Projectie: Welke plaatjes plak jij op de realiteit?
Zolang we de realiteit niet waarnemen zoals ze is, plakken we plaatjes. Plaatjes die we hebben over onszelf (ik ben zus of zo), de ander (hij/zij is zus of zo) en de wereld (bijv. mensen zijn niet te vertrouwen). Met andere woorden: we definiëren onszelf (zo ben ik), de ander (zo is hij/zij) en de wereld (zo is de wereld).

Die plaatjes geven ons een gevoel van schijnhouvast, schijnzekerheid en schijnveiligheid: we menen te weten wie we zijn, wie de ander is, wat we geloven en waar we aan toe zijn. We hebben een vastomlijnd beeld gevormd van onszelf en de ander. Dat geeft duidelijkheid en zekerheid, maar is niet de realiteit, niet het leven van dit moment.

De plaatjes vertellen ons namelijk niets over het hier en nu, niets over de realiteit van dit moment, want het hier en nu, dit moment is altijd nieuw, onbekend, open en levend.

Heb je jezelf gedefinieerd als ‘loyaal’, dan dien je je daarnaar te gedragen, want dat is het beeld wat je over jezelf hebt gecreëerd. Dat je soms niet loyaal bent of wilt zijn, omdat je het niet eens bent met de gang van zaken, is dan eigenlijk niet meer mogelijk, want dan klopt het beeld over jezelf niet meer.

De plaatjes verwijzen naar de mind, naar een werkelijkheid die is bedacht en een bedachte werkelijkheid is niet het Leven zelf.

We zien het heden niet voor wat het is, maar we zien het heden door de bril van het verleden en de toekomst.  We zien het heden door een bril van opvattingen, overtuigingen, aannames die we van jongs af aan hebben mee gekregen.

De bril van het verleden wordt gekleurd door positieve en pijnlijke herinneringen. En het zijn vooral de pijnlijke herinneringen die aan ons blijven kleven, omdat de ervaringen die daarmee verbonden zijn, niet volledig zijn verwerkt.

Massaal (collectief) zijn we namelijk gericht op het vermijden van pijn, waardoor sporen van deze niet verwerkte ervaringen onze waarneming, onze bril, blijven inkleuren. Eenmaal een keer in de steek gelaten (wat een plaatje is…, de realiteit is dat de ander haar of zijn weg vervolgt en afscheid neemt), blijven we de grammofoonplaat ‘in de steek gelaten’ herhalen door deze angst over te hevelen naar toekomstige relaties.

Pijnlijke en prettige herinneringen leiden dus tot bepaalde overtuigingen en aannames van waaruit we leven en naar de werkelijkheid kijken. Is deze persoon wel betrouwbaar, zal hij/zij me niet in de steek laten? En omdat we door deze bril kijken, interpreteren we het gedrag van de ander al gauw als ‘onbetrouwbaar’ terwijl daar in de meeste gevallen geen sprake van is. We kijken naar de ander vanuit een bril, een ingekleurde realiteit. En deze inkleuring (mensen zijn niet te vertrouwen) bepaalt wat we dus in de buitenwereld ontmoeten.

Dezelfde herinneringen kleuren ook onze gedachten over de toekomst. De bril van de toekomst bestaat uit al onze angsten, zorgen, hoop, verwachtingen en verlangens over een tijd (toekomst) die niet bestaat, waarvan we dus ook niet weten hoe die eruit zal zien.

Alles wat we over de toekomst bedenken, is wederom een bedachte werkelijkheid. De werkelijkheid zelf (bijv. een bepaalde afspraak die je met iemand hebt) verloopt altijd anders dan wat je van tevoren had bedacht. Dat kan ook niet anders, want Leven laat zich niet in een mal, in een bedenksel duwen, Leven stroomt en is altijd nieuw.

Het enige wat dus werkelijk bestaat is dit moment, NU.  Zodra tijd van ons af valt (verleden en toekomst), zodra tijd wordt doorzien als illusie (het verleden is voorbij en de toekomst bestaat niet), blijft alleen het NU over. Zolang we nog in de tijd leven, leven we vanuit de mind, ons hoofd, het denken, wat niet het Leven zelf is, wat zich NU voltrekt.

We leven dus vanuit herinneringen (het verleden), die we vervolgens weer op de toekomst projecteren. Herinneringen zijn niet meer dan ‘ideeën’ die tot leven komen doordat wij de ideeën blijven voeden en geloven (alles wat je aandacht geeft… groeit).

Zoveel mensen, zoveel werelden, zoveel  misverstanden (en oorlogen), omdat iedereen kijkt vanuit een vertekende waarneming (de plaatjes gebaseerd op herinneringen).
Dit principe wordt ook wel ‘projectie’ genoemd: we plakken iets op de realiteit wat er niet is en we zijn ervan overtuigd dat onze waarneming klopt.

Voorbeeld: Compassievolle Caroline
Ik volg een training. We beginnen met een kennismakingsoefening waarbij we de namen oefenen. Na twee rondes volgt de volgende opdracht: bedenk een kwaliteit/talent, die bij jou past op de eerste letter van je naam. We staan in stilte, in een kring. We krijgen enkele minuten om voor onszelf na te gaan welke kwaliteit bij ons past en/of welke kwaliteit we verder willen verdiepen/ontwikkelen. Tja, de dagelijkse naam voor dit persoontje is Caroline, dus de beginletter van deze naam is een C.

En dit is wat de oefening allemaal in mij teweeg brengt: oké, het is dus de bedoeling dat we een plaatje plakken/koppelen aan onze naam. Ben ik geen voorstander van: labels, etiketten plakken van waaruit we onszelf en de ander definiëren/vast leggen oftewel de identiteit mee versterken (dit ben ik, dit ben jij). Weg openheid… We ontmoeten de ander en onszelf niet langer meer vanuit leegte, waarin alle kleuren mogelijk zijn, maar vanuit een label. Dus evenwichtige Erica wordt gedefinieerd als ‘evenwichtig’. Is dat zo? Is Erica altijd evenwichtig? En wil Erica wel met een etiket rond lopen? En wat als zij niet evenwichtig is? In hoeverre is er ruimte in haar/voor haar om onevenwichtig te zijn als ze zichzelf definieert als ‘evenwichtig’ en anderen haar vervolgens ook vanuit dat label benaderen: jij bent altijd zo rustig, zo gelijkmatig… En wat betekent dat eigenlijk ‘evenwichtig’? Welke inkleuring geeft zij daaraan? En geven andere mensen daaraan? Van waaruit ontstaat überhaupt deze neiging (oefening) om jezelf en de ander te willen definiëren of in te kaderen?

Oké, ik doe mee. Welke kwaliteit begint met een C?
En het blijft stil in mij. Er komt niets op. Blanco en nog eens blanco. Een kwaliteit met een C? Ik ken geen kwaliteiten met een C. Zou het echt niet weten…, kan niets bedenken. En de mind (het denken, het ego) vindt daar wat van: geen sterke binnenkomer als je straks geen kwaliteit weet te benoemen.

Oké, dit is het dan (fluistert de innerlijke stem): je weet het niet.
Dit is wat er is, dit is wat feitelijk plaats vindt: er komt niets op met een letter C. Wat is daar mee mis? Tja, daar is niets mee mis.
Als ik er geen plaatjes op plak, dan is dit wat er is: ik weet geen kwaliteit met de letter C.

Er is pas iets mis als ik (de mind) er een plaatje op plak dat er iets mis is en daarin geloof:
geen sterke binnenkomer.

Op het moment dat de plaatjes gezien worden voor wat ze zijn: plaatjes die niet de realiteit weerspiegelen, dan doven de plaatjes als vanzelf uit.
De realiteit is: ik weet geen kwaliteit met de letter C. Dat is alles. Verder geen verhaal erom heen vanuit het denken. Dit is wat er is: ik weet geen kwaliteit met de letter C.

En daar sta ik dan: in stilte in een kring. En van binnen voelt het nu ook stil, want ik ben ‘eruit’: straks deel ik wat zich feitelijk in de afgelopen minuten heeft voor gedaan: er komt geen kwaliteit met de letter C op, ik weet het niet, en wat mij betreft voelt het kloppend om als Caroline (zonder label/kwaliteit) de samenwerking met jullie aan te gaan.

En daar sta ik dan: in stilte in een kring. En opeens, na tientallen seconden te vertoeven in de stilte, in de openheid van het Leven zelf, dwarrelt er uit de leegte een kwaliteit met de letter C het bewustzijn binnen: compassie.
Wat een geweldige kwaliteit… Compassie. Klopt volledig met wat zich qua proces zojuist in mij had afgespeeld: compassie, dat het is zoals het is.

Compassie ontvouwt zich wanneer we los komen van de mind (het denken) en thuis komen in het Leven zelf. De plaatjes worden herkend en niet langer meer geloofd.

Het zijn de plaatjes die we op onszelf en op de anderen plakken waarmee we onszelf en de anderen beoordelen, goedkeuren, afkeuren, inperken, terug fluiten, wantrouwen, vast leggen etc. Dat is de uitwerking van identificatie met de mind.

Is er Leven, dan is er openheid, dan is er leegte, dan worden de plaatjes doorzien en niet langer geloofd. Wat is, dat is…, zonder verhaal…, zonder interpretatie…, wat een verademing.

En daar sta ik dan: in stilte in een kring. De begeleidster van de training vraagt op enig moment aan mij wat de kwaliteit is voor mijn naam. Ik deel wat zich zoal afspeelde in mij en dat uiteindelijk compassie binnenviel als kwaliteit. En al gauw ontstaat het label: compassievolle Caroline. Vooruit…, ik doe mee. Dat is wat ik mag gaan brengen…, compassie…, dat alles er mag zijn…

“Wat de vraag ook is, liefde is het antwoord.”
(Dr. Wayne Dyer)

www.bewustzijnscoaching.com
www.awarenesscoaching.online
Facebook: Caroline Ootes, Ontwaken, Bewustzijnscoaching
LinkedIn: Caroline Ootes

Geef een reactie