Zelfonderzoek: Ik zou zo graag in het hier en nu willen leven...

(Cartoon: Joost Verweij)

Ik ontmoet een vrouw in de praktijk. Voor het gemak noem ik haar Silvia. Er ontstaat een uitwisseling. Silvia geeft aan dat ze in haar leven steeds de neiging heeft om 20 stappen verder te zijn dan waar ze nu is.
Ze vindt het moeilijk om in het hier en nu te leven. Ze leeft eigenlijk van de ene stip op de horizon naar de volgende stip op de horizon. En dit speelt zich niet alleen af op het gebied van haar werk (the next step op de carrièreladder), maar ook met betrekking tot relaties.
Ze zegt: ‘Ik kan het gewoonweg niet stoppen…, ik ben alsmaar bezig met de volgende stap, ik maak voortdurend plaatjes in mijn hoofd over mijn werk en over een nieuwe relatie, die enige tijd geleden is gestart. Mijn coachingsvraag is hoe ik in het hier en nu kan zijn.’

Ik nodig haar uit om wat meer te delen. Ze vertelt over een nieuwe relatie. Ze ontmoette hem en vanaf de start gingen ze meteen de diepte in: een totaal nieuwe ervaring voor haar. Ze geeft aan dat ze hem dichterbij wil laten komen, maar dat ze er ook bang voor is. Net als hij. Hij heeft haar laten weten dat hij moeite heeft met binding door een eerdere verstikkende relatie in zijn leven.

Op enig moment nodigt ze hem gekscherend uit om met haar familie mee te gaan op familieweekend. Ze weet van tevoren al het antwoord dat hij zal geven van waaruit ze zegt: ‘Ik vraag je niet mee, maar ik deel wel met je dat mijn broer grapte dat het moment daar is om eens kennis met elkaar te maken: misschien wil je vriend wel mee met het weekend?’
De uitnodiging van de broer van Silvia triggert direct een gevoel van verstikking bij de vriend van Silvia: er ontstaat spanning op zijn keel, hij voelt zich onder druk gezet.
‘Je hoeft echt niet mee hoor, zegt Silvia tegen hem, ik vraag je toch ook niet mee…, ik deel gewoon even wat mijn broer zei.’

Na deze ontmoeting merkt ze op dat de plaatjesmachine gaat draaien. Allerlei gedachten spoken door haar hoofd waardoor er twijfel in haar opkomt of ze wel met deze man verder moet gaan: ‘Zit er wel een toekomst in? Niet alleen houdt hij de boot af, ik ook.’

Ik vraag aan Silvia wat zoal haar plaatjes (gedachten) zijn: breng ze eens allemaal aan/in het licht, wat spookt er zoal door je heen?

‘Nou, zegt Silvia, allereerst gaat er door me heen of ik hier wel mee door moet gaan, ik stel me dan voor wat deze bindingsangst betekent voor onze relatie in de nabije toekomst… en dan ontstaat er twijfel.’ Dan denk ik: ‘Jeetje, deze man is wel heel erg beschadigd…, en ik wil ook niet zijn therapeut zijn…, maar we hebben wel diepe uitwisselingen, dat is heel fijn…, en het komt me ook wel goed uit dat hij een vorm van bindingsangst heeft…, dan hoef ik zelf ook niet over de brug te komen…, en …als ik heel eerlijk ben…, voelt het wel veilig dat hij afstand houdt, dan kan het ook niet fout gaan…, want er leeft een sterke gedachte in mij dat het toch wel weer fout zal gaan.’
Ze vervolgt: ‘Ja, ik zie die denkmachine aan gaan…, ik zie dat ik weer volledig wordt opgeslorpt door al die plaatjes, al die gedachten, maar ik kan het niet laten, dat hoofd gaat gewoon door. Ik zou zo graag in het hier en nu willen leven. Eigenlijk maak ik zelf kapot wat er nu is (mooie uitwisselingen) door steeds maar in gedachten vooruit te lopen op de nabije toekomst.’

‘Ja, zeg ik, ik voel je energie…, het ontbreekt aan vertrouwen…
Ik voel dat je houvast wil, zekerheid, duidelijkheid…, en die is er niet doordat de situatie zo is zoals die is. En daarnaast…, het leven zelf is van nature ook onzeker: je weet niet wat het volgende moment brengt, dus er is geen antwoord mogelijk.’

Het resoneert: er is geen vertrouwen. Ze barst in huilen uit: ‘Als ik nu ga vertrouwen, ben ik zo bang om de deksel op mijn neus te krijgen.’
Ze huilt. Ik geef haar de tijd om haar verdriet te voelen.

Na enige tijd vraag ik aan haar wat ze bedoelt als ze zegt dat ze zo bang is om de deksel op haar neus te krijgen.
‘Dat ik gekwetst kan worden’, zegt Silvia.
Hoe ziet dat er dan uit? Waar ben je bang voor?
‘Ik ben bang dat hij de stekker eruit trekt.’
Van waaruit zou hij de stekker eruit trekken, in jouw beleving?
‘Nou, dat hij mij niet goed genoeg vindt, dat ik zijn liefde niet waard ben.’
En dan? Waar ben je dan bang voor?
‘Dat ik alleen achter blijf.’
‘Ja, dat is wat ik voel’, zeg ik. ‘Je hebt op enig moment je hart afgesloten, net als hij, je bent zo bang om gekwetst te worden…’

Ik voel dat je wordt geleid door een overtuiging en die overtuiging lijkt te zijn: liefde zit er niet in voor mij, niemand die mij echt wil, ik blijf alleen achter.

Deze opmerking triggert een stortvloed van verdriet. Ik voel compassie voor haar en nodig haar uit om de oude pijn ten volle toe te laten.

Na enige tijd vraag ik: ‘Heb je door dat dit kindpijn is? Het lijkt erop dat je in je kindertijd de boodschap van je ouders hebt opgepikt dat ze niet echt van je hielden, wat jij hebt vertaald naar: ik ben niet goed genoeg, ik ben het niet waard om van te houden.’

Wederom barst ze in huilen uit. Ze zegt: ‘Het resoneert 100%. Ik heb als kind soms wel eens gedacht dat ik geadopteerd was, ondanks mijn geboortefoto’s als bewijs.’
Blijf bij je verdriet, zeg ik,  voel waar het zich bevindt in je lichaam, breng al je aandacht naar deze pijn en laat het smelten, ga niet naar je hoofd, naar verhalen.

Na de nodige schokken van intens verdriet wordt het weer rustig in Silvia.
‘Ja, zeg ik, dit is de pijn die je al een heel leven bij je draagt. En waar vanuit je handelt. Deze pijn heeft nog nooit volledig het licht gezien. En het bestaan is je heel genadig, door deze man op je pad te brengen, waardoor jou de mogelijkheid wordt aangereikt om de pijn, van het kind dat je was, te laten smelten.

Deze pijn maakt dat je steeds een toevlucht neemt naar je hoofd: er is geen vertrouwen. Op enig moment in je leven ben je je gaan afsluiten: je verlangt naar intimiteit en openheid, dat is je hart. Ieders hart verlangt naar verbinding, naar nabijheid en contact, maar de pijn van niet geliefd zijn, zit er nog voor.’

Ik ga nu weer even terug naar de vraag waarmee je binnen kwam: ‘Hoe kan ik in het hier en nu zijn?’
Er zijn meerdere wegen. Allereerst: laat deze pijn smelten, die vandaag inzichtelijk is geworden. Iedere keer wanneer angst en twijfel wordt getriggerd en een dwangmatige neiging opkomt om plaatjes te maken over deze relatie, keer naar binnen en voel de pijn die schuil gaat onder de plaatjes: alles is onzeker (dat klopt: het leven is onzeker), ik weet niet wat ik moet doen (dat kan jij ook niet weten, de stroom van het leven is niet voorspelbaar), moet ik hier wel mee door gaan (dat wijst zich vanzelf uit), ik ben zo bang dat het fout gaat, dat er niemand is die van me houdt, dat ik alleen achter blijf (de pijn van het kind en existentiële pijn: een diep gevoel van eenzaamheid).

Wanneer je de pijn tot op de wortel hebt gevoeld, dan verdampt deze.
Dan  kan de neiging tot het maken van plaatjes nog wel getriggerd worden, maar je wordt niet langer meer gegijzeld door de mind, het is dan mogelijk om aanwezig te zijn bij de plaatjesmachine: je ziet wat er plaats vindt in jou zonder dat je daar in opgaat. Het Zelf (Bewust Zijn) kijkt naar het zelf (de mind). Je ziet het verhaal wat zich afspeelt in je hoofd. En kijk dan totaal: bekijk alles wat door de mind ten tonele wordt gevoerd, van het begin tot het eind…, wees aanwezig…, de hele film rolt zich uit, terwijl je ernaar kijkt…, je realiserende dat jij niet het verhaal bent, maar de lamp van gewaar zijn, die het verhaal beziet. Door volledig bewust de capriolen van de mind te aanschouwen, breng je alles aan en in het licht van gewaar zijn. Het patroon wordt helemaal doorgelicht, doorzien en op het bepaald moment dooft die uit.

Betreft het een nieuwe situatie die jou triggert, een situatie die je niet los kunt laten (het blijft aan je trekken, je blijft ermee bezig): kijk, neem waar wat er gebeurt, wat je zegt, doet… en onderzoek op een rustig moment wat er wordt geraakt, welke overtuigingen (plaatjes) er zijn aangetikt in jou. Hou je niet bezig met de ander, met wat de ander fout deed. Hou je ook niet bezig met wat jij al dan niet goed hebt gedaan: dat is geen zelfonderzoek, dat is de mind, die de ander schuldig wil verklaren en/of jezelf. Ga niet naar psychologische analyse en verklaringen.
Breng eenvoudig alles aan het licht, dat is zelfonderzoek: de lamp van Bewust Zijn die alles in het licht zet wat er leeft in jou aan overtuigingen en angsten tot je uitkomt bij de pit: het pijnpunt (zie vorige blog). Soms is het doorzien van de trigger al genoeg om de realiteit weer te zien zoals die is, soms is er meer werk nodig: het voelen van de oorspronkelijke pijn zoals dit vandaag plaats vond in jou.
Hoe voelt die pijn? De pijn van niet geliefd zijn, de pijn van eenzaamheid. Ga niet naar verklaringen en verhalen over je jeugd. Ga naar de pijn die schuil gaat achter de gedachte dat je vaak het gevoel hebt gehad dat je geadopteerd was: niemand die van me houdt, eenzaamheid. Laat die pijn smelten. En dan opent jouw hart zich en is het mogelijk om werkelijk een intieme relatie aan te gaan.

En besef de doorwerking van jouw proces op je partner: alles wat jij opschoont, heeft een helende uitwerking op hem en op een ieder waarmee jij je verbindt. Is dat niet geweldig?

Een andere weg om uit het hoofd te geraken, is: aanwezig zijn in het hier en nu. En ik zie/voel dat de lamp van gewaarzijn niet meer totaal versluierd raakt door de identificatie met de mind: je ziet, je merkt op dat je steeds een toevlucht neemt naar je hoofd, naar verklaringen, naar twijfels, wantrouwen. Veroordeel deze neiging niet, het is niet persoonlijk, het is collectief, we zijn allemaal in dit veld van angst en tekort groot gebracht. En het is al heel wat dat je de neiging ziet. De meerderheid van de mensheid heeft niet door dat ze continu vanuit dit veld, vanuit de mind leven: in het verleden of in de toekomst, maar niet hier en nu. Ze zijn volledig geïdentificeerd met de mind, met hun gedachten en emoties, die het ik zich toe eigent (mijn verhaal). En verandering begint met zien, met gewaarzijn. Dus geweldig dat je de neiging ziet. De oefening die ik je wil mee geven, is: keer terug naar het hier en nu. Iedere keer als je weer opmerkt dat je in je hoofd zit, breng de aandacht naar dit moment. Dit is niet eenvoudig, omdat het een diep ingesleten groef is: het hoofd als overlevingsstrategie om kwetsing te voorkomen. Grip willen op een situatie (relatie) om mogelijke teleurstelling en pijn voor te zijn. Duidelijkheid en zekerheid willen daar waar geen duidelijkheid en zekerheid te geven is: want het leven is onzeker en open, dus niet voorspelbaar.

En dat doet me denken aan Nisargadatta, een spiritueel leraar die in 1981 overleed. Ken je die? Nee. Hij is tot verlichting gekomen door een eenvoudige instructie van zijn meester consequent toe te passen. Iedere keer dat er sprake was van identificatie met de mind (ik ben de wereld, deze persoonlijkheid, het lichaam, mijn geloof, cultuur etc.) bracht hij de aandacht weer terug naar het oorspronkelijke principe, naar het ‘zijnde’ principe, het ‘I am’. Naar dat wat is…, voorbij de mind…, voorbij alle aannames en overtuigingen die door het ik worden geclaimd (ik ben zus en zo). Als dat van ons afvalt…, de identificatie met de mind…, wat blijft er dan over? Dat wat is: I am. En na I am… is het stil, geen invulling, geen houvast: openheid, geen identificatie met wat dan ook, dat is Leven.

I am…, meer valt er niet te zeggen. Iedere keer dat de neiging er is om in een verhaal op te gaan, een verhaal over jezelf of over de ander, een verhaal over het verleden of over de toekomst: keer terug naar I am, naar Beingness, naar gewoon Zijn.

Hiermee eindigen we de sessie. Ze is mij enorm dankbaar. ‘Hoe is het mogelijk dat we in zo’n korte tijd tot de kern kwamen’, zegt ze. Ja…, soms gaat het zo…, je bent een rijpe appel.

I Am – Nisargadatta

Noot: de blog bevat een uitgebreide reactie op de vraag van de cliënt hoe in het hier en nu te leven. In werkelijkheid gaf ik tijdens het consult twee handreikingen: als je in het denken zit, in een verhaal, maak je daarvan los door je aandacht terug te brengen naar het hier en nu, daarnaast vertelde ik over Nisargadatta: I Am.
De uitgebreide reactie  – vanuit gewaarzijn een patroon volgen -, ontstond tijdens het schrijfproces.

www.bewustzijnscoaching.com
www.thehealingcircle.one
Facebook: Caroline Ootes, Ontwaken, Bewustzijnscoaching.
LinkedIn: Caroline Ootes

Socrates: een niet onderzocht leven, is het niet waard geleefd te worden.

Het alziende oog van Horus
Vandaag gingen de woorden ‘Ken Uzelve’ door me heen.

‘Ken Uzelve’, prijkte boven de tempel van Apollo, de tempel waar de Grieken het Orakel van Delphi raadpleegden. Veel klassieke Griekse filosofen, zoals Socrates, waren overtuigd van het idee dat ware kennis over het leven start door intensief zelfonderzoek. Sterker nog…, volgens Socrates is een niet onderzocht leven het niet waard geleefd te worden. Voor de duidelijkheid: Socrates zegt daarmee niet dat een niet onderzocht leven niets waard is.

Ik herken deze uitspraak van Socrates. Een niet onderzocht leven is geen Leven…, het is een leven wat mechanisch verloopt, volgens aangeleerde patronen, die we als kind ontwikkelen. Voorbeeld: jij vervult altijd de rol van bemiddelaar (als volwassene), omdat je als kind het zo naar vond dat je ouders met enige regelmaat flinke ruzie hadden. Gevolg: zodra er onenigheid is in een gezelschap of in de relatie, word mechanisch het patroon in werking gezet, je gaat bemiddelen, of je dat nou wil of niet wil, je wordt overgenomen door het patroon, want het laatste wat je wil is ‘herrie in de tent’.
Herrie in de tent triggert een gevoel van onveiligheid, de onveiligheid die je als kind ervaarde van waaruit je tussen je ouders in ging staan. Je handelt in het heden dus ‘onbewust’.

Eigenlijk mag er, volgens jouw aangeleerde programma, waar jij geen zeggenschap over hebt, omdat dit programma nog onbewust in jou is, geen onenigheid zijn. Onenigheid of ruzie, wat op zijn tijd een gegeven is in een mensenleven, betekent voor jou: onveiligheid.

Een ander patroon kan zijn: afleiden. Je komt bijvoorbeeld uit een gezin waar niet werd gesproken over emoties of lastige situaties, omdat de ouders zelf niet hebben geleerd hoe zij met emoties om kunnen gaan. Het voorbeeld wat je als kind hebt gezien: zodra er emoties of kwetsbaarheid in het spel is, word je afgeleid. Gevolg: als volwassene herhaal je, totaal onbewust, automatisch, dit patroon wanneer er in een gesprek met je kind, partner of vrienden sprake is van gevoeligheden. Nog een gevolg: je begrijpt maar niet waarom je je zo leeg voelt…, afgesneden als je bent van je eigen emoties en kwetsbaarheden…, je weet je geen raad met de geraaktheden van anderen. Je voelt je met enige regelmaat alleen, je ervaart geen verbinding, contact, vriendschap, zonder dat je in de gaten hebt dat dit wordt veroorzaakt door dit patroon.

Iedereen, niemand uitgezonderd, kent pijnlijke ervaringen waarvan de pijn nog nooit ten volle het licht heeft gezien (bijvoorbeeld de pijn van eenzaamheid), maar deze pijn stuurt wel ons gedrag, zonder dat we het weten. Tenzij… ‘bewust zijn’ in ons op staat.

Naast aangeleerde patronen (sussen, je best doen, afleiding, aardig gevonden willen worden etc.), leren we ook van jongs af aan wat goed en fout is.
Zo leven er heel veel ‘plaatjes’ in ons, die we over de realiteit heen leggen.
Voorbeeld: luieren en niets doen is fout, van werken gaat niemand dood. Wederom laten we ons leiden door deze ‘plaatjes’, die automatisch worden geactiveerd wanneer een situatie in het heden daarmee overeen stemt: je zoon of dochter, die met enige regelmaat tijd en ruimte neemt om te ontspannen en te relaxen, wordt aangespoord om aan het werk te gaan, je geeft hem of haar een opdracht voor een huishoudelijke taak of laat hem/haar weten dat er huiswerk gemaakt moet worden: luieren mag niet.
De realiteit is: een dochter of zoon die zich ontspant. Die realiteit is dus neutraal, maar niet voor jou, omdat jij het plaatje hebt mee gekregen dat op je lauweren rusten fout is. Dit is dan één voorbeeld, maar ik kan je vertellen, door jaren van zelfonderzoek, dat er vele plaatjes en overtuigingen in ons leven, vanuit de mind, die ons gedrag stuurt, zonder dat we daar wat over te vertellen hebben…, tenzij we wakker worden, bewust worden.

Of we het nu leuk vinden of niet: we worden geleefd door al die plaatjes, ouderlijke stemmen en overtuigingen, die we ons niet bewust zijn.
Onwetendheid en oude pijn bepalen ons gedrag.

Oké, intensief zelfonderzoek lijkt dus noodzakelijk te zijn om wakker te worden uit de staat van onwetendheid, ook wel de droomstaat genoemd. Ja, dat beaam ik. En daar is ‘Bewustzijn’ voor nodig, ‘Gewaarzijn’.

Een eerste stap is dat we het patroon zien.
Maar wat bedoel je met zien?

Kijk je vanuit de mind?
Of kijk je vanuit Gewaarzijn c.q. Bewustzijn?

Als we kijken vanuit de mind, dan vinden we er wat van: wat we zien veroordelen we.
Je ziet bijvoorbeeld dat er een oordeel voorbij komt en direct wordt er een gedachte geactiveerd: ik mag niet oordelen. Dit is niet het zien wat ons uit ons lijden zal bevrijden.

Het gaat over zien vanuit Bewustzijn, dan wordt er waar genomen zonder oordeel. En dat is een wezenlijke ontwikkeling: de sprong van het zien vanuit de mind (die afkeurt wat wordt gezien) naar waarnemen vanuit de Bron, die helder, liefdevol en neutraal is (onze Boeddha natuur).

Hoe kijk jij? Met welk oog bezie jij je gedrag en handelen?
Onderzoek dat eens door de dag heen. Kijk je vanuit de mind? Of is er een zien vanuit neutraliteit, een zacht, liefdevol aanschouwen van wat er plaats vindt in jou?

En wat zie je dan?
Zie je de patronen en overtuigingen in jou die je gedrag sturen?
Zie je welke diepere pijn er wordt geraakt, die je niet wil voelen?
De pijn die schuil gaat achter irritatie, oordelen, afleiding, je best doen, schuld, schaamte, niet goed genoeg zijn, angst?

Laat de oude pijn smelten, maak contact met deze pijn die je al zo lang bij je draagt: de pijn van niet geliefd zijn, de pijn van eenzaamheid en afwijzing, de pijn van leegte, gemis, de pijn van niet welkom zijn, de pijn van hulpeloosheid en onmacht, de pijn van niet begrepen en gehoord zijn, van onveiligheid en niet gesteund zijn, de pijn van onderdrukking, van geen stem hebben.
The way out, is the way in.

Zelfonderzoek kent een voorwaarde.
Wat zou deze voorwaarde zijn? Enig idee?
Wat is essentieel om de vruchten van zelfonderzoek te kunnen plukken?

Mijn antwoord: een diep besef dat jij de enige bent, die verantwoordelijk is voor jouw pijn.

En dat vinden we nog niet zo gemakkelijk, omdat we allemaal vermijders zijn…, vermijders van pijn. En om die pijn of kwetsing niet te hoeven voelen, wijzen we naar buiten, naar de ander, de anderen zijn de oorzaak van mijn pijn. En deze overtuiging is heel hardnekkig: ik voel me zo en dat komt door jou of jullie.

Nee, dat komt niet door de ander(en), de ander triggert slechts de pijn, die al in jou aanwezig is. Als die pijn niet in jou aanwezig is, zou er überhaupt geen pijn gevoeld worden, je zou het gemopper van je partner, als je hem vraagt de tv uit te zetten, niet als pijnlijk ervaren, omdat de bodem daarvoor in jou ontbreekt. Jij kan alleen maar geraakt worden als er een haakje in jou is van eerdere pijn, die overeen lijkt te komen met dat wat jij meent waar te nemen bij de ander(en): zie je wel, mijn partner vindt mij niet belangrijk, hij heeft geen aandacht voor mij, wel voor die tv (mobiele telefoon, andere mensen etc.)

Als je geraakt wordt, neem verantwoordelijkheid voor dat wat zich afspeelt in jou.

En laat de pijn van het kind dat je was, smelten.

En de beloning van zelfonderzoek is: innerlijke bevrijding, onvoorwaardelijke liefde, lijden dat ophoudt te bestaan, een schone lens, leegte (er zit niets meer tussen jou en de realiteit: je ziet de dingen zoals ze zijn).

Een rijke beloning, die ons echter niet zomaar in de schoot wordt geworpen. Het vraagt een totale inzet en dan op een dag… vindt de verschuiving plaats… en ben je niet langer een slaaf van de mind. Er komt steeds meer zicht, helder zicht, de identificatie met de pijnlijke emoties en overtuigingen dooft langzaamaan (of ineens), naarmate het Bewustzijn zich verdiept, uit.

Als je je aangesproken voelt door deze weg, de weg van zelfonderzoek, weet dat je welkom bent voor wat begeleiding en ondersteuning.

Een onderzocht leven is het waard geleefd te worden.

Voor aanvullende informatie: lees de blog ‘zelfonderzoek in relaties’, de blog ‘zelfonderzoek: alles in mijn leven is moeten’ en de blog ‘overtuigingen transformeren, de directe weg’.

www.bewustzijnscoaching.com
www.thehealingcircle.one
Facebook: Caroline Ootes, Ontwaken, Bewustzijnscoaching
LinkedIn: Caroline Ootes

Niets is zeker. Leer dat lief te hebben.

Als niets zeker is, is alles mogelijk.

We (mijn partner en onze dochter) zijn op vakantie in een ander land, een land waar we nog niet eerder zijn geweest. Op enig moment laat onze dochter ontvallen dat ze haar zus mist, die in de zomer van 2016, is overleden. Ze geeft aan dat ze tijdens andere vakanties met het gezin gewend was om in de avond samen met haar op pad te gaan, dat gaat nu niet meer. Ze is verdrietig.

Later laat ze weten dat ze zin heeft om leeftijdsgenoten te ontmoeten om samen te chillen. Ze plaatst een bericht op tinder friends en niet veel later ontvangt ze een berichtje van een jongeman van haar leeftijd, die op 17 km afstand van ons adres in een vakantiehuis, samen met twee andere mannen verblijft; ze laat een foto zien van de jongeman, die aangeeft dat ze een riant vakantiehuis hebben gehuurd, wat zich op een afgelegen plek bevindt.

We bevinden ons op dat moment aan zee. Mijn partner ligt enkele meters verderop, hij heeft de schaduw opgezocht en luistert op een afstandje mee naar het gesprek wat zich tussen mijn dochter en mij ontvouwt. Ze heeft zin in een avontuur, zegt ze. Ze vraagt zich af hoe ze daar komt en hoe ze ’s nachts weer thuis komt.

Gaande het gesprek staat mijn partner op en loopt naar ons toe. Hij laat duidelijk blijken dat hij niet wil dat ze gaat: een onbekend land, 17 km afstand van ons adres, afgelegen huis, 3 mannen die ze niet kent…,waar is dat allemaal voor nodig… het is onze laatste avond…, samen uit, samen thuis… is zijn motto.

Aan alles voel ik dat zijn reactie voort komt uit angst. Zo bang om nog een dochter te verliezen…, hij voelt dat hij geen enkele controle heeft over de situatie…

Tja, hoe ga je om met een dergelijke situatie als je dochter een volwassen vrouw is van 26 jaar en je partner duidelijk te kennen geeft dat hij dit uitstapje van zijn dochter niet ziet zitten?

Dochterlief is even van slag van de reactie van haar vader. Haar vader gaat de zee in. Ze hervat het gesprek met mij. Wat vind jij ervan? Wat zal ik doen? Geen idee, zeg ik, wat gaat er nu allemaal door jou heen? Nou, ik wil pappa niet teleurstellen, en het is natuurlijk ook leuk om samen af te sluiten met een etentje en ik begrijp ook wel dat hij bang is, maar ja, ik ben 26 jaar… en ik voel ook een druk als pappa dit zegt…, dat ik niet kan doen wat ik zelf wil…, ik hou nou eenmaal van wat avontuur…

Oké, en verder…, wat leeft er nog meer in je? Nou, ik vind het leuk, ik heb er zin in, mensen ontmoeten en lekker chillen met elkaar, maar ja, het vervoer is nog een probleem: hoe kom ik daar en hoe kom ik weer thuis? Wat zal ik nou doen?

Doe wat klopt voor jou, zeg ik, ook als het niet klopt voor je vader. Jij bent niet verantwoordelijk voor zijn gevoelens, of dat nou angst is… of teleurstelling vanuit een verwachting die hij heeft over de laatste avond. En je vader heeft natuurlijk alle recht om zich te uiten, om zijn behoefte uit te spreken en zijn angst te tonen, maar dat betekent niet dat jij je daarnaar dient te voegen. De druk die je ervaart wordt niet veroorzaakt door je vader, die druk leeft in jou, het is de druk van de aanpassing, die in ieder van ons leeft, het is niet eenvoudig om je-Zelf te zijn, om tegen de verwachting van de ander in… de innerlijke stem… trouw te zijn.

Het is aan jou om te ontdekken wat de innerlijke stem je influistert, wat klopt voor jou. En er zijn meerdere mogelijkheden: je kan eerst met ons samen uit eten gaan en dan deze jongemannen opzoeken, je kan uit eten gaan met ons en vervolgens kijken wat er hier in de directe omgeving aan mogelijkheden zijn om leeftijdsgenoten op te zoeken (café in de buurt/happening op het strand), je kan met ons uit eten gaan en daarna lopen we samen nog naar de oude stad om wat te slenteren en ergens een drankje te doen, je kan ook beslissen om geen gehoor te geven aan de drang naar avontuur, om te ervaren wat dat in jou teweeg brengt, wat ontmoet je in jezelf als je niet ‘uit’ gaat.

Ze laat het allemaal even bezinken. Op enig moment zegt ze: Ik ga niet…, ik weet niet hoe ik daar moet komen en ook de terugreis is een probleem. Kan jij me niet ophalen? Nee, zeg ik, daar heb ik geen zin in. Ik wil je wel brengen zolang het licht is, leuk om met de auto de omgeving te verkennen, maar de terugreis dien je anders te regelen. Oké, zegt ze, ik ga niet, te ingewikkeld allemaal.

Enige tijd later appt de jongeman, hij is bereid haar op te halen, maar aangezien hij zelf enkele alcoholische drankjes wil nuttigen, kan hij haar niet terug brengen naar het adres waar wij verblijven.

Zijn reactie verandert haar gedachten: ze geeft aan dat ze op de uitnodiging in wil gaan en vraagt of hij een taxi voor de terugreis kan regelen. Niet veel later volgt een naam en telefoonnummer van een taxichauffeur die bereid is om haar, eventueel midden in de nacht, naar huis te brengen. Ze zegt: Ik ga…, ik ga eerst samen met jullie uit eten en dan laat ik hem mij ophalen vanaf ons adres.

Oké, zeg ik, dan lijkt het me fijn om hem even te ontmoeten op het moment dat hij je komt ophalen en ik wil het adres waar hij verblijft, zijn naam en telefoonnummer. Laat de foto nog eens zien van deze jongeman? Ik kijk nog eens goed en voel de foto in: goeie energie, vertrouwenwekkend. De situatie zoals die zich nu ontvouwt voelt goed voor mij. Mijn dochter zegt: Moet ik het pappa vertellen? Dat kan ik niet hoor…, dat ziet hij vast niet zitten. We zien wel hoe het zich ontvouwt…, dat weet ik nu ook nog niet; in ieder geval kan je het geld voor de taxi lenen en leuk dat we nog samen uit eten gaan, dat zal je vader fijn vinden.

Na het eten wordt ze vanaf ons verblijfadres opgehaald. We lopen naar buiten en maken even kennis met de jongeman. Hij stapt uit de auto, stelt zich voor en ik laat weten dat ik het fijn vind om hem even te ontmoeten: we zijn in een onbekende omgeving, we kennen je niet en onze dochter is ons dierbaar. Hij reageert begripvol: kan ik me voorstellen, zegt hij, heel goed om een oogje in het zeil te houden. Mijn partner is gerust gesteld.

Ze stapt in en belooft een appje te sturen. Ik leefde in de veronderstelling dat ze het adres van het verblijf van de jongemannen nog zou sturen. De volgende dag bleek dat ze, voorafgaand aan haar afspraak, de locatie al had geappt, wat ik niet goed had geregistreerd.

Drie kwartier later ga ik naar bed, er is nog geen app met het adres binnen gekomen. Dat is ze vast vergeten…, gaat er door me heen…, nou ja, het is goed zo…, ik ga slapen.

Na een paar uur ga ik naar het toilet en kijk daarna nog even op de telefoon. Geen bericht. Jammer, ik weet dus niet hoe het met haar gaat en het adres waar ze verblijft is niet bekend (dacht ik). Ik verkeer in de zone van het ‘ongewisse’. En toch komt er geen beweging op gang om haar een app te sturen. Ik stap weer in bed. Het is warm, ik kan de slaap niet vatten. Ik zie het ene scenario na het andere scenario voor mijn geestesoog verschijnen, onbewogen kijk ik toe naar de mogelijkheden: ze kan verkracht worden, ze kan vermoord worden, ze kan een geweldige avond ervaren en ergens in de nacht weer thuis aanwaaien, ze kan het reuze naar haar zin hebben en besluiten om te blijven slapen, ze kan het zo naar haar zin hebben dat ze besluit om nog een weekje met hen op te trekken. Dit zijn zo wat mogelijkheden die voorbij komen, ik ben er rustig onder.

Maar achter de scenario’s wordt er wel een andere diepe toon geraakt, een toon die gerelateerd is aan angst: de toon van het ongewisse, de toon van het niet weten, van het onbekende, van totale openheid, wat het Leven zelf is: onbekend, fris, nieuw, een avontuur. Het voelt beangstigend…, die totale openheid.

Rond een uur of drie bezoek ik wederom het toilet en kijk nogmaals op de telefoon: geen bericht. Ik bel haar. Ze neemt op, ze heeft het naar haar zin, ze wacht nu op de taxi en komt naar huis.  Fijn dat ze het naar haar zin heeft, dat ze geniet, zonder haar zus, die er niet meer bij kan zijn.

En voor ons…, voor mij… wederom een test van het Leven zelf: overgave aan het bestaan zelf, dat is waar het over gaat…, zonder enige reserve…, overgave aan de totale openheid…, niet wetende wat het volgende moment brengt, niet wetende wat de uitkomst is, niet wetende hoe deze situatie zich zal ontvouwen…, wat altijd al het geval is…, ook al leven we in de veronderstelling dat we het bestaan c.q. situaties naar onze hand kunnen zetten…

De realiteit is dat we geen enkele controle hebben, dat is de feitelijke situatie, waar we als de dood voor zijn zolang we onszelf bezien als afgescheiden van het bestaan: ‘ik’ en de wereld.

En wat betekent de wereld voor ons? Leeft er vertrouwen in ons? Of ervaren we de wereld als bedreigend en vijandig? Wat is ons perspectief?

Het ‘ik’ (ego) kent geen vertrouwen, het ‘ik’ is een creatie van de mind waardoor we ons afgescheiden ervaren van het leven zelf.
Het ‘ik’ wil zekerheid en duidelijkheid, wil weten waar het aan toe is, maar de realiteit is dat niets zeker is, er is geen houvast, er is niets om ons aan vast te klampen, ook al denken we van wel, ook al trachten we allerlei zekerheden te creëren (huis, partner, werk, gezondheid etc.).

En dan hoor ik mijn leraar zeggen: niets is zeker, leer dat lief te hebben.
Ja, dat is wat wij een jaar geleden (2016) ten volle aan de lijve hebben ondervonden: de dood van onze dochter.

Ik voel dat er een diep loslatingsproces gaande is in mij…, een langzame ontmanteling van het ‘ik’, van de identiteit, van het zelfbeeld (dit ben ik). Niets is meer zeker…, die realisatie is gaande, een afbraakproces wat zich voltrekt…

En als niets meer zeker is, dan zijn alle antwoorden mogelijk, alle scenario’s…, want dat is het Leven.

Vertrouwen in het bestaan, daar gaat het over…, wat overigens niet betekent argeloos of naïef in een situatie stappen. In deze situatie betekende dit voor mij: foto bekijken, even kennis maken, naam en telefoonnummer bekend, adres van verblijf vragen.

En zo draagt het universum met enige regelmaat onvoorziene testen aan zoals bovenstaande situatie met onze dochter. En het bewustzijn in mij kijkt toe: wat brengt deze situatie in mij teweeg? hoe reageer ik? Vanuit angst en zorg of vanuit vertrouwen?

Geen adres van het verblijf van de jongeman (dacht ik) + geen beweging tot het sturen van een app om adres te vragen… Voorheen zou ik in dergelijke situaties direct vanuit angst en zorg contact hebben opgenomen…

Tja, dat is het Leven. Welke testen van het universum kom jij tegen? Zie je ze? En wat brengen deze testen in jou teweeg? Is er verzet? Klamp je je vast? Of beweeg je mee? Onderzoek je voor jezelf wat deze test je toont? Iedere test draagt de mogelijkheid in zich tot groei, tot bewustzijn.

En dan ben ik onze dochter weer heel erg dankbaar voor haar avontuurlijke spirit, haar vertrouwen in de mensheid, een spiegel voor ons, ook al vergist zij zich soms.

De volgende dag lees ik de blog aan haar voor en vraag ik aan haar of zij zich hierin kan vinden. Is het oké als ik dit publiceer? Ja, zegt ze, het is oké.
Wat is de hapering die ik hoor, zeg ik.
Ik ben bang dat mensen weer over me heen vallen, dat ze weer van alles van me vinden, dat ik geen rekening met jullie heb gehouden, terwijl Simone rond deze tijd een jaar geleden is gestorven etc.
Nou, zeg ik, dat zal ik in de blog zetten…, misschien begrijpen ze ook de andere kant van de medaille…, dat je mij/ons dient in onze groei…, het is niet altijd gemakkelijk…, dat moet ik toegeven, maar ik ben je dankbaar…, heel dankbaar voor wie jij bent…

www.bewustzijnscoaching.com
www.thehealingcircle.one
Facebook: Caroline Ootes, Ontwaken, Bewustzijnscoaching
LinkedIn: Caroline Ootes

Moed betekent angst voelen en toch je hart volgen.

Moed betekent angst voelen en toch je hart volgen.

We zijn op vakantie. Kennissen uit de omgeving komen langs, op visite.

De man en de vrouw delen de wetenswaardigheden van het afgelopen jaar. We luisteren naar de nieuwtjes en vragen hier en daar door. Leuk om te horen welke concrete veranderingen er in hun leven hebben plaats gevonden (verbouwing/andere baan).

Het tempo van het gesprek ligt ‘hoog’. Het ene verhaal na het andere wordt gedeeld. Na enige tijd valt mij op dat er niet een wederkerige uitwisseling ontstaat. Zij delen, wij (mijn partner en ik) luisteren. Wat maakt dat deze uitwisseling zo verloopt?

Wat ik bemerk, is er dat er weinig ruimte is in het gesprek, ruimte in de zin van openheid, ruimte in de zin van vertraging, ruimte in de zin van pauzes gedurende het delen, ruimte in de zin van: stilte.

De stilte, de openheid, de vertraging van waaruit verdieping, een werkelijk ontmoeten en humor kan ontstaan…

Op enig moment wordt er een wedervraag gesteld: welke nieuwtjes hebben jullie?
Ik voel geen enkele impuls om wat te delen. Er komt niets op. Ik heb geen nieuwtjes te delen. Wel een proces doorlopen naar aanleiding van het overlijden van onze dochter, waar zij van op de hoogte zijn.

De energie in het gezelschap ligt ‘hoog’ of is ‘gehaast’, ‘snel’. Ik merk dat ik wat tijd nodig heb om te zakken, om in te dalen, om te voelen wat er van binnenuit gedeeld wil worden, maar die tijd ontbreekt. En ik spreek me daarover niet uit. Mijn partner doet een poging door een nieuwtje te delen. Het nieuwtje wordt op een bepaalde wijze opgepakt en vertaald door de ander. Er komt geen uitwisseling op gang en al snel draaien de rollen weer om. Hier en daar plaats ik nog een opmerking, maar er komt geen werkelijke ontmoeting op gang.

Ik bekijk onze interactie. Ja, zo gaat het…, dit is het hoofdmenu, niet het voorgerecht, maar het hoofdmenu: de wetenswaardigheden. Geen stilte, pauze, vertraging van waaruit verdieping en humor kan ontstaan, maar in een hoog tempo zenden.
Hij mist contact, hij mist de uitwisseling van emoties, geeft de bezoeker aan. Dat begrijp ik, als ik zo het gesprek waarneem. Hij voelt zich alleen, eenzaam, kent weinig mensen. Dat begrijp ik, als ik zo het gesprek beluister.

Na 1,5 uur breekt het moment aan om afscheid te nemen. De man geeft aan dat we altijd langs kunnen komen als er iets is, dat zij graag met ons willen wandelen en vervolgens nodigt hij ons uit om over 6 dagen te komen barbecueën.

En dan komt het erop aan: Wat zeg ik? Wat is mijn waarheid? Wat voel ik? Wil ik wel nader contact? Wil ik wel barbecueën met hen? En durf ik me uit te spreken ook als de ander dat mogelijk als een afwijzing of teleurstelling ervaart?

Eén ding is op voorhand voor mij duidelijk: ik wil niet barbecueën. Ik voel er niets voor om een aantal uren van mijn tijd door te brengen met mensen, die zich bewegen op het level van nieuwtjes. Niet dat er iets mis is met hen (het zijn sympathieke mensen) of met het uitwisselen van nieuwtjes, maar dat kan ook door even een praatje te maken, zo nu en dan.

Oké, de uitnodiging. Wat is mijn antwoord?
Ik zeg: ik weet het nog niet. Waarop de ander reageert: hoezo weet je het nu nog niet?
Ik zeg: Ik wil eerst met mijn partner overleggen, ik laat het je nog weten.
Hoezo is daar overleg voor nodig? Je weet nu toch wel of je over 6 dagen wilt barbecueën? (En dat klopt, ik weet mijn antwoord, maar ik ben niet alleen, er is ook een partner, en ik vind het niet makkelijk om ‘nee’ te zeggen).

En vervolgens kijkt hij vragend naar mijn partner: wat vind jij ervan? En ik zeg nogmaals dat ik met mijn partner wil overleggen: ik laat het je over enkele dagen weten. Mijn partner knikt instemmend naar mij en het gezelschap. Ik zie en voel dat de bezoeker geïrriteerd is en zich afgewezen voelt.

Ik pak de draad weer op en zeg: ik weet niet of ik het nu wel wil…, misschien voelt het gewoon te snel…, voelt het meer kloppend als we over een maand afspreken om te barbecueën. En ik wil ook gewoon even afstemmen met mijn partner. Waarop hij verbolgen reageert: Over een maand? zegt hij (dan pas…), nou, dan weet ik niet of ik er wel ben, misschien ben ik dan wel op vakantie. Waarop ik zeg: Oké, dat zij dan zo. Dat antwoord vindt hij niet leuk. En ik voeg eraan toe: Als het antwoord ‘nee’ is, als we jullie uitnodiging afslaan, betrek het dan niet op jezelf. Het gaat niet over jullie, ik mag jullie, maar de vraag is of ik op deze wijze wil afspreken met jullie. Nou, reageert hij echt geïrriteerd: ik wil het wel een paar dagen van tevoren weten om de inkopen te doen.
Ik zal het je tijdig laten weten, zeg ik.

Voel je het gesprek aan? Voel je hoe moeilijk het is om jezelf trouw te blijven als je een sterk appèl voelt van de andere kant tot contact? Als je weet dat de ander zich eenzaam voelt, ook al ben ik niet verantwoordelijk voor de eenzaamheid van de ander… Voel je wat voor enorme uitdaging er in zit om je uit te spreken, om je waarheid te leven?

Zo nu en dan een praatje of een kopje koffie/thee, meer zit er niet in. Dat is het antwoord van binnenuit, oftewel ‘mijn’ waarheid. Ga er maar eens aan staan om deze boodschap in alle openheid en eerlijkheid te geven. Ik wijs hen niet af, maar zo interpreteren zij dat wel, zij betrekken het op zichzelf, maar daar gaat het niet over, het gaat niet over hen, maar over mij: wat klopt voor mij?
Ook al klopt dat niet voor de ander…

Ja, maar je kunt toch niet altijd uitgaan van jezelf? Dat is toch egoïstisch?
Is dat zo? Is het egoïstisch om jezelf trouw te zijn? Of is het egoïstisch van de ander om er bij voorbaat vanuit te gaan dat je aan de verwachting (de uitnodiging) van de ander tegemoet komt? Het is toch een uitnodiging? Oftewel: een vraag? En op een vraag zijn toch meerdere antwoorden mogelijk: ja, nee, misschien. Mag ik ‘nee’ zeggen? Of dien ik eigenlijk ‘ja’ te zeggen, omdat de ander zich anders afgewezen voelt of teleurgesteld, alsof ik verantwoordelijk ben voor de reactie van de ander?

Ben ik verantwoordelijk voor de pijn die de ander in zich draagt, de pijn die geraakt wordt op het moment dat ik ‘nee’ zeg, de pijn die ooit is ontstaan in zijn of haar geschiedenis? Dien ik dan het leven te leiden wat anderen van mij verwachten, omdat zij zich anders afgewezen of teleurgesteld voelen?

Ben ik op het punt aangeland dat ik een afwijzing van de ander in ontvangst kan nemen wetende dat deze afwijzing niets over mij zegt, maar alles over de ander: hij of zij raakt getriggerd door een ‘nee’, hij of zij heeft een verwachting waar ik niet aan tegemoet kan komen, hij of zij laat de ander (mij) niet vrij, er is geen ruimte bij de ander om elk antwoord in ontvangst te nemen, het antwoord moet eigenlijk ‘ja’ zijn. Is dit liefde?

Hoe groot is het hart van de ander als er impliciete eisen worden gesteld? Als je eigenlijk geen ‘nee’ mag zeggen. Is het egoïstisch om naar jezelf te luisteren? Om na te gaan wat klopt voor jou? Ook als dat niet klopt voor de ander… Moet ik dan mijn leven zo  leven dat ik aan alle verwachtingen en verlangens van anderen voldoe? Dus dat ik het leven van anderen leid in plaats van het leven zoals het van binnenuit klopt?

Van waaruit bewegen we mee met al die verwachtingen die anderen over ons hebben? Schuldgevoel? Dan ben ik geen goeie …: vader, moeder, dochter, zoon, buurvrouw/man, partner, werknemer, werkgever?

Bewegen we mee met de verwachtingen om mogelijke oordelen van anderen te voorkomen? Oordelen die nog in onszelf leven, want anders zouden de oordelen van anderen ons überhaupt niet raken. Oordelen die voort komen uit overtuigingen, die we van jongs af aan hebben mee gekregen: als je aan jezelf denkt ben je een egoïst, dan heb je niets voor de ander over. Is dat zo? Heb je niets voor de ander over als je uitgaat van datgene wat klopt voor jou?

In hoeverre ben je echt aanwezig, in verbinding, in contact, als je ‘ja’ zegt, terwijl het van binnen een ‘nee’ is? In hoeverre is dat liefdevol naar de ander toe? Maar bovenal naar jezelf? Waarom voelen zoveel mensen zich moe en uitgeput? Zou dat onder andere te maken kunnen hebben met het gegeven dat we niet luisteren naar dat wat de innerlijke stem aangeeft, omdat we geleefd worden door allerlei overtuigingen, die aan ons door opvoeders en maatschappij met de paplepel zijn mee gegeven?

Oké, terug naar de situatie. De uitnodiging voor de barbecue. Ik overleg met mijn partner en vraag hem hoe hij erin zit. Hij geeft aan dat hij niet van barbecueën houdt. Zo nu en dan een kopje koffie/thee drinken en hij wil ook wel een enkele keer met de mannelijke bezoeker wandelen (of het er daadwerkelijk van komt, weet hij niet), maar hij zit niet te wachten op een barbecue.

Dit is het antwoord wat ik de bezoekers stuurde:

Ha lieve mensen,
Barbecue: nee. We vinden het leuk om jullie zondag even te bezoeken, de  verbouwing te zien en een praatje te maken, als het voor jullie ook oké is.

Ik kreeg het volgende antwoord terug: Hi, Oke op zondag.

Tja, zo gaat het dan…, dikke kans dat hij zondag vraagt waarom we niet willen barbecueën. En wederom een uitdaging: wat zeg ik dan? En mijn antwoord is anders dan het antwoord van mijn partner. Durf ik open en eerlijk aan te geven hoe voor mij de vork in de steel zit: zo nu en dan een praatje, dat is het, het heeft niets met jullie persoonlijk te maken, dit is gewoon het antwoord wat ik van binnenuit voel.

Ben benieuwd wat zich zondag ontvouwd.

PS betekent dit dat mijn partner voor hetzelfde dient te kiezen? Nee. Als hij wil gaan wandelen, eten, kletsen of anderszins…, ga je gang…, je bent een vrij mens…, net als ik.

De vrijheid die in mij rijzende is, gun ik ieder ander.

www.bewustzijnscoaching.com
www.thehealingcircle.one
Facebook: Caroline Ootes, Ontwaken, Bewustzijnscoaching
LinkedIn: Caroline Ootes

Alone but not lonely.

Bekend geluid: dat je je alleen voelt…, eenzaam.
En dat dat niets te maken heeft met alleen zijn. Alleen zijn, in de zin van: zonder sociale contacten. Integendeel, je leeft samen met mensen, je ontmoet collega’s op je werk, je bezoekt familie, vrienden… en ga zo maar door…, genoeg mensen om je heen, genoeg sociale uitwisselingen… en toch voel je je alleen, eenzaam.

Wat is dat toch? Van waaruit voelen we ons alleen…, eenzaam…, zelfs wanneer we in gezelschap zijn of op onszelf? Enig idee?

Jaren heb ik mij alleen gevoeld, eenzaam, vervreemd. Eigenlijk voelde ik me een groot deel van mijn leven niet thuis op de aarde, verloren. En ik begreep er niks van. Genoeg mensen om me heen, het ontbrak mij aan niets… en toch voelde ik me alleen. Jaren ontvluchtte ik deze gevoelens van eenzaamheid, te pijnlijk om toe te laten. Allerlei vormen van afleiding zorgde ervoor dat die nare gevoelens van eenzaamheid op de achtergrond bleven.

Herkenbaar? Herken je de vluchtwegen die jij bewandelt om gevoelens van eenzaamheid uit de weg te gaan? Vormen van afleiding als: veel eten,  alcohol/drugs, festivals aflopen, tv/series kijken, iedere avond de hort op, veel kennissen en vrienden, hard werken, cursussen, opleidingen en therapie volgen om aan jezelf te werken (in de hoop dat het gevoel van ongelukkig zijn verdwijnt).

Kortom: we vullen onze tijd. We vullen de tijd met van alles en nog wat…, om de leegte in ons niet te hoeven voelen…, om de leegte te ontlopen…, de leegte die we allemaal in ons dragen.

Niet eenvoudig om deze gevoelens van eenzaamheid aan te gaan als de kracht en het inzicht ontbreekt dat eenzaamheid niets te maken heeft met uiterlijke omstandigheden, maar met een innerlijke hoedanigheid: we zijn niet thuis bij ons-Zelf, we zijn niet thuis in het Hart.

En als we niet thuis zijn bij ons-Zelf, dan zoeken we ‘het’ (verbinding, contact, liefde) buiten ons: dan hebben we de ander nodig. De ander moet onze gevoelens van eenzaamheid, vervreemding en niet begrepen zijn, voor ons weg nemen. De ander moet ons gelukkig maken (wat onmogelijk is). En door deze overtuiging (dat eenzaamheid alleen opgelost kan worden door een ander), voelen we ons afhankelijk van anderen.

In werkelijkheid zijn we niet afhankelijk, dat is niet de realiteit (we kunnen voor onszelf zorgen), maar we hebben ons afhankelijk gemaakt door de overtuiging, die in ons leeft dat we de ander nodig hebben om ons gelukkig te voelen. En deze aanname zorgt ervoor dat we snakken naar liefde en goedkeuring van anderen. Heftig toch…, als je dit tot je door laat dringen?

En als we werkelijk menen dat we de ander nodig hebben voor ons gevoel van welbevinden, dan gaan we in de aanpassing, dat kan niet anders. Dan vragen we onszelf voortdurend af hoe we overkomen op anderen: hoe behoor ik me te gedragen, wat kan ik wel zeggen/doen en wat kan ik maar beter niet zeggen/doen, wat ligt goed in de groep (collega’s, vrienden, sportclub, politieke partij), wat is not done, wat is gepast, wat is wenselijk gedrag om geaccepteerd te worden, om erbij te horen?

Met andere woorden: we tonen de buitenwereld een masker.
We laat niet zien wat er werkelijk in ons omgaat, want als we ons ware gezicht laten zien, dan wijzen mensen ons af (denken we).
Wat we ons niet realiseren is dat de afwijzing in onszelf leeft (de criticus in ons): we wijzen onszelf af, van waaruit we bang zijn dat de ander ons ook zal afwijzen. En om afwijzing te voorkomen, doen we ons anders voor (vrolijk, vriendelijk, behulpzaam, geïnteresseerd etc.) dan wat er op dat moment in ons gaande is, want ja…, we hebben onszelf nu eenmaal afhankelijk gemaakt van de bevestiging en goedkeuring door anderen.

Gevolg: we geven onze individualiteit, onze eigenheid, ons-Zelf op (een proces wat van jongs af aan intreedt). We volgen, we zijn imitators, want anders blijven we alleen achter, anders wordt de pap ons onthouden. We worden deel van de massa, de menigte, in de aanpassing…, in ruil  voor…?

Ja, voor wat eigenlijk? Wat betekent die aandacht van de ander als we daarvoor onze eigenheid dienen op te geven? Wat betekent acceptatie of erbij horen als we ons anders voordoen, als we niet onszelf durven te zijn?

Ja, maar het is toch zo…, dat we de ander nodig hebben? Niemand wil toch alleen zijn? Niemand wil alleen achter blijven, toch?

O ja, is dat echt zo? Is levensgeluk afhankelijk van een ander?
Of denken we dit, omdat we niet anders weten, omdat we leven vanuit de aanpassing en we onze individualiteit zijn verloren. Denken we dit…, omdat we de confrontatie met de leegte nog niet zijn aan gegaan? Omdat we pijnlijke gevoelens van eenzaamheid ontlopen?
Zodra de eenzaamheid zich aandient, gaan we weer op de vlucht.

Hoe weten we wat zich aan de overkant bevindt als we nog nooit de leegte, de eenzaamheid hebben ontmoet?

Zonder de ander worden we op onszelf terug geworpen. Als we op onszelf worden terug geworpen (ruzie, verwijdering, relatie gaat uit, partner sterft, vriendschap wordt beëindigd), zullen gevoelens van eenzaamheid op onze deur kloppen. Blijf er eens bij, ook al veroorzaakt dat angst en wil je weer terug rennen naar de ander of naar een voor jou bekende vluchtroute. Treed de eenzaamheid tegemoet…

Ja, het voelt als een afgrond van diep gemis en leegte, ik weet er alles van.
Diep gemis en leegte naar wat?

Naar verbinding met ons-Zelf, naar verbinding met onze essentie: het Hart. En ja, er is moed voor nodig en inzicht om bij de pijn te blijven, maar wanneer we de leegte, het gemis en de eenzaamheid werkelijk tegemoet treden, vindt er een smeltingsproces plaats. Langzaamaan komen we thuis in ons Hart, we ontdekken wie we werkelijk zijn (los van anderen), gevoelens van vervreemding lossen op, ons individuele Zelf herrijst, de aanpassing en behoeftigheid (ik heb de ander nodig) verdwijnt: je bent en je ervaart dat je het prima naar je zin hebt met je-Zelf. Je gevoel van welbevinden is niet langer meer afhankelijk van goedkeuring, bevestiging, acceptatie, waardering, gezien of begrepen worden door de ander. Eenzaamheid transformeert naar alleen-zijn (al-een-zijn: je bent Een). Je bent gelukkig, zonder enige reden, je hebt de ander niet nodig. Niet dat je niet met anderen wilt zijn… Integendeel: je bent in staat om met anderen te zijn en samen te leven, omdat je je-Zelf bent.

Ik sluit af met een alinea van Osho (Zen tarot, kaart 9, aloneness) over eenzaamheid versus alleen zijn. ‘Eenzaamheid is een negatieve toestand. Je verlangt naar de aanwezigheid van de ander, je verlangt naar wezenlijk contact en verbinding, maar de ander is afwezig en jijzelf bent ook afwezig, niet aanwezig in het hart. Alleen zijn, wat iets anders is dan eenzaamheid, is de aanwezigheid van jezelf. Alleen zijn betekent: vervulling, overvloed, je hebt niemand nodig, fijn als er anderen zijn, maar je hebt ze niet nodig om je happy of vervuld te voelen.’

Until you get comfortable with being alone, you will never know if you are choosing someone out of love or loneliness.
(Mandy Hale)

www.bewustzijnscoaching.com
www.thehealingcircle.one
Facebook: Caroline Ootes, Ontwaken, Bewustzijnscoaching.
LinkeIn: Caroline Ootes