

 

 

www.bewustzijnscoaching.com
www.thehealingcircle.one
Linked-In: Caroline Ootes
Facebookpagina: Caroline Ootes, Ontwaken, Bewustzijnscoaching

Naakt: wie of wat ben ik?

Wie of wat ben ik in essentie?

Stel je voor dat je geen enkele aanname meer hebt over jezelf…, dat alle etiketten/kwaliteiten die je jezelf (en anderen) toedicht van je afvallen…
Je identificeert je niet langer met bepaalde labels en eigenschappen: ik ben eerlijk, onrustig, vrolijk, introvert, inschikkelijk, gezellig, harmonieus, een zwartkijker, een dromer, een kunstenaar, trouw, slim, dom, creatief etc. Niets van dat alles…

Stel je voor dat je niet langer hecht aan bepaalde ideeën, overtuigingen, concepten, een geloof of een politieke partij… Ja, er komen opvattingen en standpunten voorbij, maar ten diepste realiseer je je dat deze betrekkelijk zijn, je houdt nergens aan vast, aan geen enkele overtuiging, omdat je beseft dat deze niet de waarheid – de essentie van ons zijn – weerspiegelen. Het zijn slechts ideeën, concepten, meningen die aan verandering onderhevig zijn. Wat we vandaag menen dat waar is, kan morgen weer anders zijn. En alles wat aan verandering onderhevig is (gedachten/emoties) weerspiegelt niet onze essentie, weerspiegelt niet Dat wat onveranderlijk is, onze Natuur, Beingness.

Stel je voor dat je je niet langer identificeert met alle rollen, die je vervult in je leven. De rol die je vervult vanuit je beroep of sociale rollen, inclusief alle opvattingen die we over deze rollen in ons dragen: ik ben getrouwd en dat betekent dat ik in het weekend niet afspreek met een vriend(in) (aanname), ik ben moeder/vader en als ouder dien je altijd klaar te staan voor je kinderen (aanname), ik ben oma/opa en als oma en opa zijnde ben je natuurlijk altijd bereid om op te passen (aanname) etc.

Stel je voor dat je niet hecht aan sekse, seksuele voorkeur of huidskleur: ik ben homo en als homo heb je het moeilijk in het leven (aanname), ik ben een neger en dat betekent dat blanke mensen je zullen discrimineren (aanname). Ik ben een vrouw, daarom krijg ik die baan niet, ze kiezen altijd een man, die worden niet zwanger (aanname). Geen identiteit op sekse, seksuele voorkeur of huidskleur, het neger/blank zijn of hetero/homo/bi zijn, definieert niet wie jij in essentie bent.

Stel je voor dat je geen wereldbeeld of mensbeeld hebt. Bijvoorbeeld: mensen zijn te vertrouwen, mensen zijn egoïstisch, mensen zijn harteloos, de wereld is een puinhoop etc. En je kent geen aanname over het leven zelf: het leven is goed, slecht, aangenaam, genadig, hard, eenzaam etc.

Je bent in dit moment, nu, zonder al die aannames, zonder gedachten, zonder rollen, zonder geloof of overtuigingen, zonder verwachting, zonder verlangen, zonder ambitie, zonder zelfbeeld (image), zonder doel, zonder geschiedenis, geen verleden, geen toekomst, geen naam…, niets.

Naakt, naakt en nog eens naakt…

Wat blijft er over als alles wat ons is aangeleerd, waar we in geloven…, van ons afvalt…?

Leegte, Essentie, Beingness, Puur Gewaarzijn, Waarheid, Realiteit, Liefde.

Puur Gewaarzijn zelf is absoluut (dus niet aan verandering onderhevig). Vele vormen en kleuren verschijnen in Puur Gewaarzijn, maar het Gewaarzijn zelf is onaantastbaar, neutraal, onvoorwaardelijk, immer aanwezig, zonder oordeel (gelijk de zon die immer en altijd schijnt).

Dat is onze essentie: Puur Gewaarzijn, Leegte…, oneindige ruimte…, waar alle energieën (gedachten, gevoelens) binnen komen, worden geregistreerd, gekend, gevoeld en weer los gelaten.

Er is geen vastomlijnd ‘ik’, er is bewustzijn, er is Leven. Wij zijn het Leven zelf, wij zijn Bewustzijn. Onze essentie is Goddelijk, is Liefde.

De stroom van het Leven kent vele kleuren en vormen, die door ons heen worden ervaren en weer los gelaten. Tenzij we ons weer vast klampen en identificeren. Dan vergeten we wie we in essentie zijn en raken we verstrikt in de droom, de droom van illusies, de droom van de mind. We menen dat we de kleuren en vormen zijn, we menen dat we onze opvattingen, rollen, aannames, eigenschappen zijn (dit ben ik, zo is het, dit is waar en dat is niet waar). We menen dat we ‘iemand’ zijn. We raken geïdentificeerd met ons zelfbeeld, ons image. En identificatie leidt altijd tot ‘lijden’, ‘botsing’ en ‘conflict’ op het moment dat de realiteit niet overeenstemt met ons beeld, onze verwachting over onszelf of over de ander, de wereld en het leven.

Van waaruit voelen we toch zo zeer de behoefte om ons vast te klampen, de behoefte aan een vastomlijnd zelfbeeld, de behoefte aan ‘dit ben ik’ ?

We weten niet beter… We zijn zo groot gebracht… We hebben geleerd onszelf te zien als een afgescheiden ‘iemand’ met bepaalde kenmerken. Een ik-besef  is ons van jongs af aan mee gegeven.

Hoe zou het zijn om de greep op het denkbeeldige ik-besef los te laten? Om vanuit openheid en leegte te zijn? Om het Leven haar/zijn gang te laten gaan?

Om vanuit vertrouwen en totale ontspanning ons over te geven aan het bestaan? Om het roer uit handen te geven? Om mee te stromen met het bestaan zelf?

Verhaaltje: Illusies (Richard Bach)
Eens leefde er een dorp vol wezens op de bodem van een grote kristallen rivier. De stroom ging zwijgend over hen allen heen – jong en oud, rijk en arm, goed en slecht, de stroom ging haar eigen weg, en kende alleen haar eigen kristallen zelf.
Elk schepsel hield zich op de eigen manier stevig vast aan de takken en rotsen op de rivierbodem, want zich vastklampen was hun manier van leven en ieder had vanaf de geboorte geleerd om weerstand tegen de stroom te bieden.
Maar uiteindelijk zei een schepsel: ‘Ik ben het beu om me vast te klampen. Hoewel ik het niet met mijn eigen ogen kan zien, vertrouw ik erop dat de stroom weet waarheen het gaat. Ik zal loslaten en het me laten voeren waarheen het wil. Als ik me nog langer vastklamp, zal ik sterven van verveling.’
De andere wezens lachten en zeiden: ‘Dwaas! Laat los en die stroom die je zo aanbidt, zal je te pletter laten slaan op de rotsen en je zult sneller sterven dan van verveling!’
Maar die ene sloeg geen acht op hen en ademde diep in en liet toen los. Meteen werd hij door de stroom meegevoerd en tegen de rotsen aan geslagen. Na enige tijd, toen het schepsel weigerde zich weer vast te klampen, verhief de stroom hem echter boven de bodem en hij werd niet langer gekwetst. En de schepselen die stroomafwaarts leefden, voor wie hij een vreemde was, riepen: ‘Aanschouw een wonder! Een schepsel als ons, toch vliegt hij! Zie de Messias, die is gekomen om ons allen te verlossen!’
En de ene in de stroom zei: ‘Ik ben niet meer een verlosser dan jullie. De rivier schept er genoegen in om ons te bevrijden, als we slechts durven loslaten. Ons echte werk is deze reis, dit avontuur.’

Wij zijn de rivier…, onze echte werk is de reis van het leven Leven…, geef je over…, laat los en laat je dragen door het bestaan, door de stroom van het Leven zelf, want dat ben ‘jij’…, Leven, Licht en Liefde…

 

www.bewustzijnscoaching.com
www.thehealingcircle.one
Facebook: Caroline Ootes, Ontwaken, Bewustzijnscoaching
LinkedIn: Caroline Ootes