Vanuit welke bril kijk jij?

Er komt een cliënt in de praktijk. Louise vertelt over een familielid, laten we hem Jos noemen, die ongeneeslijk ziek is. Jos is nog in staat om het nodige in huis en buitenshuis te ondernemen, naast de rust die hij nodig heeft in verband met zijn ziekte. Louise gaat op bezoek. Ze wil graag haar hulp aanbieden.

Naar zeggen van Louise maakt Jos gebruik van zijn ziekte door van iedereen te verwachten dat ze dag en nacht voor hem klaar staan en hem op zijn wenken bedienen. Zijn gedrag is overigens niet veel anders dan voor het moment dat hij ongeneeslijk ziek werd: alles draait om hem, hij manipuleert iedereen om hem heen om aan zijn verlangens te voldoen, iedereen moet naar zijn pijpen dansen.

Louise geeft aan dat ze graag iets zou willen doen voor Hilde, de vrouw van Jos, maar ze weet niet wat. Na met hen op stap te zijn geweest, ontstaat er een gesprek tussen Louise en Hilde. Jos ligt op dat moment op bed. Hilde geeft aan dat ze zich uitgeput voelt, ze staat overal voor aan de lat. Ze is moe en zou ook weleens op de bank willen liggen, net als haar man. Of eens de deur uit gaan om hard te lopen, maar dan moet ze zoveel regelen voor de kinderen en haar man: het is te lastig…, laat maar. Ja, en Jos geeft doorlopend opdrachten, want ja, hij is ziek, hij heeft aandacht en zorg nodig.

Ik vraag aan Louise of ze op dat moment in het gesprek haar hulp heeft aangeboden, nu Hilde zo duidelijk aangeeft wat haar wens is. Nee, zegt Louise, ik heb geen hulp aangeboden, het ging wel door me heen, maar ik dacht dat daarmee de situatie niet zou gaan veranderen, eigenlijk dacht ik alleen maar ‘hij mag ook weleens iets voor haar doen’.

Tja, zo gaat het dan…, er gebeurt blijkbaar het nodige in Louise zelf waardoor ze niet ‘aanwezig’ kan zijn, in afstemming met Hilde.

Het gesprek tussen Louise en Hilde gaat verder. Louise vraagt aan Hilde of ze Jos geen kleine opdrachten kan geven om daarmee zichzelf wat te ontzien. Nee, zegt Hilde, ik wil Jos niet het gevoel wil geven dat hij niet genoeg doet. Louise reikt nog aan dat Jos bijvoorbeeld fruit kan klaar maken voor de kinderen, maar Hilde houdt de boot af: ze is bang dat Jos boos wordt (zoals dat tot dan toe is gegaan in hun huwelijk), dan is de sfeer negatief en dat wil ze niet. Louise voelt de onmacht van Hilde en voelt zichzelf ook onmachtig. Ze weet niet goed hoe ze verder met deze situatie om kan gaan en welke hulp ze kan aanbieden.

Ik vraag aan Louise wat er bij haar wordt getriggerd: Wat plak jij op deze situatie? Welke plaatjes/overtuigingen worden in gang gezet? Vanuit welke bril kijk jij?

Louise zegt: hij behandelt haar als een slaaf, ze doet zichzelf gewoon tekort, ik zou haar wakker willen schudden…, jij bent ook een persoon, die zorg en aandacht mag ontvangen en nodig heeft.

Herkenbaar? vraag ik.
Tot voor kort leefde jij ook een soortgelijk scenario, toch?
Zie je de spiegels waar je in kijkt?
Dat jij, nog niet zo lang geleden, je ook uitgeput en onmachtig voelde en jezelf zwaar tekort deed…, je bleef maar rennen en zorgen voor de anderen en jij wilde ook de lieve vrede bewaren: als zij niet over lastige onderwerpen spreken, dan hou ik ook mijn mond…

Louise herkent de spiegels.
Naast onmacht voelt zij ook frustratie. Wiens frustratie is dat? vraag ik. Gaat dat over Hilde en Jos of is het jouw frustratie? Frustratie, omdat jij zo lang bent door gegaan in een ongezonde situatie, een situatie die jou uitputte? Frustratie, omdat jij alsmaar door ging met het geven van zorg en aandacht, terwijl je zelf die zorg en aandacht nodig had, maar niet kon vragen…
Ze herkent wat ik terug geef.

Blijkbaar leeft er nog het nodige aan frustratie in jou over de afgelopen jaren en die frustratie wordt getriggerd door deze situatie van Hilde en Jos. Ja, zegt Louise, ik heb heel veel weg gestopt…, ik wilde dat gevoel van onmacht en frustratie niet voelen en zo gauw mogelijk weg poetsen. Ja, zeg ik, en dat wil je dus ook bij Jos en Hilde: de onmacht en frustratie weg poetsen… Mag zij zich onmachtig en gefrustreerd voelen?
Ja, ik zie wat je bedoelt, zegt Louise.

En verder…, vraag ik, wat leeft er nog meer in jou? Nou, zegt Louise, ik zou zo graag willen dat Hilde ook een kop koffie krijgt van hem. Het is niet zo dat alles maar om Jos draait en dat hij zich kan permitteren om de sfeer te verpesten als Hilde niet doet wat hij zegt.

Is dat zo wat jij zegt? Is dat zo: dat het niet zo kan zijn dat alles om Jos draait.
Ik zie iets anders. Wat ik zie is dat de situatie is zoals die is: alles draait om Jos, en Hilde is hem in alles ter wille om te voorkomen dat hij boos wordt of haar volledig negeert. Dat is de realiteit, dat zijn de feiten. Ja, zegt Louise, dat is waar.

Kan jij daarmee zijn?
Moeilijk, zegt Louise.

Als Hilde aangeeft dat zij in deze laatste fase met deze man op dezelfde voet wil doorgaan als voorheen, wie ben jij dan om dat anders te willen?

Als je hulp zou willen bieden, vanuit compassie met haar situatie, dan is dat toch zonder voorwaarden? Of dient zij zich uit te spreken naar haar partner toe, omdat jij nog met frustratie zit vanuit jouw situatie, vanuit al die keren dat jij je niet hebt uitgesproken?

Als je werkelijk je ondersteuning wil geven, dan kan ik me voorstellen dat je haar aanbiedt om bij haar langs te komen en dat zij, bij wijze van spreken, twee uur voor zichzelf heeft om te doen wat zij op dat moment graag zou willen (hard lopen/rusten/vriendin opzoeken).

En dan zeg je erbij dat je heel goed voor haar man zal zorgen…
Louise kijkt me met grote ogen aan.

Ja, zeg ik, dat is nou precies waar haar zorg over gaat…, het is te ingewikkeld, te groots om oppas te regelen voor de kinderen én voor deze man in het bijzonder…, laat maar.

Zij realiseert zich heel goed dat hij een dwingeland is, waar zij niet tegen in gaat…, en zeker niet nu hij ongeneeslijk ziek is… Zij heeft zo haar beweegredenen om het te doen zoals zij het doet…, mag dat? Of moet zij en Jos veranderen voordat jij in het bootje kan stappen om hen hulp te geven?

Kan je zijn met wat is?

En dit is het: een vrouw die een destructief patroon in stand houdt om de lieve vrede te bewaren, want haar man zal binnen niet al te lange tijd sterven. Dat is de realiteit. Zie dat jouw frustratie en onmacht erdoor heen loopt, waardoor je niet kan aanvoelen en kan geven wat er nodig is voor Hilde. Dat is niet erg…, het gaat niet over goed of fout…, maar over de drijfveren, die maken dat jij zo reageert zoals je reageert. Als je die doorziet, ontstaat er bewegingsvrijheid en kan je de hulp bieden die passend is.

En hoe lang heb jij erover gedaan om uit je patroon te stappen?
Kan je compassie voelen voor haar en voor de situatie waarin zij zich bevindt?
Omdat je zelf aan den lijve hebt ervaren dat je niet bij machte was om uit een destructief patroon te stappen?
Omdat je zelf aan den lijve hebt ervaren dat je zo jouw beweegredenen had om een ongezonde situatie in stand te houden?
Omdat je zelf aan den lijve hebt ervaren dat het heel wat moed vraagt om in opstand te komen?

Ja, zegt Louise, ik voel wat je zegt, het komt binnen. Ik zou dit met haar kunnen delen, van mens tot mens, dat ik begrijp dat ze zich in een moeilijke situatie bevindt, dat ik het herken.. en dat ik haar graag wil bijstaan zoals het voor haar goed voelt. Ik heb er zelf ook zo lang over gedaan…

Ja, zo is het…, nu voel ik je hart.

www.bewustzijnscoaching.com
www.awarenesscoaching.online
LinkedIn: Caroline Ootes
Facebookpagina: Caroline Ootes, Ontwaken, Bewustzijnscoaching

Moed betekent angst voelen en toch je hart volgen.

Moed betekent angst voelen en toch je hart volgen.

We zijn op vakantie. Kennissen uit de omgeving komen langs, op visite.

De man en de vrouw delen de wetenswaardigheden van het afgelopen jaar. We luisteren naar de nieuwtjes en vragen hier en daar door. Leuk om te horen welke concrete veranderingen er in hun leven hebben plaats gevonden (verbouwing/andere baan).

Het tempo van het gesprek ligt ‘hoog’. Het ene verhaal na het andere wordt gedeeld. Na enige tijd valt mij op dat er niet een wederkerige uitwisseling ontstaat. Zij delen, wij (mijn partner en ik) luisteren. Wat maakt dat deze uitwisseling zo verloopt?

Wat ik bemerk, is er dat er weinig ruimte is in het gesprek, ruimte in de zin van openheid, ruimte in de zin van vertraging, ruimte in de zin van pauzes gedurende het delen, ruimte in de zin van: stilte.

De stilte, de openheid, de vertraging van waaruit verdieping, een werkelijk ontmoeten en humor kan ontstaan…

Op enig moment wordt er een wedervraag gesteld: welke nieuwtjes hebben jullie?
Ik voel geen enkele impuls om wat te delen. Er komt niets op. Ik heb geen nieuwtjes te delen. Wel een proces doorlopen naar aanleiding van het overlijden van onze dochter, waar zij van op de hoogte zijn.

De energie in het gezelschap ligt ‘hoog’ of is ‘gehaast’, ‘snel’. Ik merk dat ik wat tijd nodig heb om te zakken, om in te dalen, om te voelen wat er van binnenuit gedeeld wil worden, maar die tijd ontbreekt. En ik spreek me daarover niet uit. Mijn partner doet een poging door een nieuwtje te delen. Het nieuwtje wordt op een bepaalde wijze opgepakt en vertaald door de ander. Er komt geen uitwisseling op gang en al snel draaien de rollen weer om. Hier en daar plaats ik nog een opmerking, maar er komt geen werkelijke ontmoeting op gang.

Ik bekijk onze interactie. Ja, zo gaat het…, dit is het hoofdmenu, niet het voorgerecht, maar het hoofdmenu: de wetenswaardigheden. Geen stilte, pauze, vertraging van waaruit verdieping en humor kan ontstaan, maar in een hoog tempo zenden.
Hij mist contact, hij mist de uitwisseling van emoties, geeft de bezoeker aan. Dat begrijp ik, als ik zo het gesprek waarneem. Hij voelt zich alleen, eenzaam, kent weinig mensen. Dat begrijp ik, als ik zo het gesprek beluister.

Na 1,5 uur breekt het moment aan om afscheid te nemen. De man geeft aan dat we altijd langs kunnen komen als er iets is, dat zij graag met ons willen wandelen en vervolgens nodigt hij ons uit om over 6 dagen te komen barbecueën.

En dan komt het erop aan: Wat zeg ik? Wat is mijn waarheid? Wat voel ik? Wil ik wel nader contact? Wil ik wel barbecueën met hen? En durf ik me uit te spreken ook als de ander dat mogelijk als een afwijzing of teleurstelling ervaart?

Eén ding is op voorhand voor mij duidelijk: ik wil niet barbecueën. Ik voel er niets voor om een aantal uren van mijn tijd door te brengen met mensen, die zich bewegen op het level van nieuwtjes. Niet dat er iets mis is met hen (het zijn sympathieke mensen) of met het uitwisselen van nieuwtjes, maar dat kan ook door even een praatje te maken, zo nu en dan.

Oké, de uitnodiging. Wat is mijn antwoord?
Ik zeg: ik weet het nog niet. Waarop de ander reageert: hoezo weet je het nu nog niet?
Ik zeg: Ik wil eerst met mijn partner overleggen, ik laat het je nog weten.
Hoezo is daar overleg voor nodig? Je weet nu toch wel of je over 6 dagen wilt barbecueën? (En dat klopt, ik weet mijn antwoord, maar ik ben niet alleen, er is ook een partner, en ik vind het niet makkelijk om ‘nee’ te zeggen).

En vervolgens kijkt hij vragend naar mijn partner: wat vind jij ervan? En ik zeg nogmaals dat ik met mijn partner wil overleggen: ik laat het je over enkele dagen weten. Mijn partner knikt instemmend naar mij en het gezelschap. Ik zie en voel dat de bezoeker geïrriteerd is en zich afgewezen voelt.

Ik pak de draad weer op en zeg: ik weet niet of ik het nu wel wil…, misschien voelt het gewoon te snel…, voelt het meer kloppend als we over een maand afspreken om te barbecueën. En ik wil ook gewoon even afstemmen met mijn partner. Waarop hij verbolgen reageert: Over een maand? zegt hij (dan pas…), nou, dan weet ik niet of ik er wel ben, misschien ben ik dan wel op vakantie. Waarop ik zeg: Oké, dat zij dan zo. Dat antwoord vindt hij niet leuk. En ik voeg eraan toe: Als het antwoord ‘nee’ is, als we jullie uitnodiging afslaan, betrek het dan niet op jezelf. Het gaat niet over jullie, ik mag jullie, maar de vraag is of ik op deze wijze wil afspreken met jullie. Nou, reageert hij echt geïrriteerd: ik wil het wel een paar dagen van tevoren weten om de inkopen te doen.
Ik zal het je tijdig laten weten, zeg ik.

Voel je het gesprek aan? Voel je hoe moeilijk het is om jezelf trouw te blijven als je een sterk appèl voelt van de andere kant tot contact? Als je weet dat de ander zich eenzaam voelt, ook al ben ik niet verantwoordelijk voor de eenzaamheid van de ander… Voel je wat voor enorme uitdaging er in zit om je uit te spreken, om je waarheid te leven?

Zo nu en dan een praatje of een kopje koffie/thee, meer zit er niet in. Dat is het antwoord van binnenuit, oftewel ‘mijn’ waarheid. Ga er maar eens aan staan om deze boodschap in alle openheid en eerlijkheid te geven. Ik wijs hen niet af, maar zo interpreteren zij dat wel, zij betrekken het op zichzelf, maar daar gaat het niet over, het gaat niet over hen, maar over mij: wat klopt voor mij?
Ook al klopt dat niet voor de ander…

Ja, maar je kunt toch niet altijd uitgaan van jezelf? Dat is toch egoïstisch?
Is dat zo? Is het egoïstisch om jezelf trouw te zijn? Of is het egoïstisch van de ander om er bij voorbaat vanuit te gaan dat je aan de verwachting (de uitnodiging) van de ander tegemoet komt? Het is toch een uitnodiging? Oftewel: een vraag? En op een vraag zijn toch meerdere antwoorden mogelijk: ja, nee, misschien. Mag ik ‘nee’ zeggen? Of dien ik eigenlijk ‘ja’ te zeggen, omdat de ander zich anders afgewezen voelt of teleurgesteld, alsof ik verantwoordelijk ben voor de reactie van de ander?

Ben ik verantwoordelijk voor de pijn die de ander in zich draagt, de pijn die geraakt wordt op het moment dat ik ‘nee’ zeg, de pijn die ooit is ontstaan in zijn of haar geschiedenis? Dien ik dan het leven te leiden wat anderen van mij verwachten, omdat zij zich anders afgewezen of teleurgesteld voelen?

Ben ik op het punt aangeland dat ik een afwijzing van de ander in ontvangst kan nemen wetende dat deze afwijzing niets over mij zegt, maar alles over de ander: hij of zij raakt getriggerd door een ‘nee’, hij of zij heeft een verwachting waar ik niet aan tegemoet kan komen, hij of zij laat de ander (mij) niet vrij, er is geen ruimte bij de ander om elk antwoord in ontvangst te nemen, het antwoord moet eigenlijk ‘ja’ zijn. Is dit liefde?

Hoe groot is het hart van de ander als er impliciete eisen worden gesteld? Als je eigenlijk geen ‘nee’ mag zeggen. Is het egoïstisch om naar jezelf te luisteren? Om na te gaan wat klopt voor jou? Ook als dat niet klopt voor de ander… Moet ik dan mijn leven zo  leven dat ik aan alle verwachtingen en verlangens van anderen voldoe? Dus dat ik het leven van anderen leid in plaats van het leven zoals het van binnenuit klopt?

Van waaruit bewegen we mee met al die verwachtingen die anderen over ons hebben? Schuldgevoel? Dan ben ik geen goeie …: vader, moeder, dochter, zoon, buurvrouw/man, partner, werknemer, werkgever?

Bewegen we mee met de verwachtingen om mogelijke oordelen van anderen te voorkomen? Oordelen die nog in onszelf leven, want anders zouden de oordelen van anderen ons überhaupt niet raken. Oordelen die voort komen uit overtuigingen, die we van jongs af aan hebben mee gekregen: als je aan jezelf denkt ben je een egoïst, dan heb je niets voor de ander over. Is dat zo? Heb je niets voor de ander over als je uitgaat van datgene wat klopt voor jou?

In hoeverre ben je echt aanwezig, in verbinding, in contact, als je ‘ja’ zegt, terwijl het van binnen een ‘nee’ is? In hoeverre is dat liefdevol naar de ander toe? Maar bovenal naar jezelf? Waarom voelen zoveel mensen zich moe en uitgeput? Zou dat onder andere te maken kunnen hebben met het gegeven dat we niet luisteren naar dat wat de innerlijke stem aangeeft, omdat we geleefd worden door allerlei overtuigingen, die aan ons door opvoeders en maatschappij met de paplepel zijn mee gegeven?

Oké, terug naar de situatie. De uitnodiging voor de barbecue. Ik overleg met mijn partner en vraag hem hoe hij erin zit. Hij geeft aan dat hij niet van barbecueën houdt. Zo nu en dan een kopje koffie/thee drinken en hij wil ook wel een enkele keer met de mannelijke bezoeker wandelen (of het er daadwerkelijk van komt, weet hij niet), maar hij zit niet te wachten op een barbecue.

Dit is het antwoord wat ik de bezoekers stuurde:

Ha lieve mensen,
Barbecue: nee. We vinden het leuk om jullie zondag even te bezoeken, de  verbouwing te zien en een praatje te maken, als het voor jullie ook oké is.

Ik kreeg het volgende antwoord terug: Hi, Oke op zondag.

Tja, zo gaat het dan…, dikke kans dat hij zondag vraagt waarom we niet willen barbecueën. En wederom een uitdaging: wat zeg ik dan? En mijn antwoord is anders dan het antwoord van mijn partner. Durf ik open en eerlijk aan te geven hoe voor mij de vork in de steel zit: zo nu en dan een praatje, dat is het, het heeft niets met jullie persoonlijk te maken, dit is gewoon het antwoord wat ik van binnenuit voel.

Ben benieuwd wat zich zondag ontvouwd.

PS betekent dit dat mijn partner voor hetzelfde dient te kiezen? Nee. Als hij wil gaan wandelen, eten, kletsen of anderszins…, ga je gang…, je bent een vrij mens…, net als ik.

De vrijheid die in mij rijzende is, gun ik ieder ander.

www.bewustzijnscoaching.com
www.awarenesscoaching.online
Facebook: Caroline Ootes, Ontwaken, Bewustzijnscoaching
LinkedIn: Caroline Ootes

Zelfonderzoek: Alles in mijn leven is 'moeten'... en ik ben al zo moe.

Zelfonderzoek: De draadjes.
Wat bedoel ik met ‘draadjes’? Soms worden we voor een situatie geplaatst en ervaren we uiteenlopende gedachten/emoties (de mind/het ego) van waaruit we het moeilijk vinden om een keuze te maken of om totaal open te zijn naar onszelf en naar anderen. In het laatste geval (open naar onszelf en naar anderen toe) is de neiging aanwezig om sommige draadjes (gedachten/emoties) wel te delen en andere draadjes achterwege te laten.

Maar als we preciezer kijken, wat is er dan eigenlijk gaande? Enig idee?

Voordat je verder leest, onderzoek dan eens de vraag wat jou ervan weerhoudt om alle draadjes (emoties/gedachten) aan het licht te brengen en met een ander te delen. Draadjes die gaan over jezelf of draadjes die betrekking hebben op de ander. Kijk eens of je de vraag kan beantwoorden. Wat weerhoudt jou ervan om open te zijn naar jezelf toe en naar de ander?

Dit is het antwoord wat ik heb ontdekt: we hebben een oordeel over de draden. We labelen sommige draden als goed en veroordelen andere draden. De emoties en gedachten die we veroordelen, vermijden we het liefst: ik ben niet jaloers, koppig, onzeker, perfectionistisch etc.  En ik ga deze emoties zeker niet delen met anderen…, want ik wil niet jaloers etc. overkomen, wie wil er nou jaloers zijn? Niemand toch? Gevolg: we duwen vervelende emoties en gedachten weg uit ons bewustzijn.

Onze essentie, onze ware natuur, het Bewustzijn zelf is echter vrij van oordelen en kan dus ook niet gekwetst worden of kwetsen, omdat ze IS, gelijk de zon die IS, die altijd en immer schijnt. Onze ware natuur is oordeelloos en compassievol. Het is vrij van opvattingen of emoties zoals de mind ze kent: vandaag heb ik geen zin om te schijnen, want ik ben in een slechte bui… of… ik voel me afgewezen, dus ik schijn vandaag niet. Nee, de zon schijnt altijd en immer. Wat er ook voorbij komt…, liefdevol beziet onze ware natuur wat er verschijnt.

Als we niets zouden plakken op deze draadjes (geen label in de zin van: ‘goede’ of ‘slechte’ draadjes), maar de draadjes bezien voor wat ze zijn, dan bezien we onze gedachten en emoties van dat moment…, zonder oordeel. We laten het licht van de zon schijnen op alle draadjes die in ons leven: angst voor afwijzing, schaamte, schuld, jaloezie, niet goed genoeg zijn etc.

Er is niets mis met al die oordelen en overtuigingen ware het niet dat we er zoveel waarde aan hechten. We geloven wat de mind ons voorspiegelt en dat is de oorzaak van ons lijden: de identificatie met de mind. We zijn niet thuis in de zon, in onze ware natuur, maar een gevangene van de mind, een gevangene van onze emoties en gedachten, omdat we die ‘waar’ aanzien: ik ben jaloers (dat is mijn natuur), ik ben saai etc.

Willen we uit de gevangenis van de mind (het lijden) ontsnappen, dan is onder andere zelfonderzoek een belangrijk instrument, een instrument wat tijdens de sessies bewustzijnscoaching regelmatig wordt ingezet. En zelfonderzoek is alleen mogelijk als we onszelf toestemming geven om alles aan het licht te brengen: zonder oordeel waarnemen wat zich allemaal in ons afspeelt. En als er oordelen zijn…(en die zijn er volop), dan is dat het. Kijk ernaar. Het gaat om het los komen van het geloof in al die oordelen, het los komen van de mind, jij bent niet de mind, maar het licht (de zon) waar de gedachten en emoties in verschijnen.

Als we niet thuis zijn in de zon, als we niet aanwezig zijn (wakker zijn/gewaarzijn), dan identificeren we ons volledig met de mind, waar de criticus zich bevindt, die de draadjes beoordeelt en veroordeelt. De criticus maakt dat we sommige draadjes niet willen zien of met een ander willen delen: te pijnlijk.

Op een gegeven moment ontdekte ik in mijn proces en in mijn werk met cliënten hoe belangrijk het is om alle draden te onthullen en te onderzoeken: de zogenaamde ‘mooie’, ‘aangename’, ‘vreselijke’, ‘lelijke’ gedachten en emoties.

Ook al bestempelt de criticus de draden als mooi of lelijk, besef dat de draden slechts draden zijn, ze zijn niet waar of onwaar of tegenstrijdig: ze zijn. Met andere woorden, verschuif de aandacht van de mind naar Bewustzijn (de zon), naar de ruimte waarin de draden (emoties en gedachten) verschijnen.

Oké…, na de theorie nu een voorbeeld: een tijd geleden kwam er een cliënt waarbij het onderzoeken van de draadjes centraal stond. De cliënt, ik noem haar voor de leesbaarheid Yvon, had met vriendin Tineke afgesproken om mee te doen aan een bepaalde wedstrijd, want dit doen we nu eenmaal ieder jaar (= patroon). Ze merkte op dat tijdens het maken van de afspraak er een beweging in haar lichaam gaande was, die aangaf dat ze eigenlijk geen zin had, pufff, zo moe, maar ja, de daadwerkelijke datum lag nog wat verder weg, en wie weet had ze tegen die tijd er toch wel zin in, want ja, het is lekker om buiten te zijn, en de wedstrijd vond plaats in een natuurrijke omgeving wat toch wel heel fijn was, en ze gingen ieder jaar met elkaar, dus ja…, ze had ‘ja’ gezegd.

Het viel mij op dat Tineke (haar vriendin) haar niet had gevraagd (zullen we samen weer meedoen?), maar dat Tineke er automatisch vanuit ging dat ze dit jaar ook weer samen zouden gaan (geconditioneerd patroon), en ja, Tineke had het ook niet zo makkelijk (aldus Yvon)…, dus om dan ‘nee’ te zeggen…, dat vond Yvon toch wel wat te ver gaan, want ik ben dan toch die steun voor haar om te trainen, omdat we dan samen die wedstrijd lopen, dat motiveert haar dan…, en ja, afspraak is afspraak (= overtuiging/regel/zo moet het), dan zet ik me er toch gewoon overheen (aangeleerd patroon vanuit het gezin: kom op, flink zijn, niet zeuren),  zo erg is het toch ook weer niet, dat kan je toch wel voor je vriendin over hebben (een overtuiging over vriendschap), en je weet dat die wedstrijd je energie geeft en het is in de natuur, dus gewoon even de knop omzetten (aangeleerd).

Herkenbaar voor de lezer? Dit soort verhaaltjes (draadjes) die door ons heen gaan?

Ik legde de cliënt o.a. de volgende vragen voor: Mag je op een afspraak terug komen? Hoe zou het voor je zijn om af te wachten tot het moment zelf (bijvoorbeeld een dag voor de wedstrijd) om dan na te gaan hoe de vlag er intern voor staat? Hoe lijkt het je om te communiceren met Tineke wat er allemaal door je heen gaat (alle draadjes benoemen), in alle openheid? En wat is er zo erg aan als Tineke teleurgesteld reageert? Mag zij teleurgesteld zijn?

Nadat een en ander inzichtelijk werd voor Yvon besloot zij Tineke te bellen om aan te geven dat ze op dit moment geen zin had om aan deze wedstrijd mee te doen, dat ze het liefst de afspraak wilde afzeggen, omdat ze zo moe was/is, maar het nog open liet, want misschien veranderde haar stemming/energielevel wel en wilde ze uiteindelijk toch mee doen. Ze gaf ook aan dat ze bang was dat Tineke teleurgesteld zou zijn en dat ze het gevoel had dat ze geen ‘nee’ kon zeggen, omdat ze voor haar ook een steun wil zijn om te trainen, maar dat ze toch ook eerlijk moest zijn naar zichzelf toe en dat ze het heel moeilijk vond/vindt om goed voor zichzelf te zorgen.

Aanvankelijk zag Yvon er tegenop om dit gesprek met Tineke aan te gaan. Heel begrijpelijk, want het vraagt ook heel wat: doorbreken van patroon en aangeleerd gedrag (we doen deze wedstrijd ieder jaar, de ander altijd tot steun willen zijn, niet gewend zijn om open en kwetsbaar te zijn naar de ander toe) en doorbreken van een overtuiging (afspraak is afspraak, iets over hebben voor een vriendin). Ze wilde Tineke niet teleur stellen, want die rekent op haar (denkt Yvon: overtuiging) en heeft haar ondersteuning ‘nodig’ (denkt Yvon: overtuiging).

Zo kijkt Yvon naar haar vriendin…, dat is niet de realiteit (die is leeg/schoon/kent geen labels)…, maar haar inkleuring van de realiteit veroorzaakt door de mind/ego. Het is een plaatje wat Yvon op Tineke plakt: zij heeft mij nodig.

Tot Yvon ontdekt dat zij zelf die ondersteuning heeft gemist in haar verleden en die pijn (niemand die tot steun is) overhevelt op haar vriendin. Zij wil niet dat haar vriendin overkomt wat haar is overkomen: dat ze het allemaal alleen moest uitzoeken. Dat is de onbewuste overtuiging die haar gedrag (zorgen voor haar vriendin) bepaalt zonder dat ze dat zelf in de gaten heeft (blinde vlek). En de onbewuste overtuiging (pijn) zorgt ervoor dat zij niet in alle openheid haar beleving kan delen met Tineke.

Het daarop volgende consult vroeg ik naar de uitwisseling met Tineke. De cliënt gaf aan dat Tineke positief had gereageerd, dus niet overeenkomstig de film van Yvon (dat ze haar steun nodig had, dat ze teleurgesteld zou zijn). Vervolgens vroeg ik hoe de vlag er daadwerkelijk voor stond enkele dagen voorafgaand aan de wedstrijd en welke beslissing ze uiteindelijk had genomen?

Ze gaf aan dat de volgende draadjes door haar heen waren gegaan: Zal ik toch afzeggen…, ik heb er eigenlijk geen zin in…, pufff, ik word al moe bij de gedachte, maar ja, het is wel lekker buiten, in de natuur, ik krijg er energie van en Tineke waardeert het zo, en als ik eenmaal bezig ben, gaat het wel weer etc.

Wat denk je dat ze heeft besloten?

Ze besloot toch te gaan hard lopen. Ik vroeg Yvon of ze weleens gehoor gaf aan een ander belangrijk draadje wat ze meerdere malen had genoemd: dat ze geen zin had…, dat ze moe was/is. Waarop Yvon zei: Nee, ik ga altijd door, ik zet me eigenlijk altijd over dat gevoel van ‘geen zin hebben’ heen.

Vervolgens stelde ik de volgende vraag: En hoe zou het zijn om eens gehoor te geven aan die eerste stem, die aangaf dat je er eigenlijk geen zin in hebt, dat je moe bent? Waarop Yvon zei: Als ik daaraan toegeef, dan ben ik eigenlijk bang dat ik diep weg zak, dat ik de grip op mezelf verlies, dat ik helemaal tot niks meer kom, dat ik depressief word…

Mijn antwoord: Interessant…, en is dat waar? Hoe weet je dat? Heb je het wel eens uit geprobeerd? Nee, zei Yvon.

Hoe zou het voor je zijn om dit experiment eens aan te gaan? Om eens gehoor te geven aan de stem die zegt: Ik heb eigenlijk geen zin…, pufff…, ik ben moe.
En zou het je ook wat kunnen brengen/geven als je aan die stem gehoor zou geven?
Yvon: Ja, rust…, ontspanning…, waar ik eigenlijk diep naar verlang…, alles in mijn leven is ‘werk’, is ‘moeten’ en ik loop altijd vooruit op wat er nog allemaal moet gebeuren, gedaan moet worden, ik kan gewoon niet stil zitten op de bank.

Yvon is het experiment aan gegaan. We zijn een tijd samen op gelopen. Na een x-aantal sessies geeft ze aan wat een verademing het is dat het eeuwige moeten en zorgen voor anderen (in plaats van voor haarzelf) uit haar systeem is. Ze herkent nu de innerlijke stem (in plaats van de stem van ouders/maatschappij), ze handelt er nog niet altijd naar, maar ervaart het als een geschenk dat ze ziet van waaruit ze beweegt, dat er Bewustzijn is, want zonder bewustzijn (gewaarzijn) wordt je gewoon geleefd door je patronen en overtuigingen. Ze is blij dat ze heeft geleerd om zich uit te spreken en kwetsbaar te tonen naar anderen toe en ervaart het als een zegen dat zoveel aangeleerde patronen en overtuigingen verdampen. Ze bedankt me voor de transformatie die heeft plaats gevonden, ze zegt: ‘Als ik niet bij jou was gekomen, dan zat ik nu in de ziektewet met een burn-out…, ik heb zoveel geleerd, gevoeld en ontdekt door onze uitwisselingen én de ‘huiswerkopdrachten’ die ik mee kreeg, ik ben je enorm dankbaar.’

En ik ben Yvon dankbaar, dat ze mij het vertrouwen heeft gegeven en dat we samen deze reis hebben mogen maken.  Er is niets zo vervullend dan ‘open’ gaan… en thuis komen bij je-Zelf.

www.bewustzijnscoaching.com
www.awarenesscoaching.online
LinkedIn: Caroline Ootes
Facebook: Caroline Ootes, Ontwaken, Bewustzijnscoaching